|
Lees ook de opiniestukken van Sven Gatz en Frank Vandenbroucke over dit thema
Minister van Onderwijs Vandenbroucke wil ouders beboeten die er niet in slagen om hun kinderen naar school te laten gaan. Hoewel men ook hier vragen kan bij stellen, stellen we in elk geval met genoegen vast dat hij niet gewonnen is voor administratieve boetes voor ouders die onvoldoende betrokkenheid tonen bij de schoolloopbaan van hun kind.
Het voorstel van de Rondetafel over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel gaat nochtans een stuk verder. Het eindverslag impliceert wel dat boetes moeten kunnen als andere engagementen niet worden nageleefd: oudercontact, huistaakbegeleiding of zelfs betrokkenheid bij Nederlandstalige vrijetijdsactiviteiten. De minister zwijgt in alle talen over deze voorstellen. Dat is begrijpelijk. Het komt wat ons betreft neer op een soort repressieve volksopvoeding van het ergste soort.
De minister heeft ook overschot van gelijk wanneer hij schrijft: “Als we een realistisch beleid willen, dan moeten we met alle Brusselse betrokkenen overleggen.” De praktijk in het Brusselse onderwijs is echter anders. Bij de Rondetafel werden allochtone ouders en hun verenigingen moedwillig niet uitgenodigd, ondanks herhaaldelijk aandringen. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom het eindrapport van deze onderneming eenzijdig en onevenwichtig is.
Allochtone ouders worden niet geconsulteerd, maar worden wel steevast met de vinger gewezen voor wat fout gaat in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel. In maart werd in het Vlaams parlement al geopperd om elk anderstalig ouder verplicht Nederlands te doen volgen. En nu komt men af met een engagementsverklaring voor de ouders die nota bene wordt gekoppeld aan het recht op inschrijving voor de kinderen.
We worden stilaan moedeloos van dat opgestoken vingertje. Dat Nederlands de onderwijstaal is, spreekt voor zich. Veel anderstalige ouders leren Nederlands of zijn hiertoe bereid. Praten over de schoolprestaties en het schoolgedrag van een kind, vereist wel een sterke actieve taalbeheersing die jaren oefening vraagt. Daarom schakelen veel anderstalige ouders in Brussel van Nederlands over op Frans om zich beter verstaanbaar te maken. Als de school hier negatief op reageert, krijgen ouders het gevoel dat de school niet wil luisteren.
Zo verminderde in sommige Brusselse scholen de ouderbetrokkenheid nadat een nieuwe directie bepaalde dat het personeel de ouders enkel nog in het Nederlands mocht spreken. Het is voor ouders onbegrijpelijk dat de eentaligheid voor deze scholen belangrijker is dan het kunnen praten over de noden van hun kind.
Naast de taaldrempel moeten gezinnen ook sociale drempels overwinnen in hun contacten met de school. Ze kennen niemand op school en zijn niet vertrouwd met de formele manier van praten en denken. De schoolcultuur blijft een vreemde cultuur. Zowel autochtone als allochtone kansarme gezinnen kampen hiermee.
In het eindverslag van de Rondetafel staat er te weinig over dit aspect van het probleem. In tegenstelling tot dat van de ouders, baadt het engagement van de scholen in een “flou pédagogique”. Er staat wel in wat de scholen moeten communiceren aan de ouders, maar niet hoe ze dat beter kunnen doen. Dat is een grote tekortkoming. Nog te weinig scholen passen de beproefde succesformules toe om ouders van diverse herkomsten te betrekken: mondelinge communicatie, informele contacten, jargon schrappen, groepskenmerken loslaten, verwachtingen ten aanzien van de ouders verduidelijken, etc. …
Conclusie: het eindrapport van de Rondetafel over het Brussels-Nederlandstalig onderwijs legt de sleutel voor goede schoolresultaten te veel bij de ouders. Dit is onverstandig en onterecht. Het is een gegeven dat niet alle ouders modelouders zijn. Goed onderwijs is het beste middel om desondanks alle kinderen maximale toekomstkansen te geven. De onderwijswereld zou zich beter op die kernopdracht richten, in plaats van op een amateuristische manier aan ‘volksopvoeding’ te gaan doen.
De school gaat zijn bevoegdheid te buiten door niet enkel aan kinderen maar ook aan ouders een – slecht - rapport te geven. Dat deze ouders heel bewust zoeken naar manieren om hun kinderen de beste toekomstkansen te geven en daarbij kennis van Nederlands naar waarde schatten, bewijst nochtans juist de moeite die zij zich getroosten om hun kinderen in te schrijven in het Nederlandstalig onderwijs. Het antwoord op hun inspanningen is een ontmoedigend verhaal van stigmatisering, plichten en sanctionering.
zie ook: Allochtonen niet gewenst aan rondetafel onderwijs (24/05/2007 )
|