| WERK: Weg met het deficitdenken, leve opleidingen op de werkvloer! |
| 30/03/2009 - Voor het eerst sinds het begin van de crisis bracht de VDAB een analyse van de stijgende werkloosheidscijfers (DS 27/03). De stijgende werkloosheid in de steden, zo wist de Standaard te melden, is te verklaren door "het grotere aandeel van allochtonen in de stedelijke bevolking". Zo gesteld, lijkt het wel alsof allochtonen hun ontslag aan zichzelf te danken hebben. De VDAB-analyse vertelt een ander verhaal: de juiste verklaring voor de stedelijke werkloosheid is het grotere aandeel van laaggeschoolden in de stedelijke bevolking. De verwarring van laaggeschoolden met 'allochtonen' in de berichtgeving, is symptomatisch voor het deficitdenken over etnisch-culturele minderheden. De minderheden zelf roepen op tot een vernieuwd beleidskader waarin de sociale partners investeren in competenties van laaggeschoolden en meer vaste banen voor allochtonen. |
| |
|
Over mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond doen verschillende vooroordelen de ronde. Eén van de meest hardnekkige is dat ze grotendeels laaggeschoold zijn. Cijfers over de actieve beroepsbevolking tonen weliswaar aan dat 4 op 10 ‘allochtonen’ laaggeschoold zijn (tegenover 2 op 10 autochtonen), maar, en dit zal misschien als een verrassing komen, een kleine meerderheid van de allochtonen is niet laaggeschoold en bezit een diploma middelbaar of hoger onderwijs. En dan tellen we de tienduizenden mensen met een niet-erkend buitenlands diploma niet eens mee. Als die opdeling al relevant zou zijn: er zijn meer autochtone dan allochtone laaggeschoolden in de actieve beroepsbevolking.
De eerste verklaringsgrond voor de snel stijgende werkloosheid in de steden is dus de scholingsgraad van werkenden. Of beter gezegd: dat onze steden te lijden hebben onder verdwijnende jobs in industriële sectoren die hun beste tijd gehad hebben. De crisis treft niet toevallig die steden en regio’s die synoniem zijn met een industriële productie die het al jaren moeilijk heeft: de regio Hasselt-Genk (auto’s) en Zuid-West-Vlaanderen (textiel en metaal). Voor de allochtone bevolking speelt nog iets anders mee: in vergelijking met autochtone collega’s, belanden mensen met een allochtone herkomst noodgedwongen vaker in tijdelijke contracten en uitzendwerk. Ook dat soort werk verdwijnt sneller als het crisis is.
Het kan dus geen kwaad om nog eens te benadrukken dat ‘allochtonen’ niet per definitie laaggeschoold zijn. Integendeel: 56 procent van de ‘allochtonen’ in de beroepsbevolking is middengeschoold of hooggeschoold. De eenzijdige berichtgeving sluit aan bij het deficitdenken dat personen met een diverse afkomst steevast in hokjes duwt. Ook personeelsverantwoordelijken en uitzendkrachten hebben daar een handje van weg. Ze zien een hoofddoek, horen een vreemd accent of iets anders dat afwijkt van de zogenaamde norm en denken automatisch in termen van tekorten. Wat er dan weer voor zorgt dat allochtone hooggeschoolden of middengeschoolden onder hun niveau werken.
Dit deficitdenken is ook sterk aanwezig op kabinetten, bij werkgevers en zelfs bij de vakbonden. Al sinds 2003 hanteren de poortwachters van onze arbeidsmarkt dezelfde recepten om de structurele werkloosheid onder etnisch-culturele minderheden te verminderen: tekorten aan de kant van de werkzoekende worden aangepakt met de stok van het activeringsbeleid (sluitende aanpak en trajectwerking) de werkgever krijgt een financiële impuls om de tekorten in zijn personeelsbeleid weg te werken (diversiteitsplannen). Welnu, die recepten zijn niet meer afdoende.
Tot voor het begin van de economische crisis boekte dit beleid enkele bescheiden successen, maar het tij is intussen gekeerd. De allochtone werkloosheid steeg in 2008 dubbel zo snel als gemiddeld. Het aantal diversiteitsplannen groeide in 2008 niet substantieel en zal in 2009 allicht inkrimpen. De licht gekrompen etniciteitskloof op de arbeidsmarkt dreigt opnieuw groter te worden. De VDAB geeft het zelf toe: “De daling van de werkloosheid bij allochtonen door de krapte op de arbeidsmarkt en de winst van jaren intensief diversiteitbeleid dreigen opnieuw verloren te gaan.”
Net nu de nood het hoogst is, is er geen enkele strategie om de schade te beperken. Terwijl het Vesoc Actieplan Personen met een Arbeidshandicap (het zes jaar oude beleidskader voor die andere kansengroep) intussen geactualiseerd is, werken de architecten van de arbeidsmarkt nog steeds volgens de verouderde recepten van het Vesoc Actieplan Allochtonen uit 2002. Een actualisering werd reeds bij herhaling beloofd, maar het deficitdenken lijkt de geesten te verlammen. Nog even en de hete aardappel belandt in de schoot van een volgende Vlaamse regering, waardoor eens te meer ettelijke maanden verloren gaan.
Gelukkig bestaat er een tegengif voor deficitdenken, namelijk competentiedenken: het idee dat je mensen aanspreekt op hun sterke punten en de wil om daarin te investeren. Laat dat nu precies een dimensie zijn die het beleid gericht op de arbeidsdeelname van kansengroepen nog niet mee heeft. Hierbij dus een oproep: zorg dat werknemers met een diverse herkomst de kans krijgen om een beschermingspak aan te trekken om de economische storm te doorstaan. Geef ze een opleiding op de werkvloer, of ze nu vast, tijdelijk, interim of tijdelijk niet meer in dienst zijn. Zorg dat die opleiding is gericht op kennis die nodig is om terecht te komen in sectoren waar bloei wordt verwacht als de economische lente doorbreekt. Wat ons betreft, mag Taal (de grote afgod van het deficitdenken) daar gerust in opgenomen worden. Zorg dat ook laag- en middengeschoolden gebruik maken van opleidingscheques, en andere faciliteiten van het levenslang leren. Investeren in opleidingen voor kansengroepen op de werkvloer kost dan wel geld, het is de enige manier om (eenmaal de bestellingen weer binnenlopen na 2010) te beschikken over genoeg (lees: allochtone) inzetbare arbeidskrachten..
Maarten Messiaen, stafmedewerker tewerkstelling
|
|
| |