|
De avond ging van start met een stelling van de Franse filosoof Rabelais: "Studenten zijn geen vaten die gevuld moeten worden, maar vuren die aangestoken moeten worden." Deze visie focust op het ontdekken van talent en het ontwikkelen van waar men goed in is. Kortom: waar wil je geraken en welke eigenschappen heb je daarvoor nodig? Dit vereist niet enkel een nieuwe dynamiek, maar een nieuwe manier van omgaan die lijnrecht ingaat tegen het remediërende onderwijs zoals we dat nu vaak kennen. Zwaktes mag men echter niet zomaar negeren. Indien men een goed evenwicht vindt, kan een 'flow' gegenereerd worden die motivatie en taakrijpheid de hoogte in jaagt. Leerlingen kunnen hier zelf ook toe bijdragen. Dat komt ook tegemoet aan wat het doel van de onderwijshervorming zou moeten zijn. Enerzijds meer mens worden (een wens van de leerlingen) maar anderzijds ook de rijkdom handhaven (een wens van het patronaat).
Hoe deze dubbele doelstelling waarmaken, was volgens de deelnemers een kwestie van de juiste werkvormen te vinden. Inzetten op keuzebekwaamheid is daarbij erg belangrijk. De leerkracht heeft hierin een cruciale rol te spelen. Die moet namelijk kunnen wisselen van 'context'-bril, waarbij rekening wordt gehouden met de leefwereld van de leerling. Bovendien moet de leerkracht de lat hoog genoeg leggen om de motivatie van de leerling niet te ondergraven. Dit kan door in te zetten op vaardigheden en attitudes. De impact hiervan kan wel maar op lange termijn gemeten worden.
De volgende stelling ging dieper in op het belang van kansrijk en kwaliteitsvol onderwijs. Dit moest volgens de jongeren beginnen bij het in kaart brengen van de beginsituatie van leerlingen en ouders en dit door goed te communiceren. Ook inclusief werken kan een belangrijke troef zijn, met een focus op individuele talentontwikkeling (bijv. meertaligheid). Wel werd er op gewezen dat men niet té individueel moet werken, omdat leerlingen dan eerder kansen moeten grijpen dan dat ze ze krijgen. Ook voor attitudeproblemen (te laat komende leerlingen, ouders die niet mee willen werken) moet men aandacht hebben. Bij de aanwezigheden was op dit punt frustratie merkbaar omdat de Commissie Monard een draagvlak moet creëren voor verandering, maar dat men zich weinig bij de nieuwe plannen betrokken voelde. Alvast enkele voorstellen die de jongeren wilden meegeven zijn het structureel maken van goed lopende initiatieven en het inzetten van een leerkracht als coach i.p.v. als 'ex cathedra professor'.
Het uitstellen van de studiekeuze tot 14 jaar kon op scepsis rekenen bij een Brusselse deelnemer. Zijn vrees was dat leerlingen het zich niet moeilijker willen maken dan nodig en dat de uitgestelde studiekeuze dat niet zal tegengaan. Daarom werd ook gepleit voor het optimaliseren van de informatie die de keuze voor een bepaalde richting helpt te duiden. OP dat vlak kan uitstel tot 14 jaar een beter zicht geven op de mogelijkheden van de leerlingen, mits een goede begeleiding door de CLB's. Ook het inzetten op taal, creativiteit en ICT-skills kwam aan bod als onderdeel van het voorbereiden op een goede studiekeuze. Een modulair systeem kon echter niet meteen op goedkeuring rekenen. Onoverzichtelijk, vond de één, terwijl de ander vooral heil zag in een differentiëring naar inhoud in de handboeken (wat in het basisonderwijs al het geval is). De differentiatie mag immers niet door het systeem gebeuren, was hierbij de redenering.
Bovenstaande argumenten verhelpen echter niet noodzakelijk dat kansengroepen uit de boot vallen. Daarvoor is immers een coherente visie nodig, gestoeld op een dito logica. Volgens de deelnemers is de visie die gehanteerd moet worden er een van alles uit de kast te halen om iedere leerling een diploma te bezorgen d.m.v. inclusief onderwijs. Daarvoor zijn meer begeleiding en kleinere klassen nodig. Ook het gelijk maken van de scholen trouwens, iets wat nu nog ontbreekt in de voorstellen van de Commissie Monard. Een idee van de deelnemers was om het geld dat nu voor zorg gebruikt wordt, deels te gebruiken voor het verkleinen van de klassen, omdat zorg en doelgerichtheid niet altijd hand in hand gaan.
Als laatste punt van de avond kwam aan bod dat het lerarenberoep vandaag de dag te weinig in trek is. Nochtans is ook in het lerarenkorps meer diversiteit nodig. Maar men is bang voor de tieners van de 21ste eeuw. Daarom moet er meer aandacht gaan naar een goede opleiding van leerkrachten. Leren omgaan met diversiteit kan een antwoord bieden op de angst die velen nu hebben om voor de klas te staan. Als die angst overwonnen is en het onderwijssysteem zowel bij leraars als leerlingen op goedkeuring kan rekenen, zo besloot de rondetafel, creëert dit een positieve flow bij alle betrokken partijen. En daar kon onze maatschappij alleen maar wel bij varen.
Hakim Benichou, stafmedewerker Minderhedenforum.NET
|