| Afschaffing van hoofddoekverbod |
|
| |
|
Op de arbeidsmarkt worden moslimvrouwen op grote schaal geweigerd omwille van de hoofddoek. De
overheid negeert dit probleem niet enkel, ze doet het nog toenemen. Steeds meer scholen en lokale besturen
verbieden hun werknemers om de hoofddoek te dragen. Dit gebeurt in naam van een verkeerd begrepen
levensbeschouwelijke neutraliteit.
Dit lokale verbod heeft nefaste gevolgen voor de instroom van moslimvrouwen op de arbeidsmarkt, ook in
de privé-sector: het schaadt de tewerkstellingskansen – en dus emancipatiekansen – van allochtone
vrouwen. Daarom moet het hoofddoekverbod in scholen en op de werkvloer verdwijnen. De overheid dient
zelf het voorbeeld te geven door een weerspiegeling te zijn van de maatschappij. Dus moet ze duidelijke
richtlijnen meegeven aan lokale besturen en scholen voor het toelaten van de hoofddoek.
De verbodsbepalingen in Antwerpen en Brussel stad vormen in die zin gevaarlijke precedenten. Een
veralgemening ervan zal de kansen van tienduizenden moslima’s op kwaliteitsvol onderwijs en degelijk
werk verder ondermijnen. Uiterlijke tekenen van geloof vormen op zich geen bedreiging voor de levensbeschouwelijke neutraliteit van de overheid. De overheid dient een actieve invulling te geven aan het pluralisme en dient een onderscheid te maken tussen de neutraliteit van personen en die van instellingen.
|
|
| |