website_Tekstballon_pers

Factcheck: ‘België laatste in Europese klas: grootste etnische kloof op arbeidsmarkt en in onderwijs’

De meest relevante vergelijkingsbasis zijn de prestaties van mensen die in ons land geboren zijn, en personen afkomstig van buiten de Europese Unie. Wat de arbeidsmarkt betreft, geven verschillende indicatoren van Eurostat, dat data van alle EU-lidstaten verzamelt en vergelijkt, de kloof tussen beide groepen weer.

De werkzaamheidsgraad is wellicht de meest betekenisvolle. Van wie in ons land op actieve leeftijd is (20 tot 64 jaar) en niet in de EU geboren werd, had in 2017 52 procent werk. Dat is het laagste cijfer van de hele Unie. Bij wie hier geboren werd, bedraagt dat 71 procent. Dat verschil van 19 procentpunt is bij de hoogste van de hele EU. Alleen Nederland (20,6 procentpunt) en Zweden (19,3) scoren slechter. In de jaren ervoor varieerde de volgorde, maar België is steevast bij de allerlaatste. 

Ook andere cijfers wijzen op die positie. Zo leeft liefst 41 procent van de niet-EU-burgers in België  in een huishouden waarin geen enkel gezinslid op actieve leeftijd het afgelopen jaar meer dan een vijfde van de tijd werkte (cijfers van 2015). Geen ander Europees land komt  in de buurt, ook wat de kloof met autochtonen betreft. 

Ondermaatse onderwijsprestaties

Eurostat verzamelt ook cijfers over onderwijs. In 2017 was een kwart van de jongeren (tussen 15 en 29 jaar) in België die buiten de EU geboren zijn niet tewerkgesteld of in opleiding. Voor de jongeren die hier geboren zijn, ging het om een op tien. In vier Europese landen is die kloof groter, waaronder Duitsland en Oostenrijk. Maar in 2016 stond België nog op de laatste plaats. 

Ook de onderwijsprestaties van vijftienjarige leerlingen in ons land duiden op een grote kloof. In het Pisa-onderzoek van de Oeso, de denktank van ontwikkelde landen, scoren in Vlaanderen leerlingen van buitenlandse herkomst voor wetenschappelijke geletterdheid 82 punten lager dan hun leeftijdsgenoten die hier geboren zijn. Zelfs als er gecorrigeerd wordt voor de sociaaleconomische verschillen tussen beide groepen, blijft de kloof veruit de grootste van de hele ­Oeso. Die cijfers dateren wel van 2015, de volgende reeks Pisa-resultaten wordt eind dit jaar verwacht.

Conclusie: Ons land bengelt onderin de Europese statistieken over werk en onderwijs, al presteren andere landen soms nog slechter. Daarom beoordelen we de stelling als eerder waar.

 

bron: De Standaard op 25/03/2019

Terug naar het overzicht