| Laten we één ding duidelijk stellen: onze kritiek is geen waardeoordeel over het conservatisme dat in de reportage wordt getoond. Dit is inderdaad een stroming in de maatschappij en in de godsdienst die bestaat. Wat moeilijker te vatten blijkt, is waarom louter deze strekking naar boven komt telkens de islam in beeld gebracht wordt. En dat terwijl er onder moslims zoveel variatie is. Een variatie die nauwelijks het scherm haalt en daarom hardnekkige mythes die leven bij de Vlaming niet kan doorprikken.
Politicoloog Sami Zemni sprak op dat vlak al over een het verschil tussen een islam met vele gezichten, zoals die in ons land alle dagen wordt beleden, en een ‘media-islam’. ‘In Godsnaam’ was een uitgelezen kans om die eerste interpretatie uit te spitten en zo een werkelijk vernieuwend en inzichtelijk programma te maken. Helaas kozen de makers weer eens voor de gemakkelijke weg. Net zoals dat bij eerdere reportagereeksen als ‘De Weg naar Mekka’ al het geval was.
Een bijkomend, en zo mogelijk nog groter probleem, is dat Annemie Struyf er prat op gaat dat ze een grensverleggend, moedig programma heeft gemaakt. Het is onmogelijk om dit niet te interpreteren met een denigrerende ondertoon. ‘Wij durven het verhaal van deze jonge moslima tenminste te vertellen,’ suggereert de journaliste. Alsof er in Vlaanderen geen taboeloos gesprek mogelijk is over de islam. Alleen al in de opiniepagina’s van De Standaard verschenen het voorbije jaar tientallen ongezouten meningen over de islam. Over het ganse Vlaamse medialandschap verspreid zijn dit er honderden. Alleen blijkt uit die opinies dat vooral de luid roepende en hard schoppende meningen aan bod komen. Genuanceerdere meningen zijn zeldzamer.
‘In Godsnaam’ bouwt kortom naadloos voort op een jammerlijke traditie die de negatieve en conservatieve beeldvorming rond moslims in stand houdt. Dit straalt onterecht af op honderdduizenden moslims in ons land, die zo eens te meer in een clichéhokje geduwd worden. Annemie Struyf en haar reportageteam hadden een eerste aanzet kunnen geven om dat heersende beeld recht te trekken en te nuanceren. Die kans werd – niet voor het eerst – hopeloos gemist.
Maar zijn die vertekeningen sowieso niet schering en inslag in de hedendaagse media? En moeten we ons er nu eenmaal bij neerleggen dat kranten en tv schrijven en tonen wat het publiek van hen verwacht? Nee, in dat defaitistisch denken willen we niet meegaan. Dat kunnen we ons niet veroorloven bij etnisch-culturele minderheden. Zij staan nu al te vaak in de hoek waar de klappen vallen. Lees de armoedecijfers er maar eens op na. Bekijk de werkloosheidsstatistieken eens. Werp eens een blik op de schoolprestaties. Als de media dan ook nog eens keer op keer minderheden (in dit geval moslims) stigmatiseren met continue stereotiepe veralgemeningen, is dat nefast voor het zelfbeeld van een generatie die nu al van alle kanten een identiteitscrisis wordt aangepraat.
Daarom zouden de media zich minder moeten laten verleiden tot eenzijdige berichtgeving, die makkelijk verteert en daarom een grotere kans op goede kijkcijfers geeft. Moslims moeten niet in de marge opgevoerd worden, maar verdienen een mainstreambenadering. Focus bijvoorbeeld niet op verschillen of een clash tussen culturen, maar op gelijkenissen. Enkel zo kunnen we voorkomen dat het islamdebat telkens weer oplaait wanneer een nieuwe reportage of opinie over het onderwerp verschijnt. Daar ligt de ware uitdaging voor de journalistiek. Voortdurend op dezelfde nagel hameren en dan zeggen dat er geen debat mogelijks is, dat is immers gemakkelijk. Een correct beeld geven van de honderdduizenden moslims die een weg zoeken tussen de vele richtsnoeren in het leven (waarvan de islam er één is), dat vergt moed.
Hüseyin Aydinli, voorzitter Minderhedenforum
|