Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: pers > opinie > engagementsverklaring
 
ONDERWIJS: Engagementsverklaring slaat de bal mis
23/02/2009 - Vorige week keurde de Commissie Onderwijs van het Vlaams parlement een engagementsverklaring voor ouders en scholen goed. In DS van vrijdag 20/02 verdedigt Minister Frank Vandenbroucke deze maatregel, onder meer door erop te wijzen dat onderwijs geen consumptieproduct is. Groot gelijk, maar volgens het Minderhedenforum, koepel van etnisch-culturele verenigingen, vergist hij zich in zijn aanpak.
 

In een context van vertrouwen en van een goed schoolbeleid inzake participatie en communicatie, kan de tekst van een engagementsverklaring een instrument zijn om ouders praktisch te informeren over wat er van hen wordt verwacht en hen daarin ook te steunen.

Deze voorwaarde is op dit moment in weinig scholen vervuld. In dat geval dreigt de engagementsverklaring een averechts effect te hebben. Het onbegrip en wantrouwen dat soms bestaat tussen ouders en scholen wordt gevoed en de communicatie blijft beperkt tot een formalisme. Een formalisme dat bovendien handig kan worden ingezet voor sociale selectie bij inschrijving. We vrezen dan ook dat deze maatregel, integenstelling tot zijn bedoeling, een stap achteruit is op de weg naar gelijke onderwijskansen.

De eerste vraag die wij ons stellen, is hoe de verplichte engagementsverklaring in alle schoolreglementen het consumentisme zou moeten doen afnemen. Dit soort contract speelt misschien net in op het supermarktgehalte van het onderwijs, waarbij elke partij zijn plicht doet en in ruil daarvoor waar voor zijn geld verwacht. De verklaring kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ouders er strenger op toezien dat scholen hun engagementen stipt naleven. Anderzijds zijn de engagementen van ouders niet afdwingbaar. Juridisch zijn sancties voor ouders niet mogelijk. Dus zullen er nog altijd ouders zijn die zich zullen onttrekken aan hun verantwoordelijkheden.

De vraag is dan wat de gevolgen zijn voor de betrokken kinderen. Vooreerst zien zij hun kansen op een geslaagde onderwijscarrière ernstig slinken. Kinderen doen het immers gemiddeld beter als hun ouders sterker betrokken zijn op hun leerprestaties, argumenteert de minister. Dat klopt. Ons onderwijs scoort onder de slechtste in Europa in het wegwerken van sociale ongelijkheid. We zouden verwachten dat het beleid deze onrechtvaardigheid tegenover kinderen probeert weg te werken. Met de invoering van de engagementsverklaring komen deze kinderen er echter nog bekaaider van af.

Strikt genomen zal een kind wiens ouders hun engagement niet opnemen, immers geen school vinden, omdat zijn/haar ouders de bepalingen uit het schoolreglement niet naleven. Dergelijke toepassing zou in botsing komen met het recht op onderwijs voor alle kinderen en dus moreel absoluut onaanvaardbaar zijn. In de praktijk zal het wel zo'n vaart niet lopen. Wel is er een reëel risico dat de schoolkeuze voor deze kinderen enorm beperkt wordt. En zelfs niet alleen voor kinderen met 'onwillige' ouders. Niet toevallig komt het idee van een engagementsverklaring van enkele Brusselse scholen die de instroom van sociaal zwakkere - vaak anderstalige - kinderen proberen te beperken door ouders op een slinkse manier allerlei voorwaarden op te leggen en af te schrikken. Toch vreemd dat de minister deze maatregel die gericht is op de omzeiling van de inschrijvingsregels overneemt en zelfs veralgemeent voor heel Vlaanderen! En dat alles in naam van de gelijke onderwijskansen.

Gelukkig zijn ouders die hun verantwoordelijkheid voor het onderwijs van hun kinderen weigeren op te nemen, een kleine minderheid. Een recent (najaar '08) onderzoek van het tijdschrift Klasse, wees nog uit hoe sterk de wens van ouders is om actief bij het onderwijs en bij de school betrokken te zijn. Allochtone ouders sprongen daar trouwens uit als extra betrokken. Toch loopt het met de participatie en communicatie tussen ouders en school nog vaak fout. Meestal heeft dit niet te maken met slechte wil, maar met een verkeerde aanpak.

Om te beginnen verdienen ouders waardering van de school voor hun rol als opvoeder. Kansarme en allochtone ouders voelen zich vaak onzeker. Als de school daarenboven een houding heeft van "ze zullen wel weer niet geïnteresseerd zijn", dan duwt men ouders dieper in hun schulp. Waardering is een voorwaarde om ouders te kunnen wijzen op hun verantwoordelijkheden. Anders zal de responsabilisering vanuit de school een louter negatieve boodschap zijn die ouders kunnen missen als kiespijn. En dan is men verwonderd dat ouders niet meer komen opdagen op school…

Belangrijk is dus dat ouders vertrouwen krijgen in de school. Ouders die zich au sérieux genomen voelen, bloeien vaak open en kunnen leraren waardevolle informatie bieden. Ouders merken wel als kinderen problemen hebben op school. Soms weten ze ook niet wat er precies aan de hand is, maar door met leraren te praten kan de puzzel bijeen worden gelegd. Ouders kunnen leraren informeren over het welbevinden van hun kind en moeilijk gedrag mee verklaren. Ze kunnen kostbare informatie over de (leer)ontwikkelingen van hun kinderen doorgeven. Zelfs ouders die weinig afweten over het onderwijsgebeuren kunnen deze basisinformatie geven aan leraren. Een goede informatie-uitwisseling met alle ouders kan het werk van leraren vergemakkelijken. Met een vollediger beeld van een leerling kunnen leraren beter inspelen op leerproblemen. Om de communicatie te vergemakkelijken en in het belang van het kind, is het belangrijk dat scholen ook enige flexibiliteit aan de dag leggen tegenover ouders die geen vloeiend Nederlands spreken.

Een goede dialoog begint bij het inschrijvingsmoment. Natuurlijk moet de school ouders op dat moment informeren over wat er van hen wordt verwacht inzake begeleiding van hun kinderen en communicatie met de school. De tekst van een engagementsverklaring, waarin de rol van de ouders en van de school is uitgelegd, kan daarbij zeker een nuttig instrument zijn. Maar het effect ervan staat of valt met de manier waarop deze tekst wordt aangebracht. Indien een school ouders het gevoel geeft dat ze een gelijkwaardige partner te zijn in het onderwijs van hun kinderen, en met vragen en opmerkingen steeds bij de school terecht te kunnen, kan het de start betekenen van een goede samenwerking. Indien ouders daarentegen het gevoel krijgen dat zij en hun kinderen eigenlijk niet welkom zijn, zoals bijvoorbeeld in die Brusselse scholen, dan is het logisch dat ouders verdere negatieve contacten met de school zullen proberen te vermijden. De engagementsverklaring bevordert op zich dus geen ouderparticipatie. Zijn effect hangt af van het algemene schoolbeleid inzake communicatie en participatie. Scholen die naar eigen zeggen wanhopige pogingen doen om ouders te responsabiliseren krijgen nu de verkeerde indruk dat het met de invoering van een engagementsverklaring zal verbeteren. Meestal gaat het dan om scholen die hun eigen communicatiemethoden niet in vraag stellen.

De engagementsverklaring is wat ons betreft dus een slag in het water. Vanuit de overheid zijn nochtans een rits aan maatregelen mogelijk die daadwerkelijk de communicatie en participatie in ons onderwijs kunnen stimuleren. Sterker nog, een aantal maatregelen waren voorzien in het goedgekeurde participatiedecreet, maar werden deze legislatuur niet uitgevoerd. Zo bleef het wachten op de oprichting van een expertisecentrum inzake participatie in het onderwijs. De expertise over ouderbetrokkenheid is heel verspreid. Het blijft gissen naar de omvang van de deelname van ouders uit kansengroepen in oudercomités. De voorziene evaluatie van het participatiedecreet bleef eveneens uit. Het gebrek aan bereidheid om de ouderparticipatiestructuren te versterken is een ander signaal.

Ook de rol van etnisch-culturele verenigingen, die een belangrijke complementaire rol kunnen spelen in het stimuleren van de participatie van allochtone ouders, werd niet erkend. Sporadische stimulansen bleven steken in tijdelijke projectsubsidies. De broodnodige professionalisering van deze initiatieven, bleef daardoor uit. Enkele voorbeelden van lokale samenwerking tonen nochtans dat het middenveld wel degelijk een rol kan spelen in gelijke onderwijskansen. Wat betreft de participatie van kansengroepen in de LOP's (Lokale Overlegplatforms) wordt het stilaan huilen met de pet op. De een na de andere vrijwilliger haakt af, omdat het onmogelijk optornen is tegen een grote groep directeurs. We horen van allochtone verenigingen die ouders uit hun achterban informeren en begeleiden dat ze vaak botsen op een muur van weerstand en wantrouwen. Niet toevallig is dit in scholen waar allochtone kinderen eigenlijk niet gewenst zijn. Logisch dat er jammergenoeg maar een beperkte groep ouders kan worden bereikt. De invoering van de engagementsverklaring past volledig in de politiek van gemiste kansen inzake onderwijsparticipatie.

Naima Charkaoui, coördinator Minderhedenforum