|
"Ik wilde dit onderzoek doen om twee redenen. Vooreerst voor mezelf, omdat dit thema me interesseert. Ten tweede wilde ik weten op welke manier Afrikanen bezig zijn met media en welke verwachtingen ze koesteren ten aanzien van media. Daar is weinig onderzoek naar gedaan. En het weinige onderzoek dat bestaat, gaat over Turken en Marokkanen. Gezien mijn eigen Afrikaanse roots, vind ik het belangrijk om ook naar de Afrikaanse gemeenschap te kijken. Toen ik aan mijn onderzoek begon, wist ik weinig of niets over dit onderwerp. Ik probeerde op te zoeken via het Internet en ik ging onder meer naar de bibliotheek van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Ik ben begonnen met 2 contacten, maar na 5 maanden werden het er veel meer. Nu heb ik meer dan 20 mensen ontmoet. Allemaal mensen die werken rond of met interesse voor media, maar ook mensen van Afrikaanse verenigingen of van de Afrikaanse gemeenschap. Ik heb ook veldonderzoek gedaan door middel van een enquête. Ik stelde een vragenlijst op met vragen over 5 media: televisie, radio, magazines, kranten en internet. Die vragen peilden naar het feitelijk mediagedrag, maar ook naar de verwachtingen. Aanvankelijk was ik van plan om 300 mensen te ondervragen maar dat bleek te ambitieus. Het werden er uiteindelijk 200. 300 bleek te ambitieus. De enquêtes verspreidde ik op papier in scholen, kerken en verenigingen. Ofwel via een webstek op het Internet waarop mensen de vragen konden invullen."
Malaise
"Afrikanen lezen amper kranten op het Internet. Dat heeft me verbaasd. Zelf vind ik het heel vanzelfsprekend om kranten te lezen via het Internet. Ook ben ik verrast over de malaise die er leeft bij Afrikanen tegenover Belgische media. Ze hebben echt het gevoel dat ze daarin niet aan bod komen. Belgische media hebben bij hen een slecht imago. Mensen van andere origine hebben een probleem om zich in de media te herkennen. Die richten zich gewoonweg niet op hen. Media spreken slechts autochtonen aan. Dus gaan etnisch-culturele minderheden andere kanalen te gebruiken. Afrikaanse media zijn belangrijk en wel om twee redenen. Het is een vorm van erkenning. En ze kunnen hun eigen mening uitdrukken. Dat gaat ook over de Belgische actualiteit. De term "Afrikaanse media" is wel niet helemaal correct . Het gaat vooral om Afrikaanse programma's op multiculturele radio's in Antwerpen en Brussel en om enkele magazines gespecialiseerd in Afrika of in de Afrikaanse gemeenschap
. Voor dit onderzoek kende ik Radio Panik, waar ik naar luisterde en TéléBruxelles. Nu weet ik dat er meer bestaat. De Afrikaanse media werken met beperkte budgetten én met vrijwilligers. Die vrijwilligers zijn misschien wel journalisten, maar ze doen het als hobby. Ze vinden hun initiatief heel belangrijk voor de Afrikaanse gemeenschap. Er zijn er ook die dit beschouwen als een instap in de journalistieke stiel. Professionalisering? Daarvoor is scholing nodig. Maar professionalisering heeft ook te maken met geld. Met dezelfde middelen dan 'professionele' media, halen Afrikaanse media dezelfde kwaliteit. Er zijn mensen bij die misschien wel in de mainstream media kunnen werken maar door allerlei belemmeringen is dit niet het geval. In Vlaanderen is vooral de taal een belemmering. Weinig Afrikanen spreken er Nederlands. Voor diegenen die het wel spreken, lijken de Vlaamse media weinig toegankelijk. Er zijn bovendien weinig Afrikaanse rolmodellen. Verder heeft de Afrikaanse gemeenschap de rol van media onderschat. 'Media' was tot voor kort geen thema voor hen."
Vlamingen praten, Brusselaars doen
"In Brussel zie je wel dat er iets beweegt. Zo heb ik iemand ontmoet die gestart is bij TéléMatongé (Televisieprogramma van en voor Afrikaanse gemeenschap uitgezonden op TéléBruxelles en op het Internet, nvdr), en die na een stage bij TéléBruxelles er aan de slag ging als journalist! Media vinden moeilijk allochtone journalisten of contactpersonen? Dat doet me denken aan het gesprek dat ik had met Nadia Dala van de Cel Diversiteit (van de VRT). Die is er namelijk wel in geslaagd om de goede kanalen aan te spreken. Met name sites die (allochtone) jongeren veel bezoeken, jongerenverenigingen (van etnisch-culturele minderheden, nvdr) . Je hebt een netwerk nodig. Dat is belangrijk. Ik heb cijfers over het mediagedrag van Afrikanen. De conclusie is: Ze gebruiken eigenlijk dezelfde media dan Belgen, maar ze hebben andere verwachtingen of noden. Afrikanen zijn enorm geïnteresseerd in nieuws, maar ze willen niet alleen Belgisch nieuws maar ook internationaal nieuws. Programma's waarin Afrika aan bod komt, hebben bij hen veel succes.
Ik heb gemerkt dat er een verschil is tussen Vlaanderen en Brussel. In Vlaanderen wordt er veel over gesproken. Men kent het een probleem is maar men doet er niets aan. Er is geen actie. In Brussel praat men niet zoveel maar er gebeurt wel iets. Ik denk dat het goed is om niet alleen te praten, maar ook iets te doen. De actie moet zich concentreren op verschillende fronten tegelijkertijd. We moeten geen mirakeloplossingen zoeken want de oplossingen zijn simpel en gekend. Meer allochtone journalisten; meer multiculturele media en programma's, dat zijn de twee belangrijkste! Nu doen media te weinig en dat creëert een gevoel van frustratie bij de allochtonen. Zo verbreedt de kloof tussen media en allochtonen. Nochtans hebben beide te winnen bij een toenadering! Er zijn dingen mogelijk. Kijk maar naar Amerika. Ik las onlangs dat etnische media daar veel succes boeken, mede dankzij inkomsten via adverteerders. Dat moet hier toch ook kunnen. In dat verband ook: de studie Kleur Bekennen van de VRT (uitgevoerd in 2004, naar de zichtbaarheid van mensen van andere origine op de Vlaamse televisie, nvdr). Ik weet bijna zeker dat de onderzoekers op voorhand de resultaten konden voorspellen ."
Journalistieke ambities
"Als kind had ik veel interesse voor media. Ik maakte zelf tijdschriften. Ik wilde graag voor de media werken. Daarna is de ambitie om in de media te werken wat verwaterd, maar nu heb ik er terug zin in. Voor of achter de schermen, dat maakt me weinig uit. Maar wel bij voorkeur in nieuws. Ik lees elke dag. Het eerste was ik 's ochtends doe is het Internet aanzetten om kranten te lezen. Daarna luister ik naar de radio. Een allochtoon journalist is in de eerste plaats een journalist. Dat zou ik toch doen. Ik zal natuurlijk in eerste instantie mijn werk doen. Maar ik heb de redactie ook iets een extraatje te bieden. Stel dat de redactie een reportage wil maken over de Afrikaanse verkiezingsresultaten of over een gebeurtenis in Matongé. Ik ben dan de geknipte persoon. Ik heb contacten, heb affiniteiten en ken gevoeligheden. Bovendien zullen Afrikanen opener spreken tegen een journalist met Afrikaanse achtergrond."
|