Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: onderwijs > Brussel
 
ONDERWIJS: Brussels onderwijs moet anderstaligheid ombuigen tot troef
01/03/2007 -De sluiting van een secundaire school in Brussel brengt een debat op gang over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Dat zou het volgens sommigen moeilijk krijgen omdat er teveel anderstalige leerlingen zijn. Het opbouwen van een goede nederlandse taalvaardigheid is inderdaad een conditio sine qua non om in het nederlandstalig onderwijs door te stromen. Maar de eenzijdige focus op taal, maakt dat de andere talenten van anderstalige kinderen vaak niet erkend worden.
 

De meertalige context van Brussel zou een troef kunnen zijn. In zijn talenbeleidsnota gaf Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke onlangs nog het belang van meertaligheid aan voor onze economie. Ook het succes van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel bij anderstaligen is een troef voor de positie van het Nederlands in Brussel. Helaas zien we dat deze troeven nauwelijks worden uitgespeeld. Het Nederlands onderwijs focust vaak te eenzijdig op 'taalachterstand', en blijft blind voor de talenten en troeven van zijn anderstalige leerlingen.

Sommige scholen doen al inspanningen om aan de taalvaardigheid van de leerlingen te werken. Zo is er een heel ondersteuningspakket uitgewerkt voor de lessen Nederlands. Desondanks kan het Nederlandstalig onderwijs nog te weinig tweetalige (allochtone) leerlingen afleveren. Er is dan ook meer nodig.

Naast initiatieven om het Nederlands van de kinderen te versterken moet er meer aandacht zijn voor de talen, culturen en de identiteitsontwikkeling van de kinderen. DAt kan bijvoorbeeld in de vorm van OETC-projecten (onderwijs in eigen taal en cultuur) . De projecten rond het onderwijs in de moedertaal leveren resultaten op, ook voor de kennis van het Nederlands. De OETC-projecten moeten uitgebreid worden en afgestemd op het (taal)beleid van een school.

Scholen moeten rekening houden met wat kinderen kunnen in hun eigen taal. Nu wordt dit te vaak genegeerd. Als men enkel rekening houdt met wat het kind kan uiten via de Nederlandse taal dan wordt de slechte kennis van het Nederlands inderdaad de belangrijkste oorzaak van de slechte schoolresultaten van anderstalige allochtone kinderen.

Het is evident dat niet alle leerkrachten kunnen nagaan wat kinderen kunnen in hun eigen taal. Leerkrachten die onderwijs in eigen taal een cultuur geven (OETC) kunnen hier dan ook een belangrijke rol spelen. Dit is een bijkomende meerwaarde van de OETC-projecten. Daarnaast kunnen allochtone leerkrachten in sommige gevallen helpen om het beeld van de talenten van kinderen vollediger weer te geven. Er zijn echter weinig allochtone leerkrachten en ook nog altijd weinig allochtone studenten in de lerarenopleiding. Projecten om de instroom te verhogenmoeten gepaard gaan n met maatregelen om de doorstroom, uitstroom en tewerkstelling van allochtone studenten te bevorderen.

Als laatste bedenking wil het Minderhedenforum benadrukken dat de communicatie met de ouders ook een manier om is om een vollediger beeld te krijgen van wat kinderen kunnen in hun eigen taal. Ouders geven aan dat ze ook eens over positieve zaken over hun kind willen spreken met de school. Nu lijkt het voor hen vaak dat ze enkel "naar school komen" om negatieve zaken te horen over hun kind . Indien er meer ruimte komt voor zo'n dialoog dan gaan de ouders meer gemotiveerd zijn om naar school te komen.

Sanghmitra Bhutani, stafmedewerker onderwijs