|
Hoewel we ons niet kunnen uitspreken over personen, kan je minstens zeggen dat Vlaamse moslims hierdoor op dit moment niet de vertegenwoordiging hebben die hen toekomt. De Standaard vernoemt zelf het vermeende gebrek aan achterban bij imam Taouil. Maar betekent dit niet net dat de pers zélf boter op het hoofd heeft? Als er twijfels zijn over de representativiteit van een woordvoerder, voer hem dan niet op, telkens opnieuw.
Een gebrek aan andere relevante woordvoerders is in deze zaak overigens geen geldig excuus. Naast de lokale actiegroepen, bestaat bijvoorbeeld al geruime tijd BOEH!, Baas Over Eigen Hoofd. Het platform vertegenwoordigt verschillende centrale middenveldspelers voor de vrije keuze om wel of geen hoofddoek te dragen, en staat zo voor een brede representativiteit. Vrouwen met en zonder hoofddoek spelen er een actieve rol. Ook het Minderhedenforum heeft zich in het debat gemengd. Wij zijn inderdaad niét de vertegenwoordiger van moslims in Vlaanderen. We staan voor een diverse waaier aan verenigingen van diverse religieuze en filosofische achtergronden, waaronder islamitische. Dat belet niet dat we in dit debat iets te vertellen hebben, vanuit een representatieve basis. Het oprukkend hoofddoekverbod is immers kentekenend voor de manier waarop Vlaanderen (niet) met diversiteit en minderheden in het algemeen kan omgaan.
De pers gaf BOEH!, het Minderhedenforum en andere middenveldorganisaties weliswaar spreekgelegenheid, maar meestal mocht imam Taouil breed en uitvoerig het hoge woord voeren. Waarom? Passen organisaties met een brede en diverse basis misschien te weinig in het beeld dat de pers heeft van ‘dé moslimwoordvoerder’? En past de imam, ondanks het feit dat hij geen erkende middenvelder is, daar beter in? Feit is dat de focus die de media leggen op deze éne stem - niet eens de meest representatieve - het beeld dat de (witte) goegemeente heeft over ‘de’ moslim nog maar eens versterkt. Misschien zou de pers dus beter moeten wikken en wegen wie aan bod komt. De voorbije weken had hun zin voor proportie en inschatting immers meer weg van een toevalstreffer.
Als het over moslims in Vlaanderen gaat, raken journalisten helaas vaak in de war. Een diversiteit aan stemmen en invalshoeken, wordt meteen als probleem gezien. En dus zeggen ze dat de moslims niet weten wat ze willen. Maar dat is niet eerlijk tegenover de moslimgemeenschap in Vlaanderen, die net zo min homogeen is als eender welke andere groep. Journalisten gaan dan voorbij aan het feit dat er over nagenoeg geen enkel heikel thema een maatschappelijke consensus is. Ook de melkboeren en hun organisaties zijn het niet allemaal eens over de legitimiteit van de lopende acties. Ook de vakbonden zitten niet altijd op eenzelfde lijn. Is dat niet eigen aan een rijk middenveld en een rijpe democratie? Moslims tonen zich in de hoofddoekenkwestie dus net als goede democraten door het debat ook intern te voeren. Als er geen enkel meningsverschil zou bestaan binnen een zo brede en diverse groep, zou men zich pas zorgen moeten gaan maken…
Belangrijk daarbij is natuurlijk dat er kanalen bestaan om dit debat te voeren. Deze bestaan nog te weinig. In het verleden heeft men geprobeerd tijdschriften voor en door etnische minderheden op te zetten, zelfs een ‘allochtonen’-zender. Zo hadden moslims intern het debat kunnen voeren én delen met de hele samenleving. Niks segregatie, niks geheimdoenerij. Geen islamistische agenda’s of wat dan ook. Wie weet hoe anders en rijker het debat nu zou geweest zijn, mochten deze ideeën ooit voorbij het planningstadium zijn geraakt.
De belangrijkste vaststelling is echter dat de pers haar huiswerk beter moet maken. Inzetten op meer expertise en netwerken met en over etnisch-culturele minderheden is cruciaal in dit zeer complexe thema, dat zulke verschillende domeinen als onderwijs, arbeidsmarkt en cultuur omvat. Maar de meeste redacties behandelen thema’s rond diversiteit stiefmoederlijk. Verdieping in de dossiers blijft oppervlakkig, de actoren leert men niet op voorhand kennen. En als er dan crisis is, weten ze niet goed wie nu wie is en waarvoor hij staat. Wil men weten wat leeft bij Mohamed-met-de-pet, moet men dus meer met etnisch-culturele minderheden rond de dis zitten, of het nu om georganiseerde woordvoerders gaat of pakweg studentenverenigingen. Nu tijdens deze economische crisis mediabedrijven de broeksriem (nog maar eens) aanhalen, ziet het er helaas niet naar uit dat er binnenkort een renaissance aanbreekt van de journalistieke kwaliteit. Een bezinning (in alle transparantie) over de taak en rol van de journalistiek in de samenleving is echter broodnodig. Want in het heetst van de strijd, met de deadline in zicht, is het te laat om een slechte voorbereiding nog recht te trekken.
Naima Charkaoui, directeur Minderhedenforum
|