|
Na een voorstelling van de werking van het jongerennetwerk en de objectieven van het Minderhedenforum, traden de 15 deelnemers aan de activiteit in debat aan de hand van een handvol stellingen die de knuppel in het hoenderhok gooiden. De stem van het Minderhedenforum werd in deze discussie vertolkt door stafmedewerkers Sanghmitra Bhutani en Karolien De Wilde. Zij hebben de voorbije jaren immers heel wat expertise opgebouwd rond het onderwijsthema, o.a. als zetelend lid van de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) en bepleiters van het GOK-decreet dat gelijke kansen in het onderwijs mogelijk moet maken.
Stelling nummer 1 vroeg aan de deelnemers of één leerkracht wel het verschil kon maken (in positieve dan wel negatieve zin). Een aanwezige jongere reageerde met een persoonlijke anekdote: na een incident in zijn blanke school kreeg hij meer respect, o.a. door een goede en correcte inschatting van de situatie door de leerkracht. Anderzijds werd ook geopperd dat in het TSO en KSO veel leerkrachten vooral focussen op oriëntatie naar de arbeidsmarkt en te weinig aandacht hebben voor mogelijkheden om hun leerlingen naar hogere studies te laten doorstromen. De wisselwerking tussen leraar en leerling is bijgevolg cruciaal, zeker wanneer beide een verschillende etnisch-culturele achtergrond hebben. Een term van dr. Ugur Pekdemir kwam in deze discussie aan de oppervlakte om dit samenspel te benoemen: 'intercreatie' als positief alternatief voor integratie.
In het verlengde hiervan kwamen ook de 'goedbedoelde vragen' van leerkrachten aan bod. Vragen van het type 'hoe zit dan nu precies met die Ramadan?' De deelnemers in Hasselt vonden vooral dat hoe de vraag gesteld werd belangrijk was: daaruit moet respect voor de leerling naar voren komen. Leerkrachten zouden best reeds in de lerarenopleiding hierop voorbereid worden, door bijvoorbeeld kennis op te doen a.h.v. audiovisuele media. Hiervoor zal wel een uitgebreider intercultureel pakket nodig zijn dan nu het geval is. Ook de stages in de opleiding moesten volgens de jongeren meer focussen op interculturaliteit door proeflessen in gemengde klassen. Zo kunnen beginnende leerkrachten zelf de punten van overeenkomst met hun leerlingen ontdekken i.p.v. uit te gaan van de verschillen.
De discussie volgde hierna niet meer het vooropgestelde stellingpatroon, maar vloeide organisch van het ene thema naar het andere. In verband met het curriculum werd geopperd dat de leerstof intercultureler moet worden en dat de leerkrachten de vrijheid moeten hebben om hierin het voortouw te nemen. Zeker bij vakken als geschiedenis en aardrijkskunde lagen hier volgens de jongeren in Hasselt mogelijkheden: waarom niet eens focussen op de rol van het Ottomaanse rijk in de Westerse geschiedenis of de vaak arbitraire grensbepaling in Afrika ten gevolge van kolonisatie? Dit zou de openheid naar andere culturen enkel vergroten. Gehekeld werd ook de wijze waarop de Westerse blik op geschiedenis vaak desinformatie genereert. Het voorbeeld van wie nu winnaar en wie verliezer was in bepaalde regio's na de Eerste Wereldoorlog werd bijvoorbeeld aangehaald. Eveneens cruciaal was volgens velen dat in de les ruimte moet zijn voor dergelijke kritiek.
Betreffende de betrokkenheid van ouders overheerste het gevoel van een eilandmentaliteit bij leerkrachten terwijl er net een stevige brug tussen leraar en ouder nodig is. Omgang tussen beide partijen zou bovendien goed zijn voor het bevorderen van interculturele vaardigheden. Nu fungeert de leerling nog te vaak als tussenpersoon, wat vaak extra druk en stress voor de jongeren meebrengt, zeker wanneer ze bijvoorbeeld moeten tolken tijdens een oudercontact. Verhalen over een 'foute vertaling' bij zo'n contact wekten bij een aantal aanwezigen glimlachend herkenning op. Maar ze vonden unaniem dat een leerling vooral zijn diploma moet halen en alle bijkomende stress daar dus niet bevorderlijk voor is. Volgens sommigen werden bovendien sociaal-economische factoren onderschat wanneer er weer eens geopperd wordt dat ouders uit een etnisch-culturele minderheid minder betrokken zijn bij de studies van hun kind.
Een van de meest controversiële thema's van de avond was niet verrassend OETC, onderwijs in eigen taal en cultuur. De een vond dat vooral de thuistaal ontwikkeld moet worden om het Nederlands beter machtig te worden, de ander had een tegenovergestelde mening. Het voorbeeld van een lagere school in Genk die Wereldoriëntatie aanbood in het Turks kreeg dan ook gemengde reacties. Een voordeel van een gemengde school, waar velen een andere thuistaal hebben, is wel dat op de speelplaats het Nederlands de spreektaal wordt en dus beter ontwikkeld zal worden. Concentratiescholen moeten kortom niet noodzakelijk antivoorbeelden van integratie zijn.
Na de pauze werden bovenstaande argumenten gebundeld in een aantal concrete tips die aan het magazine Klasse! overhandigd zullen worden. Omdat de exacte formulering van deze tips nog in volle gang is, kunnen we ze hier nog niet meedelen, maar weldra zal je ze in zowel Klasse! als op deze site kunnen raadplegen. Wat we wel al als belangrijk punt kunnen onderstrepen is iets wat prominent aan bod kwam tijdens het inspraakmoment: het feit dat leerkrachten uit een etnisch-culturele minderheid een belangrijke functie als rolmodel hebben voor leerlingen uit minderheden. Meer diversiteit in het lerarenkorps is kortom een noodzaak!
Hakim Benichou, stafmedewerker Minderhedenforum.NET
|