|
De discriminatie strekt zich uit over alle sectoren: van het bankwezen en communicatiebedrijven tot de welzijnssector en het onderwijs. Je zal bijvoorbeeld als moslimmeisje-met-hoofddoek maar in Brussel studeren met het oog op een carrière voor de klas. Een stageplaats zal je dan buiten het Hoofdstedelijk Gewest moeten zoeken, want in de hoofdstad is er geen school meer die hoofddoeken voor de klas toelaat. Maar ook een naam die toevallig ‘vreemd’ klinkt, kan al voldoende zijn om geen stageplaats te vinden. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding krijgt hierover geregeld meldingen binnen en trok daaromtrent eerder al aan de alarmbel.
Naast bewuste discriminatie, speelt vaak ook het feit dat veel bedrijven en zelfs overheden de zonen of dochters van bestaand personeel een voorkeursbehandeling geven. Een wit personeelsbestand blijft dan zichzelf reproduceren en etnisch-culturele minderheden krijgen geen kans om zich te bewijzen. Het probleem beperkt zich overigens niet tot stageplaatsen. In het (deeltijds) beroepsonderwijs vinden leerlingen moeilijk een leerwerkplaats. Zelfs bij vakantiebaantjes komt discriminatie om de hoek kijken. En dat is nog maar een voorproefje voor later, bij het zoeken naar een vaste job.
De gevolgen van deze realiteit zijn desastreus. De gediscrimineerde studenten zien hun slaagkansen serieus in het gedrang komen. Dat demotiveert niet alleen de studenten, maar ook hun omgeving. Er zijn verhalen bekend van studenten van allochtone afkomst, die het advies krijgen om toch maar voor ‘zachte’ sectoren te kiezen omdat ze daar gemakkelijker aan werk zouden geraken. Het adagio ‘de juiste m/v op de juiste plek’ krijgt zo wel een heel bittere bijklank. Waardevol talent op talloze domeinen dreigt verloren te gaan, net nu onze samenleving en economie daar nood aan hebben.
Het is duidelijk dat iedereen erbij te winnen heeft om talenten van etnisch-culturele minderheden de kansen te geven die ze verdienen. Het Minderhedenforum kaartte de problematiek al aan op vergaderingen van de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen. Interculturele studentenverenigingen dragen hun steentje bij door de vaak wegebbende motivatie bij studenten een boost te geven. Zij voorzien ook in begeleiding en advies, onder meer over de zoektocht naar een stageplek. In Gent is er het voorbeeld van de werkgroep LaTent TaLent, waarbij ‘ambassadeurs’ scholen en bedrijven van het belang van diversiteit op stageplekken overtuigen.
Dat zijn echter druppels op een hete plaat als de overheid en het onderwijs geen inspanningen leveren. De politiek mag dringend het krachtige signaal geven dat het discriminatie bij stages wil uitbannen. In januari antwoordde onderwijsminister Smet daaromtrent op een parlementaire vraag dat hij in overeenkomsten tussen scholen en bedrijven een clausule wil laten opnemen. Hierin zou duidelijk worden gesteld dat de door hogescholen of universiteiten toevertrouwde studenten aanvaard moeten worden, zodat beslissen à la tête du client onmogelijk wordt. De minister mag wat ons betreft meteen de daad bij het woord voegen.
Minister van Werk Muyters roepen we dan weer op voldoende leerwerkplaatsen ter beschikking te stellen, in het kader van het decreet leren en werken. Ook een derde Vlaamse excellentie kan een positief signaal geven. Minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois kan snel werk maken van de creatie van voldoende stageplaatsen, leerwerkplaatsen en vakantiejobs bij de Vlaamse overheid, zoals het Actieplan Diversiteit 2010 en zijn beleidsnota beloven. Misschien moet deze ministerstrojka zelfs eens de koppen samen steken voor het opstellen van een concreet, overkoepelend actieplan tegen de vaak flagrante discriminatie bij stages en werkervaringsplaatsen. Zij kunnen daarbij het voorbeeld van de stad Mechelen volgen, die streefcijfers voor allochtone jobstudenten hanteert. Ook andere lokale besturen mogen zich hierdoor laten inspireren. Liever vandaag dan morgen.
De scholen en onderwijsnetten dragen echter ook een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij hebben sinds 2004 de verplichting met iedere student een diplomacontract af te sluiten. Wanneer een stage deel uitmaakt van het behalen van het diploma, moet dit kortom beschouwd worden als eender welk ander opleidingsonderdeel. Een onderwijsinstelling die een stage niet kan aanbieden, komt zijn verantwoordelijkheid in het contract niet na. Daarom moeten de scholen en universiteiten hun studenten – vooral zij die het moeilijk hebben – veel actiever begeleiden bij het vinden van een stageplaats. Dat is een plicht waar zij niet onderuit kunnen.
Over de meest gemediatiseerde reden van discriminatie bij stages hebben we het dan nog niet gehad. Het Minderhedenforum pleit voor een wettelijke regeling die een verbod op religieuze tekenen in het onderwijs of op de arbeidsmarkt erkent als discriminatie. Beperkingen kunnen enkel indien de mensenrechten of openbare veiligheid dit vereisen, en dit is bij de hoofddoek niet het geval.
Dat de aansluiting van het onderwijs bij de arbeidsmarkt een cruciaal onderdeel is in het creëren van welvaart en welzijn in onze samenleving, daar zijn de meesten het vandaag de dag wel over eens. Dat maakt het des te wranger dat er nog steeds stagestudenten worden geweigerd omwille van hun naam, afkomst of religieuze overtuiging. Zondag is het de Internationale Dag tegen Discriminatie en Racisme. Een beter symbolisch moment om concrete afspraken te maken – in woorden én daden – om dit soort discriminatie krachtig te bestrijden, kunnen we ons nauwelijks indenken.
Naima Charkaoui,
Directeur Minderhedenforum
|