Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > achtergrond 15 jaar actie
 
Kroniek: 15 jaar actie voor minderheden en media ... een balans
15 jaar geleden werd de berichtgeving over etnische groepen voor het eerst onderzocht. De kritiek van stereotypering is 15 jaar later nog actueel. Anno 2008 is slechts 0,9 procent van de journalisten is van allochtone afkomst. Is er dan niets veranderd tussen het eerste onderzoek en vandaag? Het Minderhedenforum maakt de balans op van de inspanningen, van de gemiste kansen en - last but not least - van het resultaat. Nood aan conherentie en duurzaamheid bij het beleid en beter weerspiegeling van diversiteit in Vlaamse fictie dan in de Vlaamse pers, dàt zijn de belangrijkste conclusies van dit rapport. .
 

Naar aanleiding van dit rapport, organiseerde het Minderhedenforum een debat met Gianni Marzo (VRT), Ico Maly (Kif Kif) en Prof. Nico Carpentier. Lees meer over dit debat.

Inhoud

I. Onderzoek wijst op moeizame verhouding media/etnisch-culturele minderheden

1993: De berichtgeving voor het eerst onderzocht

Aanbevelingen voor de berichtgeving over etnisch-culturele minderheden

Vervolgonderzoek wijst voorzichtig op positieve trend

2007: de aanbevelingen revisited

Commentaar: Accurate berichtgeving is geen accurate beeldvorming

II. 9/11 brengt verharding én tegenbeweging

Internationaal verhardt het debat

Middenveld stelt diagnose en behandeling

VRT installeert Cel Diversiteit

Media richten stages in voor allochtone journalisten in spé

Beleid stelt inventaris van allochtone aanspreekpunten samen

Middenveld: Minderhedenforum richt TrefMedia op

III. Kijken bij de buren: Groot-Brittannië en Nederland

 

IV. Interculturele televisie: van Babel tot Man Bijt Hond

Van doelgroepenprogramma naar een allochtonenomroep?

Eerste interculturele televisieprijs

Commentaar: Diversiteit wegmoffelen noch beklemtonen

V. Beleid: versnipperde bevoegdheden en acties

Commentaar: Nood aan duurzaamheid

VI. Interculturele Journalistiek

Dubbele invalshoek: ethiek en kwaliteit

Commentaar: Nood aan een nieuw concept

VII. Besluit: balans en toekomstperspectief

Kroniek 1993-2008

Balans en toekomstperspectief

Beleid

Media

Middenveld

 

 

"Media spelen een sleutelrol bij het ondersteunen en uitdragen van de interculturele samenleving.” (Commissie voor Interculturele Dialoog, 2004)

I. Onderzoek wijst op moeizame verhouding media/etnisch-culturele minderheden

De ondervertegenwoordiging en de negatieve beeldvorming van etnisch-culturele minderheden (toen nog 'migranten') in de media verscheen voor het eerst op de maatschappelijke agenda in de jaren ’90. Het was de periode van het Koninklijk Commissariaat voor het Migrantenbeleid (1989) en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (1993). In het maatschappelijk debat werd de representatie van migranten in de media een belangrijk nevendossier. Maar kloegen 'migranten' terecht over het beeld dat media over hen verspreiden?

Het CGKR en de Koning Boudewijnstichting pionierden met onderzoek naar de berichtgeving over 'migranten'. Op basis van de onderzoeksresultaten, vaardigde de Journalistenbond aanbevelingen uit voor de berichtgeving over etnisch-culturele minderheden. De impact ervan blijft onduidelijk maar hoe dan ook groeide in de jaren ’90 een draagvlak om omzichtig te communiceren over etnische minderheden. Een draagvlak waar 9/11 een eind aan maakte.

1993: De berichtgeving voor het eerst onderzocht

We schrijven 1993. Lieve Staes (CGKR) onderzoekt reguliere berichtgeving over etnisch-culturele minderheden in 9 Belgische kranten. Haar opvallendste conclusies luiden:

  • 1/3 van de geselecteerde artikels gaat over criminaliteit.
  • Etnisch-culturele minderheden worden aangeduid met vreemdeling, migrant of vluchteling.
  • Verwijzingen naar etniciteit, religie of huidskleur zijn zeldzaam.
  • Vermelding van nationaliteit komt voor in ruim de helft van het totaal aantal artikels.
  • Migranten, Turken, Marokkanen worden voorgesteld als één groep.
  • Allochtonen zijn alleen aan het woord omwille van hun allochtoon zijn over hun allochtoon zijn.
  • Eén enkele keer was de foto die bij het artikel geplaatst was in tegenspraak met de inhoud of de teneur van het artikel.

Voor analyse van de crisisberichtgeving, opteerde Staes voor de gebeurtenissen in het Duitse Solingen, waar op de nacht van zaterdag 29 op zondag 30 mei 1993 het huis van een Turkse familie in brand werd gestoken door extreem-rechtse jongeren. Vijf bewoners kwamen om in de brand. Wat volgde waren optochten van verontwaardigde Turken waarvan sommige uitmondden in 'rellen'. Volgens Staes gaat er in verhouding veel aandacht naar de 'rellen' die volgden op de brandstichting. Daarbij valt op dat vooral de relschoppers het in de pers moeten ontgelden. Die heeft het over ‘Turkse woede en vernielzucht’. Crisisberichtgeving als deze haalt voorpagina’s. Twee opvallende constanten over de berichtgeving over de daders: banalisering, want ze zouden dronken geweest zijn op het ogenblik van de brandstichting, en individugerichte verklaringen want de jongeren zouden een moeilijke jeugd gehad hebben. Over systemisch racisme geen woord.

Leen D’Haenens (KULeuven) deed dit onderzoek over voor het televisiejournaal van zowel VRT als VTM. In haar algemeen besluit stelt ze vast dat ‘het verband tussen migratie en misdaad aanwezig is in het televisienieuws in Vlaanderen’. Tweede stereotiep beeld benadert de migrant als slachtoffer. Ook hier blijkt na analyse van de crisisberichtgeving dat autochtonen meer op het scherm komen dan allochtonen.

De crisisberichtgeving over rellen in Vorst besteedt overwegend aandacht aan de (autochtone) ordehandhavers, puinruimers en onderhandelaars. De delegatie allochtonen die op het stadhuis wordt ontvangen, wordt niet geïnterviewd of in beeld gebracht. Wel komen ze in groep in beeld bij rellen, arrestaties of samenscholingen. En worden migranten gezien als de oorzaak? Volgens D’Haenens lijken de eerste nieuwsitems bij VTM die richting uit te gaan. Maar naderhand verandert de stijl en wordt meer ingegaan op achtergrond zoals provocatie en inmenging van buitenaf. Vooral de reportages van Farouk Ozgünes proberen de kijker met de achterliggende oorzaken te confronteren: er is de dancing voor rijkelui in de buurt, de lage scholingsgraad, de werkloosheid en een tekort aan opvang.

Tenslotte nog dit. Het is zeer uitzonderlijk dat journalisten racistische uitspraken doen. Maar vooringenomenheid komt wel voor. D’Haenens haalt een frappant voorbeeld van VTM aan. Een kind verwond door glasscherven wordt door enkele mannen naar buiten gedragen. Tot tweemaal toe laat de journalist zich misprijzend uit over de wijze waarop het kind aan de camera wordt getoond. Uitspraken als - de mannen (die het kind droegen) vonden het blijkbaar niet nodig het kind direct naar het hospitaal te brengen – wekken onrechtstreeks de indruk dat migranten hun kinderen onmenselijk zouden behandelen. Dit is in eerste instantie sensatie maar de indruk van racisme is gewekt. Terwijl men het kind in beeld kan brengen zonder commentaar, gewoon als slachtoffer dus.

Aanbevelingen voor de berichtgeving over etnisch-culturele minderheden

Op basis van de resultaten van dit eerste mediaonderzoek, vaardigde de Journalistenbond (Algemeen Belgisch Verbond van Beroepsjournalisten) in 1994 aanbevelingen uit voor de berichtgeving over allochtonen. Hoewel de aanbevelingen niet het formeel karakter van deontologische normen hebben, betrekt de Raad voor Deontologie van de ABVV (later: de Raad voor de Journalistiek) ze wel in zijn beoordeling.

De aanbevelingen luiden:

  1. Vermeld nationaliteit, geboorteland, etnische afkomst, huidskleur, religie of cultuur alleen als deze informatie relevant is voor het bericht. Een mogelijke test om de relevantie van de informatie na te gaan, bestaat er in de betreffende eigenschappen te vervangen door ‘tegenhangers’, of nog door kenmerken die verband houden met autochtonen. Meer in het algemeen zou men volgende twee zaken tegen elkaar kunnen afwegen: de schade voor het bericht wanneer de informatie niet gegeven wordt en de schade voor de betrokkenen wanneer de informatie wel wordt vermeld.
  2. Vermijd onverantwoorde veralgemeningen en polarizeringen. Aanbevolen wordt de berichtgeving over allochtonen waar dat relevant is te nuanceren. Een mogelijkheid daartoe is de vermelding dat wat op zeker ogenblik in algemene termen wordt gesteld, niet noodzakelijk voor alle allochtonen geldt. Of de vermelding dat zeker niet alle allochtonen het eens zijn met dit of dat standpunt. Aanbevolen wordt polarizeringen zoveel mogelijk te vermijden. Eerder dan een overdreven beklemtoning van de verschillen, dringt zich meer aandacht op voor de gelijkenissen tussen mensen.
  3. Vermijd nodeloos problematiseren en dramatiseren. Aanbevolen wordt allochtone vaker in ‘gewone’ situaties aan bod te laten komen in de media, zodat ze meer als ‘gewone’ burgers in de samenleving worden aangezien. Daarnaast wordt aanbevolen dat migranten meer op een positieve manier in de media aan bod komen. Een mogelijkheid daartoe is het geven van meer duiding en achtergrondinformatie, die toelaten het weergegeven nieuws adequaat te begrijpen. Nieuwsitems moeten niet alleen een antwoord formuleren op wie-, wat- en waar-vragen, maar zoveel mogelijk ook op vragen over het hoe en waarom.
  4. Zorgvuldigheid, wederwoord en rechtzettingen. Aanbevolen wordt de grootst mogelijke zorgvuldigheid aan de dag te leggen in de berichtgeving over allochtonen. Met de basisterminologie, schrijfwijze van allochtone namen, cijfermateriaal en bronnen moet zorgvuldig worden omgesprongen. Voor wat lezersbrieven betreft, wordt aanbevolen om lezersbrieven die allochtonen betreffen, systematisch vooraf voor te leggen aan een redactielid die met het onderwerp vertrouwd is.
  5. Extreemrechts en racisme kritisch inkaderen. Aanbevolen wordt duidelijk te maken van wie de betreffende uitspraken of standpunten afkomstig zijn en in welk verband ze dienen geplaatst. Waakzaamheid is ook hier geboden voor het stelselmatige desinformeren vanwege extreemrechtse groeperingen. Een stapje verder is racistische uitspraken aan te vullen met tegengestelde opvattingen. Lezersbrieven met racistische inhoud kunnen ook niet zonder meer gepubliceerd worden.
  6. Een bericht is niet af als het geschreven is. Aanbevolen wordt de definitieve vormgeving van elk bericht, en met name de keuze van de titels en beeldmateriaal, zo goed mogelijk op te volgen.

Vervolgonderzoek wijst voorzichtig op positieve trend

Is de berichtgeving over etnische minderheden gewijzigd na de aanbevelingen van de Journalistenbond? Onderzoek uit 2000 wees uit van wel. Saeys en Devroe (Ugent) concludeerden: “Alles bij elkaar geeft de Vlaamse pers in het algemeen blijk van een toegenomen zorgvuldigheid in de berichtgeving over allochtonen, vooral wanneer het gaat om routineberichtgeving. In de onderzochte crisismomenten is dit minder duidelijk. Daarvoor moet een groter aantal crisissen onderzocht worden.” Ook Staes, die eerder onderzoek deed, heeft die indruk. Pijnpunt blijft de eindredactie.

Eenzelfde conclusie lijkt op te gaan voor onderzoek naar crisisberichtgeving op de televisie. Vier jaar na Vorst onderzoeken studenten van de UGent de televisiejournaals van VRT en VTM. Case zijn dit keer rellen in Sint-Jans-Molenbeek als gevolg van een uit de hand gelopen routinecontrole van een jonge Turk op 6 april 1995. De studenten bevestigen de licht positieve trend in de berichtgeving, zowel bij VRT als bij VTM. Minpunt is dat beiden nog steeds te veel gebruik maken van passe-partout beelden, wat de uiteindelijke beeldvorming vertekent. Positief zijn: VTM verleent meer achtergrond en duiding en VRT poogt sensatie te mijden.

2007: de aanbevelingen revisited

Volgens een onderzoeksrapport van UGent en ULB zijn vele pijnpunten uit 1993 opgelost. Het aandeel berichten over etnische minderheden en criminaliteit daalt. De diversiteit in de representatie neemt toe. In de categorieën cultuur, entertainment en politiek is er meer aandacht voor multiculturele thema’s, vooral dan voor allochtone politici.

Nationaliteit of afkomst niet vermelden, één van de aanbevelingen van 1994, is volgens deze studie een slecht idee. In een positieve context kan nationaliteit positief afstralen op de gehele groep. Voor de Journalistenbond een goede reden om de initiële aanbevelingen te actualiseren.

Volgens nationaal-secretaris van die Journalistenbond zijn er niet veel problemen met de multiculturele berichtgeving. Hij baseert zich op de enige twee klachten die ooit binnenliepen bij de organen voor zelfregulering van de pers. Die Raad tikte een zender op de vingers omdat die een spreker onvoldoende had gekaderd in een Vlaams Blok context. Een krant kreeg een sneer omwille van de kop ‘Alerte aux épidémies’ naast een foto van allochtone voetbalsupporters in het kader van het Europees kampioenschap voetbal 2000.

De Journalistenbond veegt de problemen niet volledig onder de mat. Hij erkent dat er een probleem is met de wijze waarop journalisten hun onderwerpen selecteren en met de sfeerzetting in de berichtgeving. Maar dit zijn dan weer zaken die men moeilijk onder een deontologische norm kan plaatsen.

Nog volgens de Journalistenbond is er in de samenleving minder schroom om man en paard te noemen. Er groeide een groter openheid sinds criminologe Van San heeft aangetoond dat allochtone jongeren wel degelijk oververtegenwoordigd zijn in de misdaadstatistieken. Maar er was ook de collectieve misser van de pers in de zaak Van Holsbeeck. Laatste element in het debat is zeker ook de spanning tussen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie, iets wat pijnlijk duidelijk bij de crisis rond de Mohammed-cartoons.

Anno 2008 is de vraag in welke richting de aanbevelingen moeten herzien worden. Critici menen dat de aanbevelingen uit 1994 te negatief en te defensief geformuleerd zijn. Er wordt gevraagd dingen niet te doen. Beter is het aan te raden dingen wel te doen. Zoals multiculturaliteit belichten in al haar facetten, dus niet alleen rond typische thema’s. Is dit bemoeienis met de selectie? Misschien, maar uiteindelijk kan deze voluntaristische hint ook gezien worden als vrijheid van opinie en communicatie.

De meest delicate aanbeveling draait rond het al dan niet vermelden van nationaliteit. Enerzijds kan beklemtonen van afkomst, stereotiepen creëren of vergroten. Anderzijds mag je niet de indruk wekken dat je belangrijke informatie achterhoudt. Dat ligt bij journalisten gevoelig omdat het haaks staat op persvrijheid en ruikt naar censuur. Overigens gooi je ook positieve effecten weg bij vermelding van nationaliteit in een constructieve context. Een zinvolle nuance staat in het deontologisch zakboekje van de VRT. Dat vermeldt dat etnische afkomst een element is als een ander dat je beter niet nodeloos beklemtoont of wegmoffelt. Het vermelden van iemands afkomst is immers ook een afspiegeling van de etnisch-culturele diversiteit van onze samenleving.

Commentaar: Accurate berichtgeving is geen accurate beeldvorming

Volgens recente studie is de algemene trend “significant positiever dan in 1993”. Dus, concludeert de Journalistenbond, kunnen ook de aanbevelingen best wat positiever. Positieve aanbevelingen zijn inderdaad sterker dan negatieve. Maar het verband tussen vermeende positieve studieresultaten en de nood aan positieve aanbevelingen is van de pot gerukt. Hiermee wordt op zijn minst de suggestie gewekt dat de positieve resultaten het effect zijn van de aanbevelingen. Dat is zeker niet het geval. Niet omdat de aanbevelingen niet deugen maar doodeenvoudig omdat de meeste journalisten geen flauw idee hebben van het bestaan ervan, laat staan ze toepassen. De Journalistenbond heeft deze aanbevelingen nooit actief gepromoot. De impact ervan op de journalistiek moet bijgevolg geminimaliseerd worden.

De afgelopen 15 jaar werden journalisten zich bewust van de moeizame verhouding tussen media en etnische minderheden. Dat is vooral dankzij de inspanningen van het middenveld en van een kleine groep binnen media zelf. Tegelijkertijd veranderde de maatschappelijke realiteit. Zo zijn er nu meer woordvoerders, wetenschappers en kunstenaars van allochtone origine en daar besteedt de pers inderdaad aandacht aan.

Maar of dit betekent dat ook alle problemen van de baan zijn? Geenszins. Integendeel, de oude analyse houdt stand. Minder dan 1% van de journalisten heeft allochtone roots. Het imago van etnisch-culturele groepen is door de internationale gebeurtenissen alleen maar verslechterd. De mediahypes rond islam volgen elkaar steeds sneller op. Onze media lopen de participatie van etnische groepen nog steeds voor de voeten.

De conclusie dat we de negatieve beeldvorming ruimschoots (!) achter ons laten, houdt geen steek. Ondanks hun groeiende participatie in de samenleving, staan etnische groepen nog steeds overwegend in de hoek waar de meeste klappen vallen. Ze hebben hun imago tegen, iets wat hen bijvoorbeeld veel parten speelt op de arbeidsmarkt.

Imago en beeldvorming zijn moeilijk te keren, moeilijker dan berichtgeving. Beeldvorming gaat namelijk paradoxaal genoeg over wat niet wordt gezegd en getoond maar wel stilzwijgend wordt 'voor-ondersteld'. Het gaat over de onzichtbare interpretatiekaders die media bewust én onbewust hanteren. Deze kaders begrenzen het discours dat gezet wordt door de politieke, economische en culturele elite, die meer toegang heeft tot de media dan wie dan ook.

Ook de taakperceptie van de huidige journalist speelt een rol. Nog te veel journalisten zijn ervan overtuigd dat ze louter een neutraal doorgeefluik zijn. De fameuze fly on the wall visie. Onzin natuurlijk. Ze sturen wel degelijk. Dit houdt ook mogelijkheden in: ze kunnen media in de richting sturen van bruggenbouwers.

Beeldvorming is meer dan de optelsom van berichten. De negatieve beeldvorming van etnische groepen in de media wordt mogelijk gemaakt en versterkt door gebrek aan contact tussen zogenaamde autochtonen en allochtonen. Om dat te keren heb je media nodig die door andere wetten geregeerd worden dan door kijkcijfers. Nodig zijn nieuwe journalistieke concepten die mee zoeken naar oplossingen in plaats van naar schuldigen en die bruggen bouwen in plaats van schisma’s tussen mensen te creëren. Die denkpiste raakt echter ondergesneeuwd door te eenzijdig optimistische studies als bovenstaande die misbruikt worden voor (zelf)verheerlijking van de media.

“Er moeten meer allochtone woordvoerders en journalisten in de media komen.” (Peter Vandermeersch na de zaak Van Holsbeeck (21/04/2006).

II. 9/11 brengt verharding én tegenbeweging

Tijdens de jaren ’90 was een broos draagvlak gegroeid waarbij media en maatschappij steeds omzichtiger gingen communiceren over etnisch-culturele minderheden. Dit klimaat wijzigt na september 2001. De verontwaardiging in het Westen was groot, het debat verhardt en nogal wat opiniemakers en democratische politici laten de eerdere voorzichtigheid varen. Neem daarbij de toenemende verrechtsing en men kwam tot een maatschappelijke context die minder dan ooit gekenmerkt werd door een open houding ten aanzien van etnisch-culturele minderheden. De gevolgen daarvan hoorde, zag en las me in de media. Een vicieuze cirkel die vroeg om een tegenbeweging.

De tegenbeweging kwam er en dat was ten dele de verdienste van het Minderhedenforum. De Ontmoetingsdagen Media en Allochtonen die onder meer het Forum organiseerde, zetten het dossier niet alleen opnieuw op de agenda, maar zorgden voor concrete acties. In het kielzog van de Ontmoetingsdagen ging de openbare omroep een diversiteitbeleid voeren, organiseerden media stages voor allochtone journalisten in spé en maakte toenmalig minister van Gelijke Kansen fondsen vrij voor een inventaris van allochtone aanspreekpunten.

Internationaal verhardt het debat

Het rapport uit 2005 getiteld Journalism, Civil Liberties and the War on Terrorism van de Internationale Journalistenbond is niet mals voor de berichtgeving in het kielzog van 9/11.

“Wheter or not the war in Iraq was, as many now argue, a grotesque fabricatio in response to the tragedy of 9/11, it is undeniable that on both sides of the Atlantic a ferocious media campaign was waged in the run up to the invasion to shield policymakers and the public from the thruth about the situation” (www.ifj.org).

Nog volgens het rapport verkeren de media in de Verenigde Staten na 9/11 in crisis omdat ze niet bij machte waren om twee leugens te ontmaskeren. Ten eerste de leugen dat Saddam Hoessein massavernietingswapens zou hebben en de tweede dat zijn regime banden zou hebben met het Al Qaida van Bin Laden. Media hadden massaal en slaafs de Bush-doctrine gevolgd en bleven met een kater achter. De vermeende rol van media als waakhond op de democratie was nooit verder weg. Maar dat zijn de VS.

En Europa? Volgens het rapport kreeg je in de Europese media wel een meerstemmig debat met sterke pro en contra de oorlog in Irak. Media kwamen er niet in een crisis terecht zoals in de States. Maar er is een maar, aldus het rapport. De berichtgeving en het debat over de integratie van moslims en de integratie van de islam in Europa, sloeg wel diepe wonden.

“The impact of negative media coverage of Arab and Muslim communities has contributed to much of the fear and uncertainty within the general population that has been generated by the war on terrorism. In the European media stereotypes of the Arab world seem to be greater and more dangerous than they have been for decades. Media fail to distinguish between fundamentalism and mainstream Islam and appear to regard engagement with religious communities as compromising progressive values rather than an opportunity for dialogue in order to win people over”.

Nog volgens het rapport is het debat gevaarlijk hard en grimmig geworden ook in landen “met een geschiedenis van tolerantie zoals België”. Het geloof in de mogelijke integratie van moslims leek wel opgegeven. Dat hoorde, las en zag je in media. Door journalisten? Neen, niet noodzakelijk door journalisten. Maar wel door allerhande democratische politici, academici, opiniemakers, columnisten … noem maar op. De teneur luidde dat de stelling van Huntington uit 1993 over de fameuze “clash of civilisations” tussen moslims en het westen, was uitgekomen. Deze visie kwam dermate veel aan bod, dat ze uit leek te groeien tot een feit. Immers, als je iets maar genoeg herhaalt, gaan mensen het vanzelf geloven. Reclamemakers weten dat maar al te goed.

Middenveld stelt diagnose en behandeling

In Vlaanderen speelde het Minderhedenforum, opgericht en erkend door het minderhedendecreet in 2000, een belangrijke rol in het (opnieuw) onder de aandacht brengen van dit dossier. Het Minderhedenforum organiseerde in 2002 drie ontmoetingsdagen Media&Allochtonen in Antwerpen, Gent en Hasselt.

De diagnose was instussen gekend. De Ontmoetingsdagen stelden volgende behandeling voor:

  1. De ethische aanpak: Journalisten sensibiseren voor een betere berichtgeving over multiculturele thema's. Journalisten moeten meer contacten hebben met allochtone gemeenschappen en er meer voor empathie ontwikkelen.
  2. De instroom-aanpak: Op de redacties moeten meer journalisten van allochtone origine werken. Het hele mediabedrijf dient een divers personeelsbeleid te voeren.
  3. De interculturalisering van de mainstream media: Alle mediaproducten dienen de diversiteit  van de samenleving te weerspiegelen. Het gaat niet alleen om allochtone woordvoerders of thema's maar ook over deelnemers aan spelprogramma's, personages in fictie, realityprogramma's, cultuur - , sport - en lifestylekaternen en dergelijke meer. Vooral televisie liet  toen nog veel kansen liggen om in ontspanning etnische-culturele minderheden te betrekken.
  4. De aanpak via etnische media: Minderhedenmedia werken emancipatorisch.
  5. De aanpak van etnische programma's in de mainstream: De mainstreammedia dienen expliciet aandacht te besteden aan de wereldbeelden en visie van allochtonen.
  6. De openbare omroep-aanpak: De VRT heeft een diversiteitsbeleid nodig. Nederland en Groot-Brittannië zijn stichtende voorbeelden.
  7. De aanpak à la Mira Media: Er is nood aan, opnieuw zoals Nederland, een centrale en coördinerende motor die de thematiek opvolgt, media en minderheden ondersteunt, expertise verzamelt en waar nodig zelf actie onderneemt.

VRT installeert Cel Diversiteit

Op het vlak van diversiteit was de openbare omroep niet aan haar proefstuk toe. In 1989 ging de toenmalige BRTN een gelijke kansenbeleid voor mannen en vrouwen voeren. Drie sporen werden gevolgd: praatprogramma’s met vrouwelijke experts, een databank “Zeg niet te gauw, d’r is geen vrouw” en sensibilisering binnenshuis.

Tien jaar later groeit het besef dat gelijkaardige acties nodig zijn voor allochtonen. De eerste ontmoetingen tussen journalisten en allochtonen volgen, alsook sensibiliserende workshops voor het eigen personeel. De Commissie Positieve Actie kreeg een nieuw elan. Op 26 april 2003, tijdens een Conferentie ter afsluiting van de Ontmoetingsdagen, ondertekent toenmalig gedelegeerd bestuurder Tony Mary een Charter Diversiteit. In dat Charter stelt de VRT voortaan “een afspiegeling te willen zijn van de diversiteit in de Vlaamse samenleving, zowel in de programma’s als in het personeelsbestand”.

Om dit beleid uit te voeren, installeert de VRT een Cel Diversiteit. Medewerkers van het eerste uur waren journalisten Nadia Dala en Flip Feyten. Ondertussen ruimden ze de baan voor twee andere medewerkers. De Cel hanteert een tweesporenbeleid met aandacht voor tewerkstelling en beeldvorming.

Vlaggenschip van de Cel zijn jaarlijkse opleidingsstages voor (onder meer) allochtoon mediatalent. Die krijgen een contract van 6 maanden op een redactie waar ze de stiel leren. Van de 15 stagiairs tot dusver, werken er nog vier bij de VRT.

De beheersovereenkomst van 2007-2011 is de eerst die expliciet gewag maakt van het diversiteitsbeleid. Op vlak van tewerkstelling springen enkele maatregelen in het oog. Met name de voorrang die gegeven wordt aan personen van allochtone origine bij gelijke kwalificaties en het streefcijfer van 4% conform het Vlaams beleid. Dat betekent dat in 2011 4% van het gehele personeelsbestand moet bestaan uit mensen van allochtone origine. Een allochtoon wordt gedefinieerd als iemand waarvan 2 grootouders of 1 ouder geboren is in een niet EU-land.

Lees het Charter Diversiteit

Meer over de Cel Diversiteit

Beheersovereenkomst 2007-2011

Media richten stages in voor allochtone journalisten in spé

Op de Ontmoetingsdagen was het belang onderstreept van diversiteit op de werkvloer en dan zeker op de redacties. Journalisten van allochtone origine hebben een meerwaarde. Ze hebben contacten met allochtone gemeenschappen, de drempel is voor hen minder hoog. Ook kunnen ze bepaalde gevoeligheden beter inschatten. Soms spreken ze naast Nederlands ook Arabisch, Berbers of Turks. Verschillende media beseffen dit en richten daarom in 2002-2003 stages in voor allochtone journalisten in spé. Met fondsen van de Koning Boudewijnstichting (Media in Beweging) voeren persbureau Belga het project ‘Allochtone journalisten maken Belga-nieuws’ en TV Brussel het opleidingstraject Prisma, beide gericht op allochtone jongeren.

Over de Belga-stage schrijft de brochure Media in Beweging van de Koning Boudewijnstichting:

“De stagiairs hebben een impact op de interne journalistieke werking. Van Belga-journalisten wordt neutraliteit verwacht.Maar zelfs dan behelst het brengen van louter nieuwsfeiten inhoudelijke keuzes. Voor Belga is het verrijkend dat de stagiairs een nieuw geluid brengen in de discussies over dergelijke keuzes.”

Van de stagiairs van het eerste uur, werkt momenteel slechts een fractie in de media. Noch Belga, noch TV Brussel, breidden een vervolg aan het initiatief. Reden is onder meer de polemiek die deze stages veroorzaakten. Voor de ene discriminerend voor autochtonen, voor de andere politiek van het minste kwaad. Een stagiair van Prisma vat het in de eerder genoemde brochure treffend samen:

“Zolang er in de media een tekort is aan allochtonen en er een beperkte doorstroming is naar de reguliere mediaopleidingen, zijn specifieke mediatrainingen (voor allochtonen) onontbeerlijk. Dit neemt niet weg dat ik het onderscheid allochtoon-autochtoon enigszins absurd vind. Als geboren en getogen Brusselaar met Belgisch-Afrikaanse roots, beschouw ik mezelf als autochtoon. De buitenwereld denkt daar echter anders over.”

De idee om opleidingsstages in te richten is, zoals gezegd, wel overgenomen door de VRT.

Beleid stelt inventaris van allochtone aanspreekpunten samen

De Ontmoetingsdagen pleitten voor meer allochtone woordvoerders in de media. Gevestigde Waarden, een CD-rom met 200 allochtone experts, was hierop het antwoord. De mosterd komt van het lexicon 'Zeg niet te gauw, d’r is geen vrouw', waarmee redacties snel vrouwelijke experts terug vinden.

Gevestigde Waarden is mogelijk gemaakt door minister Mieke Vogels, toen bevoegd voor Gelijke Kansen, maar ontwikkeld door het Minderhedenforum. Ze is gratis in 2004 verspreid onder alle Vlaamse beroepsjournalisten.

Vanaf 2008 is een vervolg operationeel. De expertendatabank, opgezet door minister Van Brempt, wil media de kortste weg wijzen naar deskundige vrouwen, allochtonen en mensen met een functioneringsbeperking.

www.expertendatabank.be

Bestel de CD Rom Gevestigde Waarden

Middenveld: Minderhedenforum richt TrefMedia op

De Ontmoetingsdagen vroegen de oprichting van een permanente motor voor meer en betere diversiteit in de media, die systematisch de betrokken actoren kan stimuleren en ondersteunen en die expertise kan verzamelen en verspreiden. Onder impuls van het Minderhedenforum werd dit opgenomen in de in 2004 geactualiseerde ontwerpversie van het strategisch beleidsplan voor etnisch-culturele minderheden dat de Vlaamse Regering in 1996 goedkeurde. Het plan spreekt van “het inrichten van een permanente basis die media kan stimuleren, het stimuleren van erkende verenigingen van etnisch-culturele minderheden tot het voeren van een media – en communicatiebeleid en het actualiseren en uitbreiden van de databank van deskundige allochtonen”. Maar dit plan werd door de huidige legislatuur niet meer goedgekeurd. De uitvoering bleef dode letter.

In april 2004 deed het Minderhedenforum een voorzet. Het richt TrefMedia op, wat staat voor Trefpunt voor Media in Diversiteit. Dit is voor het Minderhedenforum een instrument om strategisch te werken aan een evenredige participatie en een accurate beeldvorming van etnisch-culturele minderheden aan en in de media. Concreet zal TrefMedia expertise verzamelen en verspreiden onder meer via webstek en nieuwsbrief, media en minderheden stimuleren en ondersteunen, initiatieven opzetten.

 

“De stereotiepe beeldvorming is aan bijstelling toe. (…) Misschien is het wel nuttig om elke week wat zendtijd uit te trekken door en met allochtonen, over de meest diverse maatschappelijke onderwerpen. Misschien maakt het allochtonen iets minder onbekend en verkleint het de vervreemding. Media-initiatieven kunnen rechtstreekse ontmoeting niet vervangen maar wel ondersteunen.” Cathy Berx, CD&V. De Standaard, 15 november 2005.

 

III. Kijken bij de buren: Groot-Brittannië en Nederland

DE VRT haalde de mosterd bij het diversiteitcharter van de BBC.

“The BBC is committed to reflecting the diversity of the UK and to making its services accessible to all. This applies both to the output - TV, radio and online - and the workforce, aiming to be inclusive of those groups who are often under-represented - older people, women, disabled people, people from ethnic minorities, those of all faiths and social classes, lesbians and gay men. To this end the BBC has a number of initiatives in place aimed at finding and developing new creative talent, from BBC Talent through to The Writers' Room, that are prioritising diversity. Off air, the BBC met its target for 10 per cent of its staff to be from ethnic minority backgrounds by the end of 2003, and has set a new target of 12.5 per cent to be met by the end of 2007. The BBC is a member of the Broadcaster and Creative Industries Disability Network (BCIDN) and the Cultural Diversity Network (CDN). These commit major British broadcasters to improved diversity in recruitment and on-air representation.”

De inplanting en het beleid van de Cel Diversiteit zijn op Britse leest geschoeid. Op het Diversity Center van de BBC werken 20 mensen. Ook in de landelijke bureaus (Scotland, Wales, North Ireland) is er telkens één diversiteitverantwoordelijke. Net als bij de VRT hebben de diversiteitmanagers geen feitelijke macht, maar wel een adviserende rol

Het doelpubliek van het BBC-diversiteitbeleid verschilt grondig van het Vlaamse . In Groot-Brittannië is een ethnic minority in de eerste plaats een groep van Aziatische afkomst (Pakistanen, Indiërs, Bengalis, …) en in de tweede plaats zwarten (Nigerianen, Jamaïcanen, mensen uit de Caraïben …). Ten derde zijn er dan nog allochtonen met Arabische roots. De eerste twee groepen zijn geïmmigreerd als gevolg van de koloniale band tussen Groot-Brittannië en hun land van herkomst. De laatste groep zijn meer recente inwijkelingen en dit meestal om economische redenen. De BBC mikt in eerste instantie op de eerste twee grootste, minderheidsgroepen. Bij de Aziaten en de zwarten in Groot-Brittannië is er een sterkere band met Groot-Brittannië. Vaak is de taal in hun land van herkomst ook al Engels of zijn ze al de 5de of 6de generatie die in Groot-Brittannië vertoefd.

Uniek is het Cultural Diversity Network, een overkoepelend netwerk over de verschillende omroepen heen. Hoofddoel is monitoring en uitwisseling. Maar er gaat ook acties van uit, waaronder case-studies, good-practices lijsten en studiedagen. Uniek is dat in dit netwerk verschillende concurrerende omroepen samenwerken.

Ook Nederland wordt dikwijls naar voor geschoven als stichtend voorbeeld. Net als in Vlaanderen is ‘het probleem ontdekt’ in de jaren ’80. Net als in Vlaanderen kwam het eerste antwoord van de openbare omroep dat een typisch doelgroepenprogramma lanceerde in de taal van etnische minderheden en met Nederlandse ondertitels. En net als in Vlaanderen werd ook deze piste verlaten. Het exclusief doelgroepenprogramma week– 10 jaar eerder dan bij ons – voor een inclusieve aanpak. Voortaan zouden diversiteit in alle programma’s aanwezig moeten zijn.

Toch moet het succesverhaal Nederland niet overdreven worden. Anno 2006 weerspiegelen ook de Nederlandse media geenszins de multiculturele realiteit. Dat zijn de conclusies van Susan Bink in een overzichtsrapport over het beleid rond media en diversiteit in Nederland.

TrefMedia is in 2004 opgericht naar voorbeeld van Mira Media. Mira Media ijvert voor diversiteit in de media, en dat al meer dan 20 jaar. En ook Nederland heeft zijn versie van de Cel Diversiteit. De publieke omroep NOS installeerde in 2000 het inmiddels opgedoekte Bureau Beeldvorming en Diversiteit, dat binnen de omroep zou meehelpen bij de realisatie van deze inclusieve politiek.

Koploper is NPS, de Nederlandse Programmastichting. Dat is al sinds eind jaren ’90 jaren een kenniscentrum voor goede multiculturele programma’s van de publieke omroep. NPS, dat uitzendt op Nederland 3, heeft de wettelijke verplichting om 20% van de zendtijd te besteden aan minderhedentelevisie. Ed Klute van Mira Media schrijft:

“In Nederland investeerde alleen NPS de afgelopen tien jaar structureel in multiculturele programma’s en multiculturele redacties. Via een lange reeks experimenten, beginnend met het praatprogramma Bij Lobith in de jaren tachtig, zijn daardoor succesvolle programma’s ontstaan als Dunya & Desie, Premtime en Raymann is laat. De resultaten van de NPS zijn de vrucht van langdurig bouwen aan stevige netwerken in de samenleving, betrokkenheid bij interculturele mediaprojecten en festivals en ervaring in het rekruteren en opleiden van allochtoon talent. De NPS fungeert als hét kennis- en opleidingscentrum voor heel ’Hilversum’, en levert steeds vaker allochtone redacteuren af die bij andere omroepen aan de slag kunnen.“

Meer over diversiteit op de BBC

Meer over Diversity Network

Overzicht beleid Nederland

Onderzoek over de programma’s van NPS

www.miramedia.nl

 

IV. Interculturele televisie: van Babel tot Man Bijt Hond

Van doelgroepenprogramma naar een allochtonenomroep?

Begin jaren ’90 wilde ook de openbare omroep iets doen aan de kloof tussen media en allochtonen. Het resultaat was Babel, een typisch doelgroepenprogramma met een hoog service-gehalte. Snel volgde een koerswijziging richting multicultureel programma voor een breed publiek, inclusief allochtonen die daar immers deel van uitmaken. Couleur Locale draaide drie seizoenen (1992-1995). Niet zonder succes. Het programma sleepte de prijs van de Liga voor de Mensenrechten in de wacht en de Mediaprijs voor een Harmonieuze Samenleving van de Koning Boudewijnstichting. Het management voerde het pogramma af omdat het niet langer doelgroeptelevisie wenste. Voortaan moest diversiteit (inclusief) in alle programma’s aanwezig zijn.

Geen multicultureel programma dus, maar een multiculturele omroep. In werkelijkheid verdween de interesse voor diversiteit bij de openbare omroep. Volgens waarnemers was dit te wijten aan de strijd die de VRT toen had ingezet tegen het succes van de commerciële omroep VTM. VTM had een uitgesproken Vlaams profiel. De VRT nam deze succesformule over.

De roep om een multicultureel programma bleef onderwerp van debat. Via het georganiseerde allochtoon middenveld, blijven etnisch-culturele minderheden duidelijk maken dat interculturele televisie bruggen kan bouwen. In 2002 leek die even realiteit te worden. Initiatief kwam van Johan op de Beeck, oprichter van de economische doelgroepenzender Kanaal Z. Hij liet zich inspireren door buitenlandse programma’s of zenders gericht op minderheden. Toenmalig minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mieke Vogels was dolenthousiast. Het accent zou liggen op nieuws uit eigen land, België dus, maar dan bekeken door een allochtone bril. Achter de schermen kreeg het voorstel steun van enkele VLD-prominenten. En wat ook belangrijk is: de (Vlaamse) overheid zou met het merendeel van het kapitaal over de brug komen.

Het tij keerde toen de plannen uitlekten in de media. Volgens waarnemers kwam dit lek vanuit socialistische hoek die het voorstel niet zagen zitten. In de mediaheisa die volgde, gingen stemmen op tegen het voorstel, ook van de openbare omroep. Vooral het aparte statuut voor de zender wekte wrevel. Afgeschrikt door de negatieve pers, trok de VLD haar steun in. Ook het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding vond het een slecht idee. Zij keerden zich tegen het onderbrengen van migranten in een aparte niche. Het Centrum sprak zich uit voor het opnemen van diversiteit in een generalistisch aanbod en zit daarmee op dezelfde golflengte als de openbare omroep.

Een gemiste kans, want nogal wat mediakenners zijn het erover eens dat minderhedenmedia of - programma’s de integratie eerder bevorderen dan afremmen. Een dergelijke aanbod is de perfecte aanvulling op diversiteit in een generalistisch media-aanbod. Dat vindt ook VTM-journalist Faroek Ozgünes:

“Integratie? Dat zijn Turkse soaps in het Vlaams. Omgekeerd zou het fantastisch zijn als Thuis of Familie ondertiteld worden. Stel je voor dat Vlamingen verslaafd raken aan de Turkse versie van Frank Bomans. Dat zou fantastisch zijn.”

Flip Voets, secretaris-generaal en ombudsman van de Raad voor Journalistiek, nuanceert. Een minderhedenzender, zoals Vogels die voorstond, vond hij geen goed idee: “Een doelgroepenzender voor allochtonen is in Vlaanderen totaal onhaalbaar, omdat die groep veel te klein is. En bovendien te divers: je kunt een Kosovaarse vluchteling niet op een hoop gooien met een de derdegeneratieMarokkaan of een Afrikaanse asielzoeker. Dat is geen doelgroep. In Groot-Brittannië zit je met anderhalf miljoen mensen van Pakistaanse origine, dus daar is het anders. “ Maar Voets is het evenmin eens met het argument dat het de integratie zou tegenwerken. “Waarom ons niet wijden aan een doelgroepenprogramma van één televisieseizoen? Op de Nederlandse televisie bestond vorig jaar een origineel spelprogramma rond de multiculturele samenleving. Twee Antilliaanse kandidaten speelden tegen twee Marokkanen of twee Turken. Ga er eens een beetje vrolijk mee om! Je kunt tientallen dingen bedenken. In het algemeen snijdt het Vlaamse cultuurlandschap – gaande van literatuur tot televisiedrama – veel te weinig het thema van de multiculturele samenleving aan.”

Eerste interculturele televisieprijs

De eerste allochtone personages doken op bij de openbare omroep eind jaren '90. Bekendste voorbeeld zijn Mo(hamed) Fawzi en zijn dochter Aïsha in de soap Thuis. De scenaristen willen via deze personages duidelijk samenlevingsthema’s aansnijden. Een Marokkaans huwelijk, interculturele relaties en de ramadan, passeren de revue. Sinds 2001 speelt de Poolse Waldek mee. Waldek wordt gespeeld door een rasechte Vlaming maar Poolse migranten herkennen zich toch in het personage met het typisch accent.

Ondanks veel goede bedoelingen tasten scenaristen soms in het duister over het neerzetten van allochtone personages. Allochtone kijkers vonden Mo aanvankelijk te braaf. Daarom werkte de ploeg van Thuis een tijdje met een (allochtoon) kijkerspanel dat Mo, Aïsha en Waldek bijstuurde. Een unicum, wat ook bleek uit de persaandacht voor deze ingreep.

Terugkerend probleem is het vinden van geschikte (allochtone) acteurs en actrices. In 2006 - 2007 zet de VRT daarom in samenwerking met Filmatelier Flying Carpet een éénmalige acteursopleiding op voor allochtoon  talent.

Op de commerciële netten zien we allochtone personages opduiken in Vlaamse fictie zoals Familie en Wittekerke.

Ook entertainment wordt steeds gekleurder. In 2006 nog haalde Selahattin Koçak voorpagina's met zijn optreden in De Slimste Mens. Maar vooral 2007 was een sleuteljaar. Steeds meer ontspanningsprogramma's bekenden kleur. Het Minderhedenforum wil mediamakers stimuleren meer en vooral beter de interculturele samenleving naar de televisie te brengen. Daarom reikt het de eerste (Vlaamse) telvisieprijs uit aan het beste ontspanningsprogramma dat etnische-diversiteit brengt. Laureaat wordt Man Bijt Hond dat al 10 jaar allochtonen in beeld brengt, die nu eens niet worden aangesproken op samenlevingsproblemen maar als mens!

Commentaar: Diversiteit wegmoffelen noch beklemtonen

2007 is tot dusver hét jaar van interculturele televisie. Maar was het ook goede interculturele televisie? Er bestaat geen sluitende definitie, maar volgende richtlijn biedt enig houvast. Uitgangspunt is dat etnisch-culturele diversiteit, afkomst of religie niet moeten verstopt worden. Die zijn nu eenmaal aanwezig in de samenleving en moeten dus ook hun weg vinden naar het scherm. Maar het kan niet de bedoeling zijn om mensen te reduceren tot louter hun etnisch-diverse roots. Dan loert het gevaar voor stereotypering om de hoek. De richtlijn luidt dus: diversiteit tonen zonder mensen ertoe te reduceren.

lees meer over de interculturele televisieprijs

 

V. Beleid: versnipperde bevoegdheden en acties

Zoals gezegd blijft het tijdens de (Vlaamse) legislatuur 2004-2009 wachten op de goedkeuring van een integraal en strategisch beleidsplan voor etnisch-culturele minderheden. Maar wat doen de afdelingen Media, Inburgering en Gelijke Kansen?

De beleidsnota Media 2004-2009, ingediend door minister Bourgeois, heeft aandacht voor beeldvorming van etnisch-culturele minderheden in de media en voor het belang van evenredige participatie.

“De participatie van Vlamingen van allochtone afkomst kan op twee manieren worden ingevuld. Enerzijds is er de vraag om aanwezig te zijn in het media-aanbod, anderzijds is er ook de vraag van deze mensen om zich beroepshalve te engageren binnen de media. Naast deze twee vormen van participatie is ook de beeldvorming een aandachtspunt, in hoofdzaak binnen nieuwsprogramma’s en duiding. Het charter van de VRT kan hier als voorbeeld worden genomen, samen met de richtlijnen die ook binnen de geschreven pers kunnen worden gehanteerd”.

De meest concrete realisatie tot nog toe vanwege de afdeling Media is de steun aan TrefMedia, eerst in 2005 en daarna in 2006 en 2007.

Daarnaast verankert de recente beheersovereenkomst 2007-2011 tussen de openbare omroep en de Vlaamse overheid, het VRT-diversiteitsbeleid. Een primeur. Anders dan zijn voorgangers, stipuleert de tekst vrij gedetailleerd wat de VRT op het vlak van diversiteit moet gaan doen.

Ook Minister Keulen breekt in de beleidsnota 2004-2009 een lans voor diversiteit in de media.

“Massacommunicatie via de media kleurt voor een groot deel onze kijk op de wereld. (…) Bepaalde burgers en bevolkingsgroepen worden soms gestigmatiseerd. (…) Het is ook belangrijk dat de berichtgeving van media omtrent personen van diverse herkomst en het samenleven in diversiteit gekenmerkt wordt door juiste en evenwichtige informatie en beeldvorming”.

Maar ook hier is de steun aan TrefMedia één van de weinige concrete beleidsdaden, eerst in 2005 en later in 2006.

Verder laat de minister in de convenant 2006-2008 tussen integratiediensten en de Vlaamse administratie beeldvorming, waaronder beeldvorming in de media, opnemen als prioriteit.

Medio 2006 stelt minister Keulen 5.000.000 € ter beschikking voor initiatieven ter versterking van het inburgeringsbeleid en het managen van diversiteit. In het kader van die 'managers' krijgt de VRT een mooie som voor het draaien van Rwina, de eerste interculturele jongerenreeks, te zien in 2008. Ook in 2007 komt Keulen met een envelop van 5.000.000 € over de brug. Dankzij deze projectpotten vinden enkele intiatieven voor meer diversiteit in de media financiering (zie punt VI).

Tijdens de legislatuur 2004-2009 werkt het kabinet van minister van Gelijke Kansen, Kathleen Van Brempt, aan een expertendatabank voor meer diversiteit in de media.

meer over de 'managers' op www.fov.be

www.expertendatabank.be

Commentaar: Nood aan duurzaamheid!

Alle voornoemde beleidsdomeinen scoren zwak op duurzaamheid. De afdeling Media heeft amper voldoende middelen om projecten te ondersteunen laat staan duurzaam te ondersteunen. De afdeling Gelijke Kansen zet dan wel een expertendatabank op poten maar heeft vooralsnog geen enkel zicht op duurzaam onderhoud (lees: financiering) ervan. Daarvoor lonkt Gelijke Kansen naar ... Media!

Minister Keulen heeft wel wat middelen te verdelen. Zijn dubbele projectoproep, goed voor 10.000.000 € (!) in twee jaar, heeft als voordeel dat vele sectoren en instanties exra middelen krijgen die ze naar eigen behoeften en draagkracht kunnen aanwenden voor interculturalisatie en participatie van etnische-minderheden. Het succes van beide oproepen bewijst ook dat daar nood aan is.

Maar het is vooralsnog wachten op de evaluatie van deze projecten en projectjes om iets te vertellen over het duurzaam effect. Want in al zijn nobele intenties, ziet minister Keulen twee belangrijke zaken over het hoofd.

1. Projecten zijn tijdelijke impulsen. Ze sorteren geen duurzame effecten. Het is dan ook redelijk onzinnig om duurzaamheid als criterium voor het indienen van projecten naar voor te schuiven.

2. Projecten zijn complementair met structurele werkingen maar kunnen die niet vervangen. Structurele werking mag dus niet verwaarloosd worden, wel integendeel.

Bij dit laatste punt wringt nu net het schoentje. Inzake media en diversiteit is het een illusie te geloven dat tijdelijke impulsen volstaan om op korte termijn de kloof tussen media en allochtonen te dichten. Het Minderhedenforum heeft altijd gepleit voor een centraal aanspreekpunt dat expertise kan verspreiden en impulsen kan geven aan media én allochtonen. Met TrefMedia, ontstaan in april 2004, heeft het dit aanspreekpunt zelf opgericht. TrefMedia had van meet af aan de ambitie om, als aanvulling op projecten, een structurele en duurzame werking uit te bouwen en dat binnen het Minderhedenforum. Maar de continuering ervan is voortdurend bedreigd door onzekerheid eigen aan projectsubsidies, die dan nog van de afdeling Media komen en niet van Inburgering.

 

“Het minste dat je van media kan vragen, is dat ze de integratie niet voor de voeten lopen.” (Huub Evers, docent Journalistieke kwaliteit en Interculturaliteit aan de Fontys Hgeschool voor Journalistiek in Tilburg)

VI. Interculturele journalistiek

Meer etnisch-culturele diversiteit in de journalistiek krijgen, had tot nog toe vier dimensies. Ten eerste hield het in: meer allochtone journalisten op de redactie. Ten tweede betekende het dat journalisten meer woordvoerders van allochtone origine opvoerden. Als derde punt moest men zorvuldig berichten over minderheden, waarbij de aanbevelingen van de Journalistenbond (zie hoger) als richtsnoer gelden. En ten vierde moest er meer nieuws gebracht worden uit de allochtone gemeenschappen. Deze lijst is een gedeelde bekommernis van journalisten én etnisch-culturele minderheden. Hierover bestaat dus een consensus.


Deze strategiën hebben als tekortkoming dat ze de journalistiek zelf onvoldoende in vraag stellen. De overtuiging groeit bij middenveld en bij sommige mediamakers de huidige journalistiek slechts moeizaam en beperkt kan interculturaliseren. Enkele mechanismen die ingeburgerd zijn, zowel in de manier waarop journalisten hun job invullen, als in de redactionele lijn van verschillende media, staan die interculturalisering in de weg. Tot deze mechanismen behoren:

1. Journalisten geven een forum aan de politieke, economische en culturele elite van de samenleving. Etnisch-culturele minderheden behoren niet of nauwelijks tot die elite.
2. Journalisten zijn weinig overtuigd van hun subjectieve rol. Ze zien zichzelf nog te veel als neutraal (lees: objectief) doorgeefluik, volgens de fameuze fly on the wall theorie. Die taakopvatting heeft wortels in de jaren ’70 als reactie tegen de toenmalige media die louter spreekbuizen waren van politieke partijen. De evidence based journalisitiek, met absolute nadruk op de bronnen, is echter blind voor de impact van selectiemechanismen en hardnekkige interpretatieschema’s (bias) die dagelijks aanwezig is in de berichtgeving.
3. Met het oog op de kijkcijfers wordt gretig gescoord op de rug van allochtonen. Liever scoops en incidenten dan berichten over abstracte processen. De maatschappelijke impact van berichtgeving, de beeldvorming dus, valt volgens journalisten buiten hun verantwoordelijkheid.
4. Media zijn geen voortrekkers in de samenleving, wel integendeel. Zij zijn eerder volgzaam tegenover het dominant discours en dat is nu eenmaal verhard sinds 9/11.


Het is niet allemaal kommer en kwel. Er zijn ook verschuivingen in de goede richting. Zo komen allochtone onderwerpen en woordvoerders effectief meer in de media. Maar dit is niet louter de verdienste van welwillende journalisten. Het is minstens evenzeer het resultaat van jarenlange inspanningen van allochtone verenigingen die het voortouw namen inzake mediarelaties. Het multicultureel debat leeft meer dan ooit en het is positief dat allochtonen zich daarin roeren! Tweede positieve verschuiving is te vinden in reportagejournalistiek. Er worden schitterende reportages gemaakt, vooral dan in kranten, over de multiculturele samenleving. Ten derde zijn media geen monolitisch blok. Sommige leveren meer inspanningen dan anderen.


Maar het resultaat is onvoldoende. De hamvraag die zich stelt is structureel en zijn een fundmantele aanvulling op de gekende strategieën. Ze luidt: gesteld dat media dat willen, hoe kunnen ze dan bruggen bouwen tussen mensen en bevolkingsgroepen?

Dubbele invalshoek: ethiek en kwaliteit


Het is de eerste taak van media om te informeren, niet om de samenleving bij elkaar te houden. Maar gezien haar impact kan de journalistiek trachten, naar eigen mogelijkheden en beperkingen, bruggen te bouwen tussen bevolkingsgroepen en die niet alleen op te blazen. Er zijn heel wat believers die dit standpunt bijtreden. Eén van hen is Huub Evers, docent Journalistieke kwaliteit en Interculturaliteit aan de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg. Maar hij blijft realistisch: “Het minste dat je van media kan vragen, is dat ze de integratie niet voor de voeten lopen.” Ook de Engelse hoofdredacteuren, verenigd in de Society of Editors, vinden in hun brochure How journalists can contribute the community cohesion, dat de media die taak (secundair) hebben. (Bron: Over interculturaliteit en kwaliteit van de journalistiek, Huub Evers, lezing 25 mei 2007)

Complementair met dit ethisch aspect, is het kwaliteitsaspect. Momenteel lijkt hierover amper een debat mogelijk. De Vlaamse journalistiek reageert heel defensief op kritiek van buitenaf. Zelfreflectie en mediakritiek zijn nagenoeg afwezig. Media zelf staan een debat over de kwaliteit van de journalistiek in de weg. Het publiek debat wordt immers mogelijk gemaakt, begrenst of afgeblokt door ... de media zelf. We vragen media om de koudwatervrees te laten varen en de moed te hebben de hand in eigen boezem te steken. Dit kan de kwaliteit van de journalistiek louter ten goede komen.


Commentaar: Nood aan een nieuw concept


Om de idee van journalistiek als bruggenbouwer te realiseren, is een (ver)nieuw(end) concept nodig. Openbare communicatie moet zich opnieuw baseren op een paradigma van waarden. Begrippen als sociale cohesie, integratie en harmonie zijn daarbij cruciaal. Om media daarvan te overtuigen, dienen een aantal stappen gezet.


De idee dat journalisten een neutraal doorgeefluik zijn, is achterhaald. De eerste stap is dat journalisten zich bewust worden van hun subjectiviteit. Die subjectiviteit manifesteert zich in de selectiemechanismen, in de definitie van nieuws en in de keuze van de woordvoerders en opiniemakers. Die subjectiviteit manifesteert zich eveneens in het gewicht dat een feit al dan niet krijgt. Niet zelden wordt een feit uitvergroot door de mimesis, het feit dat media berichten van elkaar overnemen. Die herhaling creëert een hype, zonder dat er nieuwe feiten bovenop komen. Media missen daardoor wel eens gevoel voor proportie. Komt daar nog bij dat journalisten onbewust hun eigen leefwereld als referentiekader nemen.


Bij de tweede stap komt er ruimte vrij voor het (gedeeltelijk) herdenken van de journalistiek zoals die vandaag wordt bedreven. Die journalisitiek zou dan gebaseerd zijn op een sociaal paradigma van sociale cohesie, integratie en harmonie. Dat betekent overigens geen volledig tabula rasa. De uitdaging bestaat erin om dit project te verzoenen met de huidige, overwegend commerciële logica.


De derde stap is de moeilijkste: de vertaalslag naar de praktijk. Toegepast op ons eigen domein ‘interculturele journalistiek’ zijn volgende pistes zeker een stap in de goede richting:


-Een dialoog organiseren tussen verschillende bevolkingsgroepen die verder gaat dan het louter detecteren van ongetwijfeld tegengestelde meningen maar waarvan de inzet is: actief zoeken naar oplossingen en niet naar schuldigen. De Standaard deed een nobele en interessante poging in deze richting toen ze in maart 2007 een reeks bracht over de islam waarbij ze claimde meer begrip te genereren tussen gemeenschappen. Maar het resultaat voldeed niet aan de verwachtingen omdat niet was nagedacht over de journalistieke invulling van deze claim. Een gemiste kans!
-Radicaal tijd en middelen investeren in netwerken met allochtone gemeenschappen. Dit betekent een halt aan de ‘bureaujournalistiek’, die vooral op krantenredacties bedreven.
-Aanvaarden dat allochtone journalisten op een redactie een debat openen over de mogelijke invulling van ‘interculturele journalistiek’ en de gangbare routines in vraag stellen.
-Nadenken over het specialisme ‘multiculturele samenleving’ en de invulling ervan. Idealitèr gebeurt dit reeds in de opleidingen tot journalist. Welke is de kennis en wat zijn de vaardigheden waarover een journalist met dit specialisme moet beschikken?
-Nadenken over het doorbreken van de hardnekkige interpretatiekaders die zelden meer zijn dan weergaven van dominante sociale schisma’s aanwezig in de samenleving. Journalisten kunnen hun creativiteit aanwenden om deze kaders te doorbreken.


Toegegeven, deze denkoefening is voorlopig onvolledig en mist coherentie. Ze kan dan ook zeker niet gedaan worden in het middenveld. Het middenveld kan hoogstens suggesties doen. Het zijn de redacties zelf die de moed moeten hebben om dit concept vorm te geven.

En tot slot nog dit. Critici zullen ongetwijfeld opwerpen dat de journalistiek hiermee een bepaalde richting wordt uitgestuurd. Ze zullen aanbrengen dat ze geen terugkeer willen naar de jaren ’70. Ze hebben overschot van gelijk! Niemand vraagt om een restauratie waarbij journalisten opnieuw slippendragers worden van politieke partijen. Een geëngareerde journalistiek gebaseerd op een sociaal paradigma waarbij oplossing en samenhang centraal staan, vereist nu net dat journalisten onafhankelijk kunnen werken! Ook geëngageerde journalistiek moet professioneel, betrouwbaar en controleerbaar zijn.

Lees meer over De Standaard-reeks ‘Islam ontsluierd’

VII. Besluit: balans en toekomstperspectief

Kroniek

De afgelopen vijftien jaar waren er talrijke acties en initiatieven die de etnisch-culturele diversiteit in de media willen bevorderen. Sommigen waren éénmalige impulsen, andere bouwden een duurzame werking uit. Onderstaande lijst is een eerste aanzet tot inventaris.

1993

De berichtgeving over etnisch-culturele minderheden wordt voor het eerst onderzocht

Faroek Ozgünes werkt sinds 1990 als enige journalist met allochtone roots bij VTM

VRT zendt Couleur Locale uit

1994

Journalistenbond ontwerpt richtlijnen voor de berichtgeving over allochtonen

1995

Couleur Locale valt in de prijzen en wordt afgevoerd

2000

Vervolgonderzoek naar de berichtgeving over etnische minderheden wijst op lichte verbetering

In Nederland besteedt NPS 20% aan minderhedentelevisie

2001

Na 9/11 neemt islam bashing in samenleving en media toe, wat leidt tot tegenbeweging

2002

Ontmoetingsdagen Media & Allochtonen van het Minderhedenforum vestigen de aandacht op het probleem en suggereren oplossingen.

2003

Belga stage

Koning Boudewijnstichting voert project Media in Beweging

TV Brussel stage (Prisma)

VRT richt Cel Diversiteit op

2004

Europees manifest vraagt ondersteuning van etnische media

Minderhedenforum richt TrefMedia op

Mieke Vogels en Minderhedenforum stellen eerste inventaris van allochtone woordvoerders samen

2005

Faroek Ozgünes werkt nog steeds als enige journalist met allochtone roots bij VTM

Internationale Journalistenbond is kritisch voor berichtgeving in het kielzog van 9/11

Senaat debateert over media en diversiteit

TrefMedia brengt e-zine over media en diversiteit

2006

Debat blijft uit na collectieve mediasisser rond Joe Van Holsbeeck

Spanning tussen vrijheid van pers en opinie en van godsdienst na rel rond Mohammed cartoons

TrefMedia organiseert seminarie interculturele televisie uit Nederland (NPS)

UGent voert twee Europese projecten aan: eCLIPSe en XenoCLIPSe

VRT en MIRA organiseren samen een eenmalige opleiding voor allochtone acteurs/actrices

2007

Bij Vroem volgen woonwagenbewoners mediatraining (met de steun van Managers van Diversiteit)

Erasmushogeschool ondersteunt voor  tweede keer allochtone studenten in de opleiding journalistiek (met de steun van Managers van Diversiteit)

Gezamenlijke studiedag van Journalistenbond en CGKR vraagt om opfrissing aanbevelingen

Kif Kif publiceert boek over resultaten van mediawatch

Man Bijt Hond wint eerste interculturele televisieprijs

Studie toont aan: allochtonen kijken wél naar de vlaamse televisie

TrefMedia organiseert seminarie Etnomarketing

Urgent richt Radio Zuid op (met steun van de Managers)

VRT verankert diversiteitsbeleid in beheersovereenkomst 2007-2011

2008

VRT zent Rwina uit, de eerste interculturele jongerenreeks (met de steun van Managers van Diversiteit)

Online expertendatabank wordt operationeel

en zeker ook nog:

Kif Kif mediawatch is kritische mediawaakhond met analyse en advies van en aan media

Koning Boudewijnstichting geeft jaarlijks beurzen voor journalistieke uitwisseling met buitenland (Turkije en Marokko)

Off TV leidt jongeren op tot videoreporter

 

Balans en toekomstperspectief

Beleid

De balans van het beleid is al eerder opgemaakt (zie hoger): het is versnipperd, mist coherentie en duurzaamheid. Critici vragen zich terecht af: welk beleid? De optelsom van losse flodders kan je alleen met veel goede wil een beleid noemen. Als er bij media al positieve bewegingen zijn op te tekenen, dan zijn deze zeker niet of slechts heel miniem het resultaat van het gevoerde beleid.

Nochthans is de oplossing niet zo moeilijk: naast de vele eenmalige projecten, moet een structurele werking voorzien worden die systematisch initiatieven onderneemt voor meer en betere etnisch-culturele diversiteit in de media, met een duurzaam effect. Een dergelijke werking kan ook de lijm zijn tussen de verschillende projecten en de media. Want vreemd genoeg ontbreekt die link nu nog te dikwijls. Een dergelijke structurele werking bestaat en maakt al vier jaar lang deel uit van het Minderhedenforum (TrefMedia, Trefpunt voor Media in Diversiteit) maar haar toekomst is voortdurend bedreigd door gebrek aan middelen.

Media

Vier jaar na de oprichting van de Cel Diversiteit, is de openbare omroep nog steeds het enige medium met een beleid rond diversiteit. Desondanks zien we bij overige media positieve verschuivingen. Vooral televisie maakte de vertaalslag naar de praktijk en bracht meer kleur in ontspanningsprogramma's. Hopelijk is dit geen mode maar is voor eens en voor altijd de kentering ingezet.

Belangrijk is dat mediamakers en programmatieverantwoordelijken een diversiteitsreflex ontwikkelen. Het gaat daarbij niet alleen om de programma's zelf maar ook om de diversiteit op de werkvloer. Bij het uitreiken van de eerste interculturele televisieprijs is gebleken dat de meeste productiehuizen erg witte bastions zijn. Er is dus nog werk aan de winkel.

Ook journalistieke media raakten de afgelopen periode overtuigd van de noodzaak tot interculturaliseren. Maar hier schiet de vertaalslag naar de praktijk te kort. Minder dan 1% van de Vlaamse journalisten heeft een allochtone achtergrond. Interculturele journalistiek wordt formeel ingevuld: hier een daar een allochtoon journalist, een woordvoerder of een extra persbericht. Journalisten achten zich amper verantwoordelijk voor de beelvorming die ze genereren! Bovenstaande denkoefening voor een vernieuwend concept voor een echte interculturele journalistiek, is hopelijk een uitnodiging aan al wie zich om journalistieke kwalititeit en samenleving bekommert.

Hier dragen individuele journalisten en hoofdredacteurs een verpletterende verantwoordelijkheid. Zij zijn het die zich bij het huidige systeem neerleggen of het herdenken. Media en dan vooral journalistiek, moeten nadenken hoe ze kunnen bijdragen aan de maatschappelijke participatie van etnisch-culturele minderheden. Die denkoefening dient van binnenuit te gebeuren!

Middenveld

Het allochtoon middenveld en haar koepel, het Minderhedenforum, slaan nu al jaren de brug naar de media. Het is de verdienste van het Minderhedenforum dat het thema de afgelopen jaar op de agenda is gebleven. Daarnaast trokken ook andere organisaties aan de kar, met speciale vermelding van de inspanningen én resultaten van Kif Kif.

Het Minderhedenforum richtte met TrefMedia een expertisecel op die bereid is mee na te denken met media over toekomstpistes. Volgens TrefMedia zijn er daarbij twee prioriteiten:

- interculturele televisie

- interculturele journalistiek

De toon daarbij is kritisch en constructief. Het Minderhedenforum heeft oog voor de noden en de tekortkomingen van media én minderheden. Maar het zijn nu eenmaal vooral de media die de sleutels in handen hebben voor verandering. Het Minderhedenforum reikt media de hand om de volgende jaren mee de dialoog te blijven voeren met haar achterban. TrefMedia zal trachten de expertise te verdiepen en te verbreden maar vraagt hiervoor de steun van het beleid.

Katleen De Ridder: medewerker Media en Beeldvorming