Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > overzicht etnomedia
 
Etnische media in Vlaanderen en Brussel (audiovisueel)
Minderhedenmedia, gemeenschapsmedia, etnische media, multiculturele media, ... het zijn verschillende termen die allemaal hetzelfde aanduiden. In Vlaanderen en Brussel zijn het vooral radiozenders met eigen kenmerken, sterkten en noden. Een kennismaking.
 

1. Gemeenschapsmedia

2. Radio

a) Ontstaansgronden

Verankerd in verenigingsleven

Ontevreden over openbare omroep

Tegen racisme en discriminatie

Multiculturalisme

Digitale mogelijkheden

b) Kenmerken

Onafhankelijk

Verankerd in een gemeenschap

Kleinschalig

Kritisch voor de reguliere media

Luisterpubliek

3. Televisie

1. Gemeenschapsmedia

'Gemeenschapsmedia' of 'community media' ontstaan aan de basis, op initiatief van en voor een gemeenschap. Een 'gemeenschap' is niet altijd een homogene groep, en zeker geen afgebakend geheel. In het Westen is het overwegend een sociologisch gegeven, een sociale beweging die door de massamedia in hoge mate genegeerd, verkeerd begrepen en gemarginaliseerd wordt. De gemeenschap kan dan een socio-economische groep zijn, een lokale organisatie, een subcultuur of, in het geval van multiculturele media, een minderhedengroep.

Het meest voorkomende gemeenschapsmedium in België is de radio. We spreken dan van gemeenschapsradio's. Wanneer er etnisch-culturele minderheden aan bod komen, kan je zo'n zender met verschillende benamingen aanduiden: etnische radio's, multiculturele radio's, interculturele radio's, . De meeste zenders noemen zichzelf niet graag etnisch, omdat ze niet alleen de minderheden, maar ook de autochtone bevolking willen bereiken. Bovendien duidt de benaming 'etnisch' op één bepaalde etnische groep, terwijl elke zender zich tot verscheidene etnisch-culturele minderheden richt. In dit dossier maken we dan ook gebruik van de benaming 'multiculturele radiozender' of het algemene 'gemeenschapsradio'. Soms wordt ook intercultureel gebruikt. Dit geeft aan dat de zender de verschillende etnisch-culturele groepen met elkaar laat communiceren.

2. Radio

De bakermat van de Belgische multiculturele zenders ligt in Brussel. Gemeenschappen die vonden dat ze te weinig aan bod kwamen op de openbare omroep gingen zelf radio maken. Voor veel zenders was het evident dat de communicatie tussen autochtone en allochtone gemeenschappen door middel van radio zou verbeteren. Zo wilden ze zich verzetten tegen racisme en discriminatie. De radiozenders ondersteunden diverse verenigingen, die zo met hun doelpubliek konden communiceren. In andere steden, zoals Antwerpen en Gent, volgden een aantal zenders het voorbeeld van de Brusselse multiculturele radio's door programma's van en voor minderheden aan te bieden.

In West-Europa zien gemeenschapsradio's het licht na de Tweede Wereldoorlog. Tot dan heeft de Belgische openbare omroep (eerst NIR, daarna BRT) een monopolie. Omdat de gemeenschapsradio's illegaal en vaak vanop een schip op zee uitzenden, worden ze oorspronkelijk "piraatzenders" genoemd. De doorbraak komt er op het einde van de jaren 70, wanneer meer piraatzenders beginnen uit te zenden met een volledig programma-aanbod. Aanvankelijk weigert de overheid die lokale radiozenders te reguleren. De openbare omroep wil zelf met lokale uitzendingen beginnen en vreest concurrentie. Maar de overheid kan de wildgroei van piraatzenders niet meer tegenhouden en een wetgevend kader dringt zich op. Vanaf 1980 deelt de overheid erkenningen en frequenties uit. Om het kleinschalige en niet-commerciële karakter van de gemeenschapsradio's te benadrukken, verbiedt de wetgever het uitzenden van handelsreclame. De lokale zenders mogen het zendvermogen van 100 Watt niet overschrijden, en ze mogen niet meer dan in een straal van acht kilometer uitzenden.

a) Ontstaansgronden

Verankerd in het verenigingsleven

Rond 1980 gaan de eerste multiculturele radiozenders van start. Ze onderhouden sterke banden met het allochtone verenigingsleven. Eén van die zenders is Radio Alma, opgericht in 1986 door vijf jongeren, van wie de ouders naar België gemigreerd waren. De zender richt zich tot de Zuid-Europese gemeenschappen. Deze mediterrane bevolkingsgroepen vestigen zich in de jaren 60 in Brussel. Vooral de tweede en latere generaties kunnen zich met geen enkele cultuur identificeren, noch met de Belgische cultuur, noch met die van het geboorteland van hun (groot)ouders. Om het gevoel van ontworteling kwijt te raken, gaan ze op zoek naar de tradities en het cultureel erfgoed van hun land van oorsprong. Daarvoor richten ze verschillende organisaties op, zowel culturele die colloquia en debatten organiseren, als recreatieve of sportieve die de tradities van sport en spel overbrengen en een groter publiek bereiken. Om de communicatie over deze activiteiten te verspreiden, is een krachtig communicatiemiddel nodig. Radio blijkt het gemakkelijkste en goedkoopste medium. Nog steeds wil Radio Alma hoofdzakelijk informatie over activiteiten van verenigingen verspreiden. Sinds 1994 deelt Radio Alma zijn frequentie met Radio Si. Ook Radio Si zendt uit voor de Brusselse migranten uit Zuid-Europa en Latijns-Amerika. "Vooral allochtonen van de tweede generatie wilden hun moedertaal en hun wortels behouden", vertelt medewerker Ramon Fernandez.

Ontevreden over de openbare omroep

Nogal wat gemeenschapsradio's ontstaan uit ontevredenheid over de toenmalige openbare omroep. Veel politieke, sociale en culturele organisaties vinden de omroep weinig objectief en weinig pluralistisch. In Antwerpen is Radio Centraal, dat officieel bestaat sinds 1 november 1980, op antenne sinds het einde van de jaren 70. Volgens huidig coördinator Peter Deceulaer waren de oprichters "mensen van de revolutionaire linkerzijde van de Socialistische Partij. Zij vonden dat de staatsmedia te veel eenzijdige informatie brachten. In 1980 kregen ze de mogelijkheid om radio te maken. Daarmee bereikten ze op een eenvoudige manier en met een beperkt budget een groot aantal mensen. Bovendien konden ze via de radio heel wat mensen aan bod laten komen die elders doodgezwegen werden." Ook in 1980 krijgen "zij die te vaak de deur naar de traditionele media gesloten vinden" de mogelijkheid om programma's te maken op de Brusselse zender Radio Air Libre. De radio richt zich vooral op de Afrikaanse gemeenschap, maar geeft alle minderheden een forum. "De bedoeling was om de stemlozen een stem te geven", zegt medewerker Anoutcha. "Voor iedereen die uitgesloten wordt", voegt presentator Abel eraan toe. Eén van de medewerkers van het eerste uur, Patomas Geoya, zegt dat het "een zeldzame radiozender is" omdat hij "alle personen die zelf de middelen niet hebben toelaat om hun stem te laten horen". De eerste Arabische Zender, Medi Inter, voegt zich eveneens in 1980 bij het Brusselse radiolandschap. Ook hier ligt ongenoegen over de openbare omroep aan de basis. Na het eerste frequentieplan van de Franse Gemeenschap in 1986, krijgt de Arabische gemeenschap met 106.8 een frequentie, verdeeld over zes radio's: Medi Inter, El Wafa, Culture 3, Medi 1, Al Watan en Salam. In 1992 verenigen Medi Inter, El Wafa en Culture 3 zich in de zender Al Manar om samen meer uitzendtijd en meer financiële, publicitaire en personeelsmogelijkheden te krijgen. Al Manar, dat nu 70% van de uitzendtijd in hadden heeft, betekent 'Groot Licht'. De zender wil dan ook een lichtpunt zijn in het uniforme Brusselse medialandschap, en de communicatie tussen de Arabische en autochtone gemeenschappen verbeteren.

Tegen racisme en discriminatie

Als reactie op de groeiende kloof tussen de verschillende gemeenschappen in België, willen veel gemeenschapsradio's de interculturele communicatie bevorderen. Deze "geëngageerde" radiozenders verzetten zich tegen racisme en discriminatie. In 1983 richt een Brusselse groepering tegen racisme en voor de mensenrechten Radio Josaphat op. In de jaren 90 groeit Radio Panik uit Radio Josaphat. De medewerkers discussieerden urenlang rond deze naamkeuze. Iemand stelde Radio Tam Tam voor, maar enkele Afrikaanse medewerkers vonden deze benaming discriminerend. Net toen ze uit pure miserie de vergadering zonder resultaat willen afsluiten, riep iemand "Panik". Nog geen minuut later waren alle leden akkoord om de omroep Radio Panik te noemen. Omdat vele zenders financiële problemen hebben, schaft de overheid in 1985 het verbod op handelsreclame af. De meeste zenders worden enerzijds leefbaarder, maar anderzijds overrompelen commerciële initiatieven het radiolandschap. Sommige gemeenschapsradio's verliezen hun eigenheid door netwerken aan te gaan. Multiculturele zenders blijven vaak wel de geëngageerde doelstellingen behouden. In 1998 richt een Antwerpse groep die iets wil ondernemen tegen het groeiende fascisme in de stad de zender Multipop op. De radio met als jingle "One world, one radio, Multipop" krijgt de frequentie 102.2 FM. Door bruggen te slaan tussen de verschillende culturen, binden de initiatiefnemers de strijd aan tegen onverdraagzaamheid en xenofobie. Ook willen ze een stem geven aan allochtonen en vreemdelingen die in de reguliere media weinig aan bod komen.

Multiculturalisme

Sinds het einde van de jaren 90 stellen meer en meer zenders zich open voor etnisch-culturele minderheden. Vooral studentenradio's laten allochtonen aan het woord. Volgens sommigen is Radio Campus, de zender van de Université Libre de Bruxelles (ULB), de oudste lokale piraatzender van België. Tijdens de studentenrevolutie in mei '68 zouden sporadisch programma's zijn uitgezonden. In mei 1980 blaast Patrick Degrez, een student politieke wetenschappen, het project nieuw leven in. Radio Campus wil "een kwaliteitszender" zijn, "etalage van de universiteit, ten dienste van de universitaire gemeenschap". Radio Campus heeft verscheidene programma's gemaakt met en voor etnisch-culturele minderheden. Ook de Nederlandstalige studenten in Brussel hebben een radiozender, FM Brussel. In het begin zorgen studenten uit de radio-opleiding van het RITS voor de programma's. Later nemen studenten van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) de zender over. In 2004 wordt de zender door de Vlaamse Gemeenschap erkend als stadsradio van Brussel. Nu werkt FM Brussel met voltijdse werknemers. De zender heeft sinds 2004 het programma FM World, een weekendprogramma met nieuws voor de anderstalige Brusselaars. Een deel van dat programma wordt gemaakt door Pas Op Afrika, een organisatie die "de integratie van de Afrikanen wil bevorderen" en "hen de kans biedt om hun kant van het verhaal te vertellen". In 1995 beginnen twee studenten in de rechten aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG) als hobby radio te maken. Deze hobby groeit uit tot het erkende radiostation Urgent.FM. Met het nieuwe Vlaamse frequentieplan van 2003 krijgt Urgent een eigen frequentie op 105.3 FM. Met Farkli bir gece heeft de zender sinds 1997 een belangrijk programma voor de Turkse gemeenschap. Er draait ook een project waarbij Urgent nieuwkomers probeert te bereiken.

Digitale mogelijkheden

De nieuwe technologieën brengen een nieuw soort radio voort: de internetradio. Radio Kif Kif lanceert in mei 2005 de "eerste allochtone webradio van Vlaanderen". Het idee komt van de Raad van Bestuur van Kif Kif, het digitale platform dat de interculturele samenleving wil bevorderen. Dag en nacht zendt de digitale radiozender programma's uit voor zowel autochtonen als allochtonen. Ico Maly, medewerker bij Radio Kif Kif, hoopt in de eerste plaats "de negatieve beeldvorming rond minderheden in de media tegen te gaan." Een tweede belangrijke doelstelling is om "de vrijwilligers professioneel op te leiden in de hoop dat ze later kunnen doorstromen naar de reguliere media en een professionele carrière kunnen opbouwen". Recent ging ook webradio El Andino van start. El Andino is een zender met voorlopig twee uitzendingen over Latijns-Amerika, opgericht door Peruaanse, Boliviaanse, Ecuadoraanse en Colombiaanse jongeren.

b) Kenmerken

Onafhankelijk

De doelstellingen van gemeenschapsradio's verschillen sterk met die van de reguliere media. Waar die (massa)media afhankelijk zijn van een overheid of een geldschieter, willen de gemeenschapsradio's onafhankelijk blijven van politieke en ideologische belangen. Kritische en afwijkende meningen moeten kunnen. Ook commercieel willen de gemeenschapsradio's onafhankelijk zijn. Winst kan en mag geen doelstelling zijn en op een aantal zenders is reclame taboe. Veel gemeenschapsradio's hebben een soort mission statement waarin onafhankelijkheid als pijler staat vermeld. In het charter van Radio Panik is dat het duidelijkst: "Radio Panik streeft geen enkel winstgevend doel na. De zender onderwerpt zich niet aan de controle van vennootschappen met economische, commerciële en financiële belangen. Inkomsten uit reclame en sponsoring moeten te allen tijde ondergeschikt zijn aan andere inkomsten. Zij kunnen geen invloed hebben op de inhoud van de programmering. Radio Panik kan op geen enkele wijze ondergeschikt worden aan een partij, een vakbond of mandatarissen."

Onafhankelijkheid is bij gemeenschapsradio's vaak een doel op zich, maar het is ook een middel om vrije meningsuiting te garanderen en censuur te vermijden. Geert Frateur van Radio Centraal vindt "financiële zelfredzaamheid" het grootste kenmerk van de zender. "De onafhankelijkheid is onze grootste verdienste en ons kostbaarste goed. Bovendien is het een resolute beleidskeuze om onze praktische, statutaire en inhoudelijke onafhankelijkheid ten allen tijde te verzekeren." In de beginselverklaring van Radio Campus staat dan weer dat de zender "resoluut niet-commercieel [is] en niet toegevend aan externe druk van politieke of culturele aard". Bij Radio Si, "een non-conformistische radio met vrije meningsuiting", is er volgens presentator Juanjo Fernandez "geen enkele druk of censuur, of die nu van politieke of van andere aard is". Ook de zender waarmee Radio Si een frequentie deelt, wil onafhankelijk blijven om correcte informatie te kunnen verspreiden. "Radio Alma is pluralistisch en onafhankelijk van elke ideologische drukkingsgroep, politiek of commercieel. Zo kan de zender informatie en actie garanderen die vrij is van elke verplichting om een bericht of de doelstellingen die de oprichters bepaald hebben te wijzigen." Radio Air Libre is eveneens "volledig onafhankelijk om de totale vrijheid van expressie te bewaren". Volgens presentator Abel zouden de medewerkers van Radio Air Libre de onafhankelijkheid verdedigen "alsof het hun leven was": "Ze mogen ons miljoenen geven om de zender over te kopen, maar om onze onafhankelijkheid te behouden, zouden we weigeren".

De onafhankelijkheid en eigenzinnigheid van gemeenschapsradio's uiten zich vooral op informatief vlak. Waar steeds meer media aandacht hebben voor het lokale, hechten veel gemeenschapsradio's belang aan de internationale actualiteit. Regio's die de massamedia weinig belichten, komen op gemeenschapsradio's uitgebreid aan bod. De Antwerpse zender Radio Centraal besteedt vooral aandacht aan Latijns-Amerika en Afrikaanse landen. Momenteel zijn er de programma's Sango Nini en Africa Heat over Afrika, Echapalantes, Voz Latina en De Poema van Vlaanderen over Latijns-Amerika, De Bekende Stem over Iran en Romiosini over Griekenland. In het verleden was er onder andere het Afrikaanse programma Akwaaba, het Marokkaanse Thireli El Ghouria, het Albanese Zeri-I-Mergimtarit, en de Duitse cultuur werd behandeld in Knapsack. De mediterrane Radio Alma is vooral gericht op "Europees burgerschap" en wil dan ook "beantwoorden aan de groeiende vraag naar informatie over de ontwikkeling van de Europese Unie". Daarvoor bieden ze lokale en internationale informatie aan door de "samenwerking met een groot aantal gespecialiseerde correspondenten die zich in Europese kringen begeven". Radio Si geeft vooral informatie over Italië, onder andere in Notte di Note en Stile Libero, maar ook over Latijns-Amerika in Echa p'alante. Radio Panik heeft een programma over Iran in Info Iran, over "Mesopotamië" in La voix des Assyriëns, over Ghana in Gospel Time, over Albanië in Jehona en over Congo en andere delen van Afrika in L' Afrique en un déclic. Naast Africana en Sous l'arbre à palabres, twee programma's over Afrika, heeft Radio Campus ook nog informatieve uitzendingen over Spanje, Portugal en Latijns-Amerika. Radio Air Libre zendt een internationaal magazine uit en programma's over Latijns-Amerika, Marokko en Zuid-Europa. De Arabische zender Al Manar informeert voornamelijk over de Arabische wereld. "Eerst en vooral is het onze taak het lokale en nationale nieuws te brengen", zegt directeur Ahmed Bouda. "Maar omdat wij uit de Arabische wereld komen, belichten we ook die onderwerpen uitgebreider dan andere zenders."

De presentatoren zijn ook niet bang om duidelijk hun mening te laten doorschemeren. Juanjo Fernandez van Radio Si vindt dat de presentatoren "eerder vertellers van een verhaal zijn dan journalisten. Wij zijn subjectief en we zeggen onze mening, terwijl journalisten eerder een analytische stijl hebben." Als die mening niet overeenkomt met wat de massamedia verkondigen, is dat ook niet erg. Radio Campus heeft zelfs een programma, Alter Echo, waarin de presentatoren "de pensée unique afbreken, door de onvolmaaktheden van de mediamachine over een bepaald onderwerp te analyseren". In La Conspiration wordt een kritische analyse gemaakt van de actualiteit op een bepaald cultureel domein. Ook Radio Panik staat open "voor de uitdrukking van 'parallelle stemmen' die tussen de golven een andere klank laten horen". Volgens Ramon Fernandez van Radio Si is het de bedoeling om bij de mensen een kritische geest tegenover informatie te kweken. Ook Patomas Geoya van Radio Air Libre wil "dat mensen zich vragen stellen". Webradio Kif Kif wil op lange termijn met een kleine groep vrijwilligers focussen op onderzoeksjournalistiek. "Eén keer per maand willen we een reportage maken over een onderwerp dat niet of niet goed wordt behandeld in de reguliere media", vertelt Ico Maly. "We hopen dat de reguliere media die reportage dan ook overnemen."

De mening van de presentatoren wijkt bijgevolg wel eens af van wat de massamedia schrijven. Zo zijn de programmamakers van Voz Latina op Radio Centraal "eerder voor dan tegen Fidel Castro" en wil de multiculturele webradio Kif Kif "nadenken over rechtvaardige en democratische alternatieven voor het huidige economische wereldsysteem". Patomas Geoya van Radio Air Libre zegt dat "alles wat met andersglobalisme te maken heeft" de radio interesseert. In november 2005 voert de zender tijdens de Europese Top in Laken protest tegen de globalisering, samen met Radio Si, Radio Panik en Radio Campus. Onder de naam "Radio Bruxelles" zenden ze drie dagen lang uit in samenwerking met onder andere de andersglobalistische organisatie Attac. Radio Al Manar haalt dan weer informatie over de oorlog in Irak van Arabische zenders zoals Al Jazeera. Volgens directeur Ahmed Bouda is de waarheid tijdens de oorlog in Irak het eerste slachtoffer, doordat de verslaggeving vrijwel volledig in handen is van de Amerikanen.

Ook muzikaal varen de meeste gemeenschapsradio's een eigen koers. Genres die in de andere media weinig aan bod komen, worden wel gedraaid op de gemeenschapsradio's. Volgens de website van Radio Alma "onthult een analyse van de eisen van de luisteraars dat lokale zenders een onvolledig overzicht van de muzikale wereld aanbieden. De gedraaide artiesten zijn degenen die internationaal promotie voeren. Een zender heeft de taak om muziek te verspreiden die gebaseerd is op de nationale producties van zijn gemeenschappen, zonder de lokale producties te discrimineren." Daarom heeft Radio Alma een programmering met minimum 40 % muziek voor de gemeenschappen waartoe ze zich richt. Spaanse muziek komt aan bod, maar ook Italiaanse, Portugese en Griekse liederen. Radio Si, het 'broertje' van Alma, draait muziek die je minder hoort bij de reguliere media, zoals Italiaanse muziek, fanfare, allerlei soorten jazz en flamenco. Freddy Crespo van Radio Si vindt dat je overal dezelfde muziek hoort: "De grote platenmaatschappijen worden automatisch gedraaid. Er zijn cd's die nooit een kans krijgen in de playlist van de reguliere media. Wij geven een omgeving aan artiesten die geen kans krijgen om hun muziek te laten horen."

Veel gemeenschapsradio's vinden dat er te weinig muzikale diversiteit is op de andere zenders. Radio Panik verrijkt de programma's met hip hop, trip hop, drum 'n' bass, gospel, salsa, merengue en "andere genres die bij de commerciële zenders niet aan bod komen". Op webradio Kif Kif hoor je "Black music, old & new school", Afro-Amerikaanse muziek, soul, lounge en "muziek die hier nooit in de rekken komt". Radio Air Libre zendt dan weer "une variété de musiques et pas de musiques de variété" uit. In de programmering zit onder andere "alternatieve muziek, kleine muzieklabels, Franse chanson, ska, rap, reggae, raggamuffin, ." De universiteitzender Radio Campus heeft programma's met Afrikaanse muziek, Japanse muziek, gothic, funk, reggae en jazz. Het Arabische Al Manar biedt zijn luisteraars "zowel de Arabische als westerse muziek aan", met een mengelmoes van "klassieke muziek, pop, raï, moderne oosterse muziek, Andalusische muziek, malhoun, klassieke Chaabi, rap, funk, Franse chansons, folkloristische muziek en nog andere stijlen". Multipop, de voormalige Antwerpse Radio against racism, zond ook een muzikale smeltkroes van westerse en niet-westerse invloeden uit. De programmering op Multipop bestond uit veel actuele hits en enkele Noord-Afrikaanse platen. "Bij ons vertaalt de interculturaliteit zich ook in de muziek", vindt Ico Maly van Kif Kif. "We draaien popnummers, maar ook minder bekende wereldmuziek. Op termijn willen we uitmonden in genreblokken en nationale blokken. Bij een genreblok komt één bepaald genre aan bod, zoals hiphop. Daarin draaien we dan zowel internationaal bekende nummers als nummers van eigen bodem en ook minder bekende nummers uit bijvoorbeeld Marokko. In een nationaal blok komen verschillende genres muziek uit één bepaald land aan bod." Op Radio Centraal kan je volgens coördinator Peter Deceulaer luisteren naar "alle muziekgenres die tegen de stroom in gaan". Dat gaat van klassieke muziek via experimentele jazz en elektronische muziek tot authentieke wereldmuziek. "Overigens zetten we ons scherp af tegen die zogenaamde 'wereldmuziek', gemaakt voor de westerse smaak", zegt Deceulaer. Met Acropolis en Apollo heeft Radio Centraal twee programma's met enkel Griekse muziek, Afroburo is anderhalf uur Afrikaanse muziek, in Back to Bass komt reggae en dancehall aan bod, in Planet F franse discohouse en in Carioca muziek uit de jaren 1920 en '30. Deceulaer verwoordt het zo: "Wij willen authentieke muziek uitzenden, niet de platte commercie zoals house."

Verankerd in een gemeenschap

Gemeenschapsradio's willen in de eerste plaats de belangen van de gemeenschap dienen. Die belangen zijn zeer uiteenlopend en gaan van informatie en opleiding tot muziek en entertainment. De meeste zenders bieden een mix aan tussen informatieve en ontspannende uitzendingen. Radio Alma wil bijvoorbeeld zowel "de gemeenschappen informeren over specifieke thema's door educatieve en gespecialiseerde programma's uit te zenden" als "uitzendingen verspreiden met een recreatief karakter over sport, de hitparade, spelletjes, .". Radio Al Manar heeft dan weer uitzendingen met "goede muziek, informatie, ontspanning, spelen en wedstrijden, cultuur over boeken en schrijvers en een brede waaier van andere aspecten". Ook Radio Panik zendt zowel "alternatieve muziek" als "kritische informatie" uit, maar toch neemt de informatie een zeer belangrijke rol in. Daarvoor heeft Panik verschillende programma's. Panik Infos behandelt sociale, politieke en economische thema's. In Jardin Publik komt het culturele en festivalleven van Brussel aan bod. Forum wordt gebruikt voor informatie te verspreiden over het werkterrein van bepaalde organisaties, zoals NGO's, ecologische organisaties en vrouwenorganisaties. Voor de Griekse politieke en culturele actualiteit zorgt La voix de la Grèce. Carrefour du monde behandelt het internationale nieuws en Lez rendez-vous de démocratie plus belicht thema's zoals democratie, vrede, armoede, cultuur en religie.

Een andere zender die meer dan gemiddeld aandacht besteedt aan nieuws en informatie, is Radio Centraal. Naast informatieve programma's over buitenlandse regio's, zijn er onder andere de programma's Diffusion, Oikos met biologisch nieuws, Survival news, Thuisreis, Vijf over Twaalf, Vrije Radio, . "Als er iets gebeurt in de samenleving, dan moet je daarover durven praten", zegt Peter Deceulaer. "Bij sommige zenders is het zo weinig mogelijk 'gezever' en zo veel mogelijk muziek. Bij ons is het anders, wij zeveren wel!" Sommige presentatoren hebben zoveel te vertellen dat ze de muziek verwaarlozen. Eén van hen is José Rodriguez, die samen met zijn broer Alberto Duende Flamenco presenteert op Radio Si. "In het algemeen praten we 5 à 10 minuten, en daarna luisteren we 5 à 10 minuten naar stukjes muziek. Maar we moeten opletten, want soms betrappen we onszelf erop dat we al een half uur aan het praten zijn. We krijgen zelfs luisteraars die bellen dat we ook eens wat flamenco moeten laten horen." Daartegenover bestond het aanbod van Multipop vooral uit non-stop muziek, een combinatie van actuele hits en minder bekende wereldmuziek, afgewisseld met creatieve reclameboodschappen. Volgens een trouwe luisteraar was de sterkte van Multipop vooral het weinige gepraat: "Wat ik aan Multipop echt wel fijn vond, was dat hij juist niet presenteerde."

Ook op andere manieren dienen gemeenschapsradio's de belangen van hun doelgroep. Radio Alma zet zijn luisteraars aan tot integratie door "het belang van een betere taalkennis te benadrukken en taalcursussen te produceren en te verspreiden". De zender wil niet alleen het intercultureel contact bevorderen, maar ook de generatiekloof overbruggen. Dat doet Radio Alma door vervroegd gepensioneerden te laten participeren aan de radio-uitzendingen. Die ouderen kunnen volgens de zender een zekere knowhow doorgeven aan de jongeren, en bovendien worden de relaties tussen de verschillende generaties versterkt. Sommigen willen gewoon zorgen dat de mensen weten wat ze met hun tijd moeten doen. Zo is Duende flamenco op Radio Si "een middel voor de mensen om iets te doen te hebben op zondagavond." Daarnaast wil presentator José Rodriguez gewoon zijn passie voor flamenco verspreiden bij de Brusselse luisteraars. Een andere presentator die zijn luisteraars gewoon wil amuseren is de vierendertigjarige Erol Hocalar, maker van het Turkse programma Farkli bir gece op de Gentse radio Urgent. "Erol is een doodgewone man", vertelt Saban Gök van de Federatie voor Zelforganisaties in Vlaanderen. "Overdag baat hij een groentewinkel uit. Hij is gewoon enorm geïnteresseerd in radio en hij maakt zijn programma heel graag, en ook heel goed." Erol Hocalar maakt Farkli bir gece bijna volledig op zijn eentje. Het grootste deel van de uitzending bestaat uit muziek. Erol, die een opleiding volgde aan de muziekacademie van Gent en vroeger als dj op Turkse feesten speelde, kiest de muziek helemaal zelf. Vroeger konden ook de luisteraars tijdens de uitzending suggesties doen, maar sinds Urgent in 2003 een eigen frequentie verkreeg, moet hij vooraf een playlist samenstellen. Het programma besteedt ook aandacht aan grote nieuwsitems, zowel lokale informatie, als informatie uit Turkije. Een paar vrienden helpen Erol bij de voorbereiding en het opzoekingswerk voor die informatieve delen in zijn uitzending. Volgens Saban Gök luisteren vooral jongeren naar het programma. Zij kunnen sms'en en zo boodschappen doorgeven aan vrienden en vriendinnen. Bij oudere mensen is het programma minder bekend. "Ontspanning is mijn enige doel", vertelt Erol. "Ik wilde iets doen aan de monotone avonden van de Gentse Turken. In 1997 kreeg ik kreeg de kans om op zaterdag drie uur lang een radioprogramma te maken. Vandaar ook de naam Farkli bir gece. Dat betekent 'een andere avond'." De coördinator van Urgent.Fm, Sven De Coninck, vindt Farkli bir gece "een manier voor de Turkse gemeenschap om zich hier thuis te voelen".

Om de onafhankelijkheid te bewaren, zijn gemeenschapsradio's meestal eigendom van de gemeenschap zelf. Dat heeft zijn voordelen, vindt Patomas Geoya van Radio Air Libre. "De apparatuur is van de radio. En de radio is van de presentatoren. Als de presentatoren iets kapotmaken, dan maken ze dus iets van henzelf kapot. Daardoor zijn ze ook voorzichtiger." Een aantal gemeenschapsradio's zijn gestructureerd als verenigingen, zo democratisch mogelijk en met twee beslissingsniveaus. Eén van die zenders is Radio Panik. De Algemene Vergadering van Panik bestaat uit alle 'werknemers' van de radio. Zij verkiezen en controleren de Raad van Bestuur. Die Raad van Bestuur stelt een reglement van interne werking op, dat moet worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering. In die Vergadering "bevinden zich personen van héél diverse leeftijd en origine die perfect de Brusselse diversiteit weergeven". Zij kunnen allemaal beslissingen nemen en initiatieven voorstellen. Deze structuur is perfect om "een interne dynamiek te creëren en om de beslissingen zo transparant mogelijk te maken". De meeste gemeenschapszenders zijn op dezelfde manier georganiseerd. In de Raad van Bestuur van Radio Si zitten 6 à 7 personen. "Elke gemeenschap die op de radio aan bod komt, heeft een vertegenwoordiger", vertelt presentator José Rodriguez. "Er zit dus minstens één Spanjaard in de Raad, één Italiaan, één Griek, enzovoort". Die Raad van Bestuur komt één of twee keer per maand bijeen, en beraadt zich over de maandelijkse problemen. De Algemene Vergadering bepaalt de algemene koers van de radio. In de Vergadering, die op zijn minst één keer per jaar bijeenkomt, wordt naar elke presentator geluisterd. Bij Radio Air Libre is het nog gemakkelijker. Elke presentator heeft één stem in de Raad van Bestuur, die elke maand bijeenkomt. "Wij hebben hier geen chefs", vertelt Abel. "Er zijn wel verantwoordelijken, maar die hebben niet meer rechten dan de anderen. We staan allemaal op gelijke voet. En elke maand zit iemand anders de Raad van Bestuur voor." Ook Radio Centraal en Radio Campus hebben een soortgelijke structuur. Op radio Kif Kif is het heel eenvoudig, vindt Ico Maly. "De vrijwilligers zijn de basis. Zij beslissen samen met ons.

Bij Radio Panik "kan iedere luisteraar zelf programmamaker kan worden". Panik bevordert de participatieve dimensie van het informatieproces: iedereen heeft de mogelijkheid om te ageren en te reageren, los van elke economische of politieke censuur. Zo kan iedereen de "vierde macht worden", zowel individuen als groepen en organisaties. Radio Panik wil dat de zender een "semi-publieke ruimte" is, "gemaakt door de luisteraars". De zender beschouwt de luisteraars niet als "verbruikers van ideeën en programma's van de culturele industrie, maar als intelligente en actieve individuen, die zelf in staat zijn tot expressie en creatie". Radio Air Libre ziet de radio "als een dialoog, en niet als een oorspoeling voor de luisteraars". Volgens Radio Alma "staat een zender dicht bij de luisteraars en kunnen de luisteraars zich in de acties van de radio herkennen door de luisteraar te positioneren als essentiële actor van de activiteiten van de zender". Daarom wil de gemeenschapsradio "een expressiemiddel vormen voor de gemeenschap door de luisteraar te raadplegen en door een reportage te maken over of vooruit te blikken op de acties waarmee organisaties de problemen van de luisteraars willen oplossen". Alma laat daarom, net zoals vele andere gemeenschapsradio's, de luisteraars bijdragen tot de website. De zender heeft niet alleen een forum, maar ook een blog waar iedereen artikels kan publiceren over culturele en andere evenementen, en een rubriek met zoekertjes. Al Manar, de Arabische zender, nodigt niet alleen politici en partijvoorzitters uit om naar de studio te komen, maar ook werk- en daklozen. Zo kan elke luisteraar aan de radio participeren, en krijgt de luisteraar het gevoel van betrokkenheid. José Rodriguez, de presentator van Duende flamenco op Radio Si, drukt het mooi uit: "De luisteraars zijn onze vrienden."

Een aantal gemeenschapsradio's laten naast individuen ook verenigingen participeren. Zo heeft Radio Alma als belangrijke doelstelling om zich met verschillende verenigingen te verbinden. Concreet kunnen verenigingen een beroep doen op de zender om hun activiteiten voor te stellen en de communicatie bij het doelpubliek te verspreiden. Ook Radio Si "stelt zich ten dienste van verenigingen en organisaties die ideeën en informatie verspreiden betreffende de activiteiten die Brussel animeren". Radio Air Libre laat af en toe een niet-gouvernementele organisatie (NGO) een uitzending verzorgen. "Het is zeer interessant om naar hun ervaringen in de Derde Wereld te luisteren", vindt presentator Abel. Air Libre laat ook verenigingen communiceren verspreiden. "Wij zenden geen reclame uit, tenminste geen commerciële publiciteit. We kondigen wel activiteiten van organisaties aan", zegt Patomas van Radio Air Libre. Dit principe wordt door vele gemeenschapsradio's gevolgd. De voormalige Antwerpse radio Multipop hanteerde dan weer een tweesporenbeleid in de reclame. "Gewone" adverteerders moesten betalen, sociale organisaties en het verenigingsleven mochten gratis publiciteit uitzenden.

Gemeenschapsradio's proberen zich niet alleen tot etnisch-culturele minderheden te richten. Ook andere groepen die weinig toegang hebben tot de reguliere media komen aan bod. Vooral holebi's zijn goed vertegenwoordigd in de multiculturele media. "Uit de kast" is een organisatie die elke week een holebiprogramma maakt. Verschillende Vlaamse lokale radiozenders zenden dat programma uit. Sinds december 2005 werkt "Uit de kast" samen met Kif Kif. Een kwartier van het programma draait nu rond holebiseksualiteit en interculturaliteit. Het doel is "om de vele vooroordelen rond bijvoorbeeld allochtone holebi's de wereld uit te helpen". Ook Multipop had vroeger een holebiprogramma. Rainbow colours werd elke maandagavond uitgezonden tussen negen en tien. Een ander holebiprogramma is Pinkwave, dat zichzelf "het jeanettenprogramma van Radio Centraal" noemt. Pinkwave handelt vooral over cultuur, zoals schrijvers, boeken, poëzie en beeldende kunst. Daarnaast is er ook aandacht voor de situatie van holebi's in andere landen en voor psychologie en lifestyle. Op Radio Centraal is er ook nog Huren is voor de buren, een programma gemaakt door krakers. Vroeger hadden ook jongeren hun eigen programma met Puberaal Centraal. De jongeren hebben ook een eigen programma op Radio Panik. De adolescenten van het "Institut Saint Stanislas", een school in Etterbeek, maken een uitzending met zowel veel gepraat als muziek.

Ook gehandicapten hebben een eigen programma. Comme sur des roulettes wordt uitgezonden door Radio Si. In het programma kunnen gehandicapten elke week hun problemen uitleggen, ook over de toegang tot de Brusselse gebouwen. "Daarom huren we zelf een benedenverdieping", vertelt Ramon Fernandez van Radio Si. De makers hopen zo druk uit te oefenen op de organisaties om de gebouwen toegankelijker te maken voor gehandicapten. Op Radio Air Libre komen verschillende minderheden aan bod. Confidences was oorspronkelijk een programma voor de homoseksuele gemeenschap, maar is nu een iets ruimer programma over de problematiek van sekseverschillen, feminisme, . In Sapho l'dire is er informatie over lesbiseksualiteit, feminisme en de vrouwenstrijd. Radio Air Libre heeft zelfs een programma voor gevangen. In Passe muraille kunnen de gedeterneerden van Vorst en Sint-Gillis of hun familieleden bellen om hun ongenoegen te uiten, motiverende boodschappen door te geven of om de groetjes te doen. Het programma wordt in het Frans gepresenteerd. Een deel van de luisteraars zijn leden van de Brusselse Gerechtelijke Politie, omdat er vroeger nog ontsnappingen zijn georganiseerd via de uitzending.

Het doelpubliek van gemeenschapsradio's is vaak geen homogene, geografisch afgebakende gemeenschap. Dat uit zich ook in de taalpolitiek van de zenders. Zeker in Brussel is er een heterogeniteit aan talen en culturen. Radio Alma heeft bijvoorbeeld "een programmering rijk aan culturele diversiteit, rekening houdend met de specificiteit van de Brusselse gemeenschappen, en meer bepaald die uit het zuiden van Europa en Latijns-Amerika". Daarom is de programmering verdeeld over de verschillende talen: de helft van de uitzendingen gebeurt in het Frans, 20 % in het Italiaans, 20 % Spaans, 5 % Portugees en 5 % Grieks. Ook Radio Si, die andere zender op 101.9 FM in Brussel, zendt uit in het Frans, Spaans, Italiaans, Portugees en Grieks. Maar ook bij Radio Si is minstens de helft van de uitzendingen in het Frans. "Dat wordt verplicht door de Franse Gemeenschap", vertelt medewerker Ramon Fernandez. De programmering van Radio Campus is "vrijwillig pluralistisch". Een deel van de uitzendtijd is voorbehouden aan de vreemde gemeenschappen in Brussel, zoals de Afrikaanse, de Arabische, de Iranese, de Latijns-Amerikaanse, de Spaanse en de Portugese gemeenschap. Deze programma's zijn vaak tweetalig: een deel in de taal van de doelgemeenschap (Spaans, Portugees, Iranees), en een deel in het Frans. Radio Campus heeft zelfs een programma, Bruxelles nous appartient, waarvan een deel in het Nederlands en een deel in het Frans wordt gesproken. Ook op Radio Air Libre zijn de programma's meestal tweetalig: Voz Portugal is tweetalig Portugees en Frans, Palabras de mujer is een programma in het Spaans en het Frans, Saout el Mohajir is een uitzending in het Arabisch en het Frans en Afrika Djamaa wordt twee keer per week uitgezonden in het Frans, en één keer per week in het Lingala. "Wij proberen toch tijdens de uitzending om een deel naar het Frans te vertalen", zegt Abel van Afrika Djamaa. Radio Panik vertegenwoordigt de Kongolese, Iranese, Griekse, Assyrische, Albanese en Turkse gemeenschap en zendt bijgevolg in meerdere talen uit. In het verleden zijn er ook Spaanse en Portugese programma's geweest. Ondanks die mengelmoes blijft het Frans de meest gesproken taal op Radio Panik. Ook Peter Deceulaer, algemeen coördinator van Radio Centraal, heeft liefst dat er Nederlands gesproken wordt in de programma's. "Maar niet alles moet in het Nederlands. Het kan eventueel in een andere taal, met een beetje uitleg in het Nederlands of in een andere Europese taal zoals Frans of Engels." Zo wordt bijvoorbeeld Sango Nini uitgezonden in het Lingala, het Frans en het Nederlands en Echapalantes in het Spaans. De Arabische zender Al Manar probeert een zo groot mogelijk aantal luisteraars te bereiken door programma's uit te zenden in het Arabisch, het Turks en het Frans. "We hebben ook geprobeerd Vlamingen aan te trekken met Nederlandstalige programma's, om hen kennis te laten maken met de Arabische cultuur en omgekeerd", zegt directeur Ahmed Bouda. "Helaas voor korte tijd door een gebrek aan middelen. In ieder geval proberen we alle Brusselaars te bereiken." Op webradio Kif Kif verloopt 90 % van de uitzendingen in het Nederlands. "Maar programma's in een andere taal kunnen best", vindt Ico Maly. "Sommige interviews kunnen niet in het Nederlands. De vrouw van de Palestijn Marwan Barghouti spreekt bijvoorbeeld enkel Arabisch. Dan vinden we de inhoud belangrijker dan de taal."

Etnische radiozenders wordt verweten een "eiland" te zijn dat integratie verhindert. De meeste multiculturele radio's ontkennen dat en vinden dat ze de emancipatie bevorderen. Individuen die in de reguliere media geen kans krijgen, hebben met de gemeenschapsradio een medium om zich uit te drukken. Deelname aan de media betekent ook deelname aan de samenleving. Multiculturele radio's willen ook een deel van de autochtone gemeenschap bereiken. Daarom zenden ze vaak tweetalige programma's uit. "We hebben veel Afrikaanse luisteraars, maar ook veel Europeanen luisteren naar ons programma", vertelt Abel van Afrika Djamaa op Radio Air Libre. Alhoewel Radio Alma "in de eerste plaats bestemd is voor luisteraars die Spaans, Grieks, Italiaans of Portugees spreken, richt Radio Alma zich ook op een Franstalig publiek". De helft van de uitzendingen verloopt in het Frans. Ook op Kif Kif is 90 % van de uitzendingen Nederlandstalig. "Maar we zijn intercultureel, dus andere talen moeten kunnen", vindt Saddie Choua, voormalig medewerkster van Kif Kif.

Nogal wat multiculturele radio's willen bruggen bouwen tussen de verschillende gemeenschappen en de interculturele communicatie bevorderen. Eén van de doelstellingen van Radio Alma is "de communicatienood tussen de verschillende gemeenschappen beantwoorden en het contact ontwikkelen in een democratische en tolerante sfeer". Radio Panik is "een interculturele radiozender die zowel de gettomentaliteit als de assimilatie weigert. De radio wil een maatschappij creëren waar interculturele uitwisseling niet als verslechtering of noodzakelijkheid wordt beleefd, maar als bron van waarde en emancipatie." Ook Radio Al Manar, die in het Arabisch en in het Frans uitzendt, wil het intercultureel contact verbeteren. "Het doel is om zich tot een drievoudig publiek te richten: de jongeren, de ouderen en de autochtonen, om de bruggen en de dialoog tussen deze drie groepen te versterken." Ook door de Arabische luisteraars te bereiken wil Ahmed Bouda van Al Manar het intercultureel contact verbeteren: "We proberen de bevolking van Arabische afkomst te sensibiliseren om Belgen en hun land te begrijpen." "Wij proberen gewoon een programma uit te werken waar iedereen plezier aan heeft", zegt Abel van Afrika Djamaa op Radio Air Libre. "Multiculturaliteit betekent dat je alles samenbrengt. De ene geeft, de andere geeft, iedereen geeft. Wanneer iedereen anderen als gelijken beschouwt, dan is dat een verrijking voor ons allemaal. Dat is onze doelstelling."

Niet iedereen beaamt de meerwaarde van multiculturele radio's. Jeroen Straeter van Multipop is tegen zenders of programma's die zich alleen tot etnische minderheden richten. "Dat is in feite een vorm van apartheid. Als je een Turkse zender maakt, dan luisteren alle Turken naar die zender en niet meer naar een Vlaamse zender. Als je een zender maakt voor enkel de Vlamingen, dan hou je geen rekening met de doelgroep. Mensen integreren niet door eigen media te hebben, eigen sportverenigingen, eigen vakbonden of eigen politieke partijen. Ze integreren door opgenomen te worden in het bestaande." Hij vindt het belangrijk om zich zowel tot autochtonen als tot allochtonen te richten: "Wij proberen alle mensen onder één paraplu te krijgen."

De discussie voor of tegen multiculturele radio's vertoont gelijkenissen met dat ander maatschappelijk debat voor of tegen allochtone verenigingen, de zogenaamde 'zelforganisaties'. In maart 2005 woedt een heftig debat tussen Bart Somers en Bert Anciaux over de subsidiëring van deze organisaties. VLD-voorzitter Somers wil dat verenigingen die zich enkel tot allochtonen richten niet langer gesubsidieerd worden. Vlaams Minister van Cultuur Anciaux (Spirit) repliceert dat zelforganisaties een belangrijke rol spelen voor de integratie. Het debat tussen voor- en tegenstanders van de allochtone zelforganisaties sluimert al langer. Voorstanders beroepen zich op de vrijheid van vereniging, een grondwettelijk recht. De tegenstanders zeggen dat ze zelforganisaties niet willen verbieden, maar ze minder of niet willen subsidiëren. Volgens hen creëren ze eilanden en geen integratie. Het zou een vorm van apartheid zijn die de kloof tussen bevolkingsgroepen vergroot. Voorstanders repliceren dat mensen die lid zijn van een allochtonenvereniging ook vaker lid zijn van een 'autochtone' of 'gemengde' vereniging. Zo kunnen allochtonen zich emanciperen. Als voorbeeld halen ze ook de vrouwenbeweging aan, die nooit zo veel rechten zou afgedwongen hebben als ze geen aparte verenigingen had. Nog volgens de voorstanders bereiken zelforganisaties personen die de 'gemengde' verenigingen niet bereiken. Door externe samenwerkingsverbanden vormen de zelforganisaties een brug tussen het allochtone en het Vlaamse verenigingsleven. Tegenstanders houden dan weer vol dat allochtone verenigingen discriminerend zijn voor de autochtone bevolking. Onzin, vinden de believers. Een vereniging voor mensen met een handicap is toch ook niet discriminerend voor mensen zonder handicap?

Kleinschalig

Gemeenschapsradio's die geen reclame uitzenden halen hun inkomsten uit 'fundraising', bijdragen van programmamakers, luisteraars en verenigingen. Al sinds de jaren 90 moeten programmamakers op Radio Panik 200 Belgische Frank (nu vijf euro) betalen per uitgezonden programma. Omdat de zender weigert om reclame uit te zenden, is dat de enige mogelijkheid om de elektriciteits- en gasrekeningen en SABAM te kunnen betalen. Volgens de website heeft de zender "zonder publicitaire inkomsten zijn bestaan te danken aan de financiële bijdragen die de vrijwilligers voor hun rekening hebben genomen". Ook Radio Centraal leeft van de bijdragen van de medewerkers, die elke maand vijf euro betalen om radio te 'mogen' maken. "Gelukkig hebben we heel veel medewerkers", vertelt Peter Deceulaer. Daarnaast is er ook een grote periferie van sympathisanten en oud-medewerkers die af en toe geld schenken. Radio Si laat de medewerkers zelf beslissen of en hoeveel ze geven. "Wij doen een beroep op de menselijkheid", zegt Juanjo Fernandez. De meeste presentatoren geven 1, 5, 10 of 15 euro per maand, maar niet iedereen draagt bij. Radio Air Libre verdeelt de presentatoren in twee groepen: degenen die werk hebben betalen vijftien euro, degenen die werkloos zijn tien euro. Aan de luisteraars wordt gevraagd om als steun drie euro te storten.

Sommige gemeenschapsradio's vinden dat de overheid hen te weinig financiële steun of financiële voordelen verleent. "Het beleid begrijpt de rol die onze radio kan spelen niet", vindt Freddy Crespo van Radio Si. "Ze zouden er rekening mee moeten houden dat wij geen commerciële inkomsten hebben." Veel zenders noemen zichzelf radiozenders "van het derde type, tussen de openbare omroep en de commerciële radio". Ze vechten voor een apart statuut voor gemeenschapsradio's naast de commerciële lokale zenders. Radio Panik en Radio Air Libre hebben zich daarvoor met enkele andere zenders verenigd in de ALO (Association pour la Libération des Ondes). De Franse Gemeenschap geeft radiozenders geen subsidies. Ze heeft wel een fonds, "Aide à la Création". Dit fonds, dat wordt beheerd door "Le Service Général de l'Audiovisuel et des Multimédias", geeft elk jaar subsidies aan bepaalde vernieuwende, originele formats. Het geld gaat dus niet naar de radiozender, maar naar het specifiek project. Radio Campus kreeg tussen 1997 en 2000 in totaal 750.000 Belgische frank van het fonds, Radio Panik kreeg iets meer dan een half miljoen frank, Radio Air Libre 300.000 frank en Radio Si 250.000.

Ook de Koning Boudewijnstichting, een organisatie die "de levensomstandigheden van de bevolking wil verbeteren", subsidieert verenigingen voor specifieke projecten. Radio Si kreeg een subsidie van 2.776, 41 euro om de jongeren van 12 tot 21 jaar kennis te laten maken met de radiowereld. Daarvoor organiseerde Radio Si lessen en stages. Radio Centraal kreeg in 2001 van de Koning Boudewijnstichting een bedrag van 1.750 euro om de studio's te informatiseren, als 'beloning' voor het goede vrijwilligerswerk. Radio Panik ontving in 2004 1.500 euro om "de autonomie inzake financieel en boekhoudkundig beleid te verkrijgen" en 1.675 euro voor de "psychowetenschappelijke benadering van geestesziekten in verband met het zenuwstelsel, en meer bepaald de confrontatie tussen de traditionele en alternatieve behandelingswijzen". De Koning Boudewijnstichting gaf zelfs 4.450 euro aan Urgent.FM voor Radio Taxi, waarin nieuwkomers de basistechnieken van radio leren.

Enkele gemeenschapsradio's hebben specifieke 'sponsors'. Radio Campus krijgt jaarlijks een budget van 80.000 euro ter beschikking van de Université Libre de Bruxelles. De Spaanse ambassade in Brussel geeft subsidies aan Radio Si. FM Brussel ontving 50.000 euro in 2004 en 40.000 euro in 2005 van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel voor de productie van FM World, "overwegende dat het project FM World zal bijdragen tot de dialoog tussen de Nederlandstalige gemeenschap en de andere gemeenschappen in het Brussels Gewest". Webradio Kif Kif doet een beroep op de Dienst Integratie Antwerpen, het Impulsfonds voor Migrantenbeleid, en de Vlaamse Gemeenschap voor experimenteel jeugdwerk.

Er zijn ook gemeenschapsradio's die wel reclame uitzenden. Radio Campus doet sinds 1985 een beroep op reclame, "niet met winst als doelstelling, maar om te overleven". De publicitaire inkomsten "variëren van jaar tot jaar, maar blijven altijd marginaal". Voor de reclame doet Radio Campus een beroep op reclameregie Liberty, "hoofdzakelijk actief in het verenigingsleven en de alternatieve wereld". Ook Radio Multipop heeft altijd reclame uitgezonden om de zender leefbaar te houden. Erol Hocalar van Farkli bir gece op Urgent.FM maakt reclame voor een Turkse muziekwinkel. In ruil mag hij gratis cd's ontlenen, ze in mp3-bestanden omzetten en tijdens zijn programma afspelen. De inkomsten uit andere reclamespots gaan naar de radiozender. "Ik heb liever dat er niet te veel reclame is", zegt Erol. "Als ik in een programma van drie uur dertig minuten aan reclame moet spenderen, dan blijft er voor mij al niet veel meer over."

Daarnaast zijn er zenders die momenteel geen reclame uitzenden, maar die het wel zouden doen als ze daardoor het faillissement konden tegenhouden. "Het zou heel goed kunnen dat we ooit naar reclame moeten grijpen", geeft Saddie Choua, ex-Kif Kif toe. "Het is één van de mogelijkheden om geld te krijgen als we het niet redden. Maar dan zouden we ook proberen om de allochtone ondernemers hierbij te betrekken, zodat het opnieuw intercultureel is." Ook Radio Si zou in uiterste nood naar reclame grijpen. "Als we publiciteit moeten uitzenden om te overleven, dan wil ik dat wel doen", zegt Freddy Crespo, "maar we moeten zéér selectief zijn. Wij kunnen bijvoorbeeld geen reclame van Coca-Cola uitzenden. Aan de andere kant: de kleine handelaars die wel reclame zouden mogen maken, die hebben er geen geld voor." Zijn collega Ramon Fernandez voegt eraan toe: "Wij zouden de radio laten leven door de reclame. Maar niet de radio laten leven vóór de reclame."

Verschillende zenders organiseren culturele activiteiten om inkomsten te verkrijgen. "Een feest of activiteit laat het soms toe om rond te komen tot het einde van de maand of van het jaar", zegt Freddy Crespo van Radio Si. Om materiaal te kunnen kopen die de technische kwaliteit van de uitzending zou verbeteren, gaf Radio Alma een fuif, "Move The Radio", tegen acht euro per toegangskaart. Radio Panik organiseerde de "Panik Party", eveneens tegen acht euro per kaart. Ook Radio Campus en Radio Air Libre houden regelmatig dansavonden om geld in te zamelen. Radio Centraal verdient geld door de benedenverdieping van de uitzendlocatie als café te verhuren.

Bij sommige zenders leiden de beperkte mogelijkheden tot financiële problemen. Eén van die zenders is Radio Panik. Tot juli 2003 was de gemeenschapsradio gevestigd in de Daillykazerne, die door het Brussels Gewest gratis ter beschikking werd gesteld. Toen het Gewest de lokalen verkocht, had Radio Panik geen geld om een andere locatie op te zoeken. Na onderhandelingen met de Franse Gemeenschap kreeg de zender een lokaal in Sint-Joost-ten-Node en sinds maart 2005 zendt Panik weer uit op 105.4 FM.Ook andere zenders hebben het financieel niet gemakkelijk. "Er zijn altijd problemen", vertelt Patomas Geoya van Radio Air Libre. "De radio leeft voortdurend op de limiet." Ook bij Radio Si is het moeilijk om financieel rond te komen. "Wij leven in het heden en kijken niet zo vaak vooruit", zegt Freddy Crespo. "Om vooruit te kijken zouden we een budget moeten hebben om te verdelen en te gebruiken. Wij hebben geen budget." "We leven voortdurend op het uiterste van onze mogelijkheden", vindt ook college Ramon Fernandez. "Maar enfin, we zijn er nog altijd." Bij Kif Kif zijn er eveneens twijfels over de financiering. "Naar mijn mening hebben we te weinig financiële middelen", zegt Saddie Choua. "Maar het hangt ook af van waar je met de radio naartoe wil." Ook Ico Maly heeft zijn twijfels. "De financiële leefbaarheid is een groot vraagteken. Het engagement van vrijwilligers werkt tot nu toe, maar er zijn zoveel plannen dat de zender op een bepaald moment stagneert als er geen financiële steun komt. Hopelijk blijft het leefbaar."

Een groot probleem voor de radiozenders is SABAM, de organisatie die het geld op de auteursrechten van muziek int. Een tijdje geleden zond Radio Si ook via internet uit. Maar toen SABAM dat te weten kwam, moest de zender een dubbel tarief betalen. Uit noodzaak wordt nu alleen nog uitgezonden via FM. Nog steeds blijft SABAM een zware last voor Radio Si. "Om de drie maanden moeten we daar een groot deel van ons budget aan besteden", zegt Ramon Fernandez. "En we kunnen wel besparen op de apparatuur en de verwarming, maar niet op SABAM. Volgens mij zouden er twee tarieven moeten zijn: één voor de commerciële radio's en één voor de niet-commerciële radio's." Ook José Rodriguez vindt dat SABAM minder zou moeten vragen. "We zouden dat geld aan andere dingen kunnen besteden. Aan nieuwe cd's bijvoorbeeld. Zo vloeit het ook naar de artiesten en de platenmaatschappijen." SABAM bezorgde Kif Kif "bange tijden" bij de lancering van de webradio. "Je mag dat niet onderschatten", vertelt Ico Maly. "Dat is toch zo'n 80.000 Belgische Frank per jaar. Zeer goedkoop is dat niet."

De paradox wil dat gemeenschapsradio's zonder commerciële inkomsten uiteindelijk vaker 'overleven' dan gemeenschapsradio's mét commerciële inkomsten. De zenders die in de smaak willen vallen bij adverteerders, proberen hun publiek te maximaliseren. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken, moeten de zenders vaak hun eigenheid opgeven. Een andere mogelijkheid is dat ze toenadering zoeken tot commerciële groepen om hun luisterpubliek te vergroten. Een duidelijk voorbeeld is Radio Multipop. De Antwerpse Radio against racism heeft in januari 2006 een samenwerkingsakkoord gesloten met de supercommerciële keten van Radio Contact. Contact werd programmaleverancier en de naam veranderde in Radio Contact Antwerpen. "Het is met pijn in het hart dat ik na vijf jaar afscheid moet nemen", zegt oprichter Jeroen Straeter, "maar het was financieel niet meer haalbaar. Mijn centen zijn niet op, ze zijn drie keer op."

Een groot probleem is de schaarste aan frequenties. Bijgevolg moet de overheid aanvragen weigeren. Meestal krijgen de commerciële radio's, die meer financiële garanties bieden, de voorkeur op de gemeenschapsradio's. Tussen 1986 en eind 1994 kan Radio Alma als erkende zender negen jaar niet uitzenden. Dat is het gevolg van het eerste frequentieplan van de Franse Gemeenschap. Pas wanneer Radio Alma als piraatzender drie maanden illegaal gaat uitzenden, is de Franse Gemeenschap bereid om de onderhandelingen over een frequentie te hervatten. Radio Alma moet toegevingen doen en de Franse Gemeenschap legt een verdeling van de frequentie 101.9 MHz met Radio Si op.

Bovendien ligt het geringe aantal frequenties dicht bij elkaar. Bijgevolg zijn veel zenders slecht ontvangbaar of worden ze gestoord door andere zenders. In Brussel is het verschil tussen de verschillende frequenties vaak maar 0,2 MHz, terwijl dat bijvoorbeeld in Parijs het dubbele (0,4 MHz) is. Radio Campus speelt in 1998 zijn licentie enkele maanden kwijt, omdat het Nederlandstalige lokale radio's stoort. Tijdens die periode zonder licentie wordt op dezelfde zendmast illegaal uitgezonden op de lege frequentie 104.3 MHz. Na enkele maanden krijgt de zender zijn licentie terug, en de studenten gaan weer uitzenden op 107.2 FM. Maar nu heeft de zender dan weer zelf last van de Radio Catholique Francophone (RCF), die uitzendt vanop 107.4 FM. Daarom kan je Radio Campus ook via internet beluisteren. Op het forum van de website van gemeenschapsradio's kan je enorm veel berichten lezen van luisteraars met een slechte ontvangst. Dit fenomeen beperkt zich niet tot gemeenschapsradio's, ook andere lokale zenders hebben er last van. Maar de niet-commerciële radio's krijgen wel vaak de minderwaardige frequenties. Peter Deceulaer vindt dat de beste frequenties gaan naar "commerciële zenders die eenheidsworst aanbieden. De lokale radio wordt stiefmoederlijk behandeld."

De overheid legt gemeenschapsradio's vaak een beperkt uitzendvermogen op, waardoor de zender maar in een klein gebied ontvangen kan worden. Radio Centraal wordt door het Vlaamse frequentieplan van 2003 een vermogen van 14 Watt opgelegd. Daardoor kunnen veel luisteraars de zender niet meer ontvangen. Volgens Deceulaer baseert de overheid zich bij het toekennen van het zendvermogen op de financiële leefbaarheid. Daardoor krijgen nieuwe commerciële radio's veel grotere zendvermogens, tot meer dan 1000 Watt. "Ons financieel plan zou niet genoeg garanties bieden. Nochtans werkt het al vijfentwintig jaar lang", aldus Deceulaer. Als protest gaat Radio Centraal krachtiger uitzenden, maar in 2005 wordt de zender daarvoor veroordeeld én zes dagen geschorst door het Vlaams Commissariaat voor de Media, de onafhankelijke instantie die toen over de mediadecreten waakte. De zender voert daarna een mobilisatieactie onder de titel "Centraal Onbeluisterbaar". Daarmee wil Radio Centraal de politici sensibiliseren voor de problemen van niet-commerciële radiozenders. Radio Si heeft dan weer zelf te weinig financiële middelen om degelijke technische apparatuur te kopen. Daardoor is de zender slecht ontvangbaar in onder andere Ukkel, Elsene en Sint-Pieters-Woluwe. "Maar binnenkort krijgen we een nieuwe antenne, dus normaal moet dat wel verbeteren", zei José Rodriguez in 2005. Ook Radio Air Libre heeft weinig technische middelen. "We hebben hier geen professioneel materiaal", vertelt Abel. "We nemen steeds de minst dure apparatuur die er is. Als het maar een tijdje werkt."

Sommige zenders moeten rekening houden met een combinatie van verschillende problemen. Zo zond Radio Panik oorspronkelijk uit op 101.8, terwijl zowel 101.7 als 101.9 door andere zenders werden gebruikt. Bovendien kreeg Panik een laag uitzendvermogen. Daardoor was het signaal maar een paar honderd meter ver te ontvangen. Ondertussen heeft Radio Panik met 105.4 een nieuwe frequentie, maar het toegelaten uitzendvermogen is nog steeds maar 42 Watt. Daardoor is de zender enkel beluisterbaar in het noordwesten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook het Arabische Al Manar kon je vroeger slechts in een paar Brusselse gemeenten ontvangen. Bij Radio Air Libre doen vooral de buren lastig. In 2001 moet de zender zijn antenne verwijderen van de toenmalige zendplaats in de Marconistraat. Volgens de buren staat de mast op hun dak. Onlangs had Radio Air Libre opnieuw problemen. "We moesten de studio verplaatsen, want het lawaai stoorde de bovenbuur", zegt Michael Tolley.

Il est six heures dans le matin et vous écoutez Studio Baptiste!

Deze reclameslogan van Studio Brussel geeft deels de werkelijkheid weer van de gemeenschapsradio's. Het zijn allemaal kleinschalige initiatieven die werken met beperkte technische apparatuur en met een groot aantal vrijwilligers. Deze vrijwilligers zorgen ervoor dat de radio overleeft en bepalen het niveau van de uitzendingen. De programma's op Radio Centraal worden gemaakt door meer dan 150 vrijwilligers. Op Radio Alma verzorgen een 90-tal vrijwilligers de uitzendingen. Radio Si en Radio Air Libre doen allebei een beroep op een 40-tal presentatoren. Bij Radio Campus geldt sinds 1984 een speciale regeling. Een deel van de meer dan honderd vrijwilligers zijn studenten Journalistiek en Communicatie van de ULB, die via de zender een deel van hun praktische opleiding kunnen krijgen. Ze kunnen zowel redactioneel werk verrichten als een programma presenteren. Zo is er ook steeds aflossing verzekerd bij de vrijwilligers. Webradio Kif Kif werkt met maar een twintigtal vrijwilligers, jongeren van Turkse, Marokkaanse, Indonesische, Oost-Europese en ook Vlaamse afkomst.

Het voordeel is dat de vrijwilligers heel gemotiveerd zijn. "We doen het allemaal voor ons plezier", zegt Freddy Crespo van Radio Si. Zijn collega José Rodriguez treedt hem bij. "We zijn allemaal vrienden die dezelfde passie delen. Radio is voor ons een fantastisch communicatiemiddel." Ico Maly van Kif Kif ziet nog een voordeel. "We werken met vrijwilligers uit bepaalde groepen, die eigenlijk ook ons doelpubliek zijn. Ze brengen ideeën aan voor reportages die ook interessant zijn voor onze doelgroep."

Toch zijn er ook veel nadelen. De professionaliteit is vaak minder dan op de commerciële media. "De meeste mensen die hier aankomen, hebben nog nooit radio gemaakt. Ze leren door te doen. Het is ook niet belangrijk dat je iets kan, het is belangrijk dat je iets interessants te zeggen hebt", vertelt Patomas Geoya van Radio Air Libre. Toch heeft Radio Air Libre een paar presentatoren met een diploma journalistiek, maar er zijn ook presentatoren met een diploma wiskunde, handelswetenschappen of zelfs geen diploma. Erol Hocalar van Farkli bir gece volgde een opleiding aan de muziekacademie van Gent. Ook hij heeft dus helemaal geen diploma radio of journalistiek. "Wij hebben geen professionelen, niemand met een radiodiploma", zegt José Rodriguez van Radio Si. "We maken veel fouten, maar we leren er ook uit. Vaak luisteren we achteraf nog eens naar de uitzending. We zijn dan zeer kritisch tegenover onszelf." Vrijwilligers hebben ook vaan een job die veel tijd in beslag neemt. "De meerderheid van onze presentatoren werken voor de Europese Commissie en andere Europese instellingen. Het is moeilijk om mensen te vinden die zich overdag kunnen vrijmaken", klaagt Ramon Fernandez. Radio Si heeft bijgevolg overdag vooral heruitzendingen. "Ik zou toch liever vast personeel hebben", zegt Peter Deceulaer van Radio Centraal. "We hebben dat eigenlijk wel nodig. Als je overdag niks kan doen, dan word je al snel een hobbyclubje. En dat zijn we helemaal niet, we zijn serieus bezig." Vrijwilligers kunnen zich ook niet altijd blijven vrijmaken. "Programma's komen en gaan", vertelt Deceulaer. "Zo hebben we een hele tijd een Arabisch programma gehad, maar op dit moment niet meer." Op radio Kif Kif varieert de frequenties waarmee de vrijwilligers reportages (kunnen) maken. "Sommigen maken elke week een reportage", zegt Ico Maly, "anderen maar om de maand. Bovendien moeten we alles heel goed organiseren, anders is het allemaal heel chaotisch."

Sommige zenders hebben ook enkele (semi-)professionele medewerkers. Zij kunnen optreden als ondersteuner van de vrijwilligers, als studiotechnicus of als administratieve werkkracht. Radio Multipop werkte met één fulltime kracht naast de vele vrijwilligers. Webradio Kif Kif heeft twee parttime medewerkers, Ico Maly en Hatim El Sghiar. Zij ondersteunen de vrijwilligers en zorgen voor de organisatie van de zender. Ook al werken de meeste radiozenders met vrijwilligers, toch proberen ze zo professioneel mogelijk over te komen. Kwaliteit is een belangrijke doelstelling. Zo is Radio Panik "geen radio van professionelen", maar wil de zender wel dat "het communicatiemiddel zo kwalitatief mogelijk wordt gebruikt". Ook bij Kif Kif is professionaliteit een doel. "Wij doen ons best om professionele producten af te leveren, zowel naar inhoud als montage", vertelt Ico Maly. "Op dit moment kunnen we niet vergeleken worden met bijvoorbeeld de VRT", geeft hij toe, "maar we willen daar wel meer en meer naartoe groeien".

Wim Oosterlinck, Thomas De Soete, Nathalie Delporte (Urgent.FM), Stefan Blommaert, Jan Balliauw (Radio Centraal), allemaal zijn ze begonnen bij één van de radiozenders die in dit dossier aan bod komen. De eerste drie presenteren nu bij Studio Brussel, de laatste twee zijn journalisten bij de VRT-televisie. Het is opmerkelijk dat het allemaal autochtone Vlamingen zijn. Radio Campus, de studentenradio van de ULB, heeft een hele lijst met ex-studenten die meegewerkt hebben aan de radio en nu werken bij de RTBF, Bel RTL, Contact, enzovoort. Eén van de weinige allochtonen in de lijst, Bijou Sy, ging bij de voormalige Franse televisiezender MCM Africa werken. Conclusie: de doorstroming van etnisch-culturele minderheden naar de massamedia is zeer gering.

Eén van de doelstellingen van webradio Kif Kif is om allochtonen te laten doorstromen naar de reguliere media. "Op de redacties van de reguliere media zijn er heel weinig allochtonen", zei voormalig medewerker Saddie Choua bij de start van Kif Kif. "Wij geloven dat er zeker allochtoon talent is. We hopen dat talent via onze mediatraining en reportages te laten doorstromen naar de reguliere media." Een jaar verder is er nog niet zo veel veranderd. "De doorstroming blijft gewoon een probleem", vertelt Hatim El Sghiar van Kif Kif. "Een jaar is ook heel weinig om iets te kunnen veranderen. We zien wel dat er steeds meer allochtonen zijn die actief solliciteren bij de VRT, en ze worden ook steeds beter. Maar de examens van de VRT blijven, net zoals voor autochtonen, heel erg zwaar. Vooral het gesprek met de personeelsdienst blijft moeilijk voor allochtonen." Daarom zouden die allochtonen volgens Hatim lessen logopedie moeten krijgen. Maar daar heeft Kif Kif de middelen niet voor. De medewerkers deden tijdens het eerste jaar van Radio Kif Kif vooral praktijkervaring op. "Je kan het vergelijken met voetbal. Wij geven hen een terrein en het nodige materiaal zodat ze wat wedstrijdjes kunnen spelen. Maar dat betekent nog niet dat ze binnengeraken bij een grote voetbalploeg." Kif Kif zal vanaf volgend jaar meer opleidingsgericht werken. Voorlopig blijft een stage op de VRT een betere springplank naar vast werk bij de openbare omroep, zegt Hatim. Maar ook daar blijft de doorstroming moeilijk. Vier van de vijf allochtone stagiairs kregen wel een tijdelijke verlenging van hun contract. Maar nog geen enkele stagiair is aangenomen als vast personeelslid.

Kritisch voor de reguliere media

Een grote groep gemeenschapsradio's is ontstaan als reactie op de openbare omroep. Ook nu nog vinden veel zenders dat sommige sociale groepen door de reguliere media in hoge mate genegeerd, verkeerd begrepen of gemarginaliseerd worden. Veel gemeenschapsradio's sparen hun kritiek op de openbare omroep, de commerciële omroep of zelfs de andere lokale radiozenders niet. Op de website van Radio Alma is te lezen dat "de informatie in deze maatschappij altijd maar vluchtiger wordt en de communicatie steeds onpersoonlijker. Het Brusselse radiolandschap ontsnapt niet aan die ontwikkeling. Om zich daarvan te overtuigen volstaat het om zich even te verplaatsen binnen het landschap van de Brusselse frequenties, en je zal vaststellen dat de formats van de uitzendingen heel uniform zijn." Veel zenders klagen vooral die uniformiteit aan. Onder andere door Radio Campus: "Tegenover de andere media figureert Radio Campus als een luchtbel in een landschap dat overheerst wordt door gladde en verrassingloze formats." Ook Juanjo Fernandez van Radio Si vindt dat alle media op elkaar lijken: "Iedereen vertelt hetzelfde en iedereen streeft hetzelfde commerciële doel na."

Allochtonen komen volgens velen helemaal niet aan bod. "Ze doen alsof wij niet bestaan", zegt Abel van Radio Air Libre. "Naar de man in de straat, die niet de middelen heeft om naar de televisie te gaan, wordt niet geluisterd. Als hij praat, vragen ze hem zelfs met welk recht hij denkt de spreken. Op de televisie zijn het professoren die spreken omdat ze alles weten, en bazen die spreken omdat ze geld hebben." "Allochtonen herkennen zich niet in de programma's van de reguliere media", vertelt Saddie Choua, voormalig medewerker van Kif Kif. "Ze komen veel te weinig aan bod." Jeroen Straeter van de Antwerpse zender Multipop begrijpt het niet goed: "De mainstream media zijn helemaal geen afspiegeling van de Antwerpse bevolking. Kijk maar naar ATV (de Antwerpse regionale televisiezender, nvdr), daar moet de eerste nieuwslezer van allochtone origine nog op het scherm verschijnen. Er zijn meer en meer allochtone jongeren. Die mensen krijgen nauwelijks aandacht." Volgens Juanjo Fernandez van Radio Si is "vrijheid van expressie een fundamenteel mensenrecht. Iedereen die iets te zeggen heeft, zou dat moeten kunnen zeggen. En vaak kan dat niet in de reguliere media". Hij staat ook heel kritisch tegenover informatie uit de massamedia: "Wij hebben de indruk dat de reguliere media de waarheid achterhouden." Saddie Choua vindt dat de massamedia te weinig doen tegen foute beeldvorming: "Ik ben één van die allochtonen die erg boos zijn op de reguliere media. Waar ik mij het meest aan erger, is dat ze geen correcte informatie geven. Er worden constant foute beelden gestuurd vanuit de reguliere media, gewoon omdat ze daar te weinig in investeren." Anoutcha Lualaba van Radio Air Libre is dan weer minder genuanceerd: "De traditionele media vertellen allemaal leugens."

Peter Deceulaer van Radio Centraal gaat het verst in zijn uitspraken: "In de media komen alle minderheden te weinig aan bod. De reguliere media hebben de neiging om zo populair mogelijk te zijn en alles wordt gecommercialiseerd. Ze gaan ervan uit dat ze zoveel mogelijk mensen moeten bereiken, enkel cijfers tellen. Maar mensen moeten ook leren luisteren. De intensiteit is belangrijk. Als ze naar ons luisteren, is het tenminste niet als behang op den achtergrond." Volgens Deceulaer hebben de andere media geen enkele bestaansreden: "De rest van de media zijn commercieel en volstrekt waardeloos in onze optiek: ze dienen als vehikel voor reclame, reclame-inkomsten en zijn onderworpen aan kijk- en luistercijfers."

Luisterpubliek

Bestaat er wel een publiek voor de gemeenschapsradio's en multiculturele programma's? Een aantal multiculturele radiozenders kent min of meer het aantal luisteraars via het Centrum voor Informatie over de Media (CIM). Deze organisatie doet onderzoek naar het bereik van gedrukte en audiovisuele media. Op basis van die cijfers kiezen adverteerders het medium waarin ze reclame willen maken. Dezelfde cijfers bepalen de kostprijs van een advertentie. In 2004 haalde Radio Alma volgens het CIM een gemiddeld dagbereik van 2500 luisteraars, die minstens een kwartier per dag naar de zender luisterden. Het dagbereik van Radio Campus lag voor een lokale radio toen vrij hoog met 4900 luisteraars. Volgens het laatste bereikcijfer van 2005 zou Radio Campus nog maar 1700 luisteraars hebben.

Het CIM verdeelt het jaar in periodes. Elke periode wordt er een "golf" bereikcijfers bekendgemaakt. In 2005 behandelde golf 7 de periode van januari tot maart, golf 8 van maart tot mei, golf 9 van september tot november en golf 10 van november en december. Radio Multipop haalde volgens golf 7, 8 en 9 van 2005 elke dag gemiddeld 4500 luisteraars. Maar op jaarbasis, met de laatste periode bij, zou Multipop opeens 10500 luisteraars gehad hebben. Onder andere door deze dubieuze cijfers ligt de onderzoeksmethode van het CIM zwaar onder vuur. Jeroen Straeter van voormalig Radio Multipop trekt hard van leer tegen de cijfers. De belangrijkste reden is dat het CIM niet kan garanderen dat 20% van de steekproef in Antwerpen bestaat uit allochtonen. Nochtans is 20 % van de stadsbevolking van allochtone afkomst. De steekproef is dus niet representatief. "De allochtone jongeren zijn te weinig betrokken in de steekproef", zegt Straeter. "Die mensen hebben in heel België amper vier Marokkanen ondervraagd." Het gevolg voor Multipop, dat zijn inkomsten uit reclame haalt, is fataal. "Voor adverteerders bestaan wij niet, terwijl wij 50 % van de Antwerpse allochtone jongeren bereiken. Er is een gat in de markt. Etnisch-culturele minderheden vormen een doelgroep met koopkracht. Adverteerders moeten dat ook inzien." Nog een fout van het CIM: in 2003 werd Multipop tijdens de twee eerste maanden foutief onderzocht onder de naam Multitop.

Doordat het CIM volgens velen geen betrouwbare cijfers leveren, gaan gemeenschapsradio's op zoek naar andere manieren om een beeld te krijgen van het aantal luisteraars. Ze baseren zich daarbij vooral op de interactie tussen de luisteraars en de programmamaker. "Het beste bewijs [voor het grote aantal luisteraars] is het aantal telefoons tijdens wedstrijden en interactieve uitzendingen", zegt de website van Radio Campus. "Erol heeft op goede dagen meer dan 30 sms'jes per uur, en zijn telefoon staat roodgloeiend", zegt Sven De Coninck van Urgent.FM over Farkli bir gece. "Ik kan het niet concreet zeggen, maar volgens mij zijn er enkele honderden, misschien wel enkele duizenden luisteraars." Radio Al Manar beweert ongeveer 16.000 luisteraars te hebben, waaronder een groot deel Belgen met interesse voor de Arabische cultuur. Ook een petitie of een actie van de zender geeft soms een beginpunt om het aantal luisteraars te bepalen. Toen Radio Alma in 1986 geen frequentie meer kreeg van de Franse Gemeenschap, verzamelde de zender in één weekend 4.500 handtekeningen. Radio Campus vermeldt de mobilisatie in november 1998, toen de zender zijn licentie tijdelijk moest inleveren. Webradio Kif Kif heeft gemiddeld 2500 bezoekers per dag op de website. Multipop deed het meest representatieve onderzoek. In 2002 liet de zender studenten van het derde jaar Bedrijfsmanagement van de Karel de Grote Hogeschool een enquête afnemen bij 1100 personen in de Antwerpse regio. Daaruit bleek dat Multipop een weekbereik haalde van 35.711 luisteraars. Daarmee bereikte de zender 31 % van de allochtone stadsbewoners, maar ook 15 % van de autochtone stadsbevolking.

Sommige zenders proberen ook een profiel van de luisteraar te krijgen. Radio Campus realiseerde daarvoor het project 'Radio Campus behoort ons toe'. Om de luisteraar dichter bij de zender te brengen, werd een portret gemaakt van een twintigtal luisteraars. Zo kwamen ze tot de constatering dat de luisteraar "nieuwsgierig is om ideeën, muziek en programma's te ontdekken, en zich bewust van de gevaren die onze culturele omgeving bedreigen, waaronder de uniformiteit en de commerciële logica". Duende flamenco, een programma op Radio Si, heeft een eigen website, waarop je naar het programma kan luisteren. Volgens presentator José Rodriguez zijn er een 50-tal luisteraars via internet, waaronder mensen die wonen in Spanje, Italië, Engeland en Duitsland en zelfs in Argentinië en Costa Rica. Voor de gemeenschapsradio's speelt niet alleen het aantal luisteraars een rol, maar ook de intensiteit waarmee ze luisteren. Radio Campus heeft het "ambitieuze en zelfs pretentieuze doel" dat mensen naar Radio Campus luisteren terwijl ze andere zenders horen. "Het aantal luisteraars is niet zo enorm belangrijk", vindt Peter Deceulaer van Radio Centraal. "Ik heb liever dat duizend mensen aandachtig luisteren dan dat een miljoen mensen de radio opzetten als achtergrondgeluid."

3. Televisie

Al op het einde van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 was de beeldvorming rond allochtonen een probleem. Dat vond Paula D'Hondt, toenmalig Koninklijke Commissaris voor het Migrantenbeleid. Ze schreef een brief naar de toenmalige openbare omroep BRTN (nu VRT) en de pas opgerichte commerciële omroep VTM met de vraag om meer allochtonen op het scherm te brengen. Als reactie zond de BRTN vanaf 1992 het multicultureel programma Couleur Locale uit. In 1995 verdween het programma van de buis. Volgens Filip Voets, de producer van Couleur Locale, wilde de BRTN, die de kijkcijfers zag dalen door de komst van VTM, zich richten tot de gemiddelde kijker. Om die kijker aan te trekken programmeerde de BRTN enkel nog populaire programma's voor een groot publiek. Zo verdwenen programma's die zich niet tot de gemiddelde Vlaming richtten. De BRTN voelde meer voor een inclusieve aanpak, waarbij multiculturaliteit in alle programma's wordt geïntegreerd. Het goede voornemen bleef echter zonder veel gevolg en van de multiculturaliteit was weinig te zien.

Tijdens de "Ontmoetingsdagen Allochtonen en Media" in 2002 en 2003 komt de roep van allochtonen om doelgroeptelevisie duidelijk naar voren. Zo zouden ze zich beter kunnen herkennen in onze samenleving. Dit inzicht is de aanleiding voor een discussie rond een aparte televisiezender voor en door allochtonen. Het idee komt van Johan op de Beeck, televisiemaker, ex-nethoofd van Canvas en oprichter van Kanaal Z. Mieke Vogels (Groen!), toenmalig minister van Gelijke Kansen, zet het op de politieke agenda. De zender zou nieuws uitzenden over Vlaanderen, België en het buitenland, maar dan gebracht door allochtonen, die vaak vanuit een ander perspectief kijken. Uitzendingen zouden verlopen in het Nederlands, met eventueel Turkse, Arabische of anderstalige ondertitels. In eerste instantie gaan de andere regeringspartijen akkoord. Nadat de plannen uitlekken, komt er veel kritiek van onder andere de VRT. De openbare omroep vreest concurrentie en noemt het 'apartheidstelevisie'. De oppositiepartijen CD&V en het Vlaams Blok kraken het idee af als "knuffelbeleid" en regeringspartij VLD haakt af door de plotse kritiek. Ook SP.A en Spirit, nog niet in een kartel maar wel allebei in de regering, willen het idee niet langer verdedigen. Het multiculturele initiatief wordt voorgoed in de koelkast gezet.

Momenteel opteert de VRT voor de inclusieve aanpak, waarbij diversiteit geïntegreerd wordt in soaps, fictie, quizzen en humoristische programma's. Selahattin Koçak dingt naar de titel De Slimste Mens, in Thuis zijn er Mo en Aïcha en ook Man Bijt Hond probeert zo veel mogelijk diversiteit te brengen. Toch biedt de televisie in het algemeen en de VRT in het bijzonder nog geen afspiegeling van de multiculturele bevolking in Vlaanderen. Sinds 2005 probeert het Minderhedenforum daarom de discussie over diversiteit terug op de agenda te zetten, onder andere met het debat over allochtonen op televisie op de Openforumdag. De koepelvereniging definieert diversiteit op televisie vanuit een vernieuwde invalshoek. Het Minderhedenforum wil namelijk de VRT, de commerciële zenders en de productiehuizen stimuleren om een fris en nieuw programma te maken voor een breed publiek met diversiteit als uitgangspunt. Dat programma zou moeten uitgezonden worden in prime time. Als voorbeeld haalt het Minderhedenforum Kinderen van Dewindt en Fata Morgana aan. De kracht van deze programma's is dat ze op het eerste gezicht niet over ondernemen of sociale cohesie gaan. Het zijn gewoon goed gemaakte programma's met dito kijkcijfers, geconcipieerd vanuit ondernemerschap en sociale cohesie. Volgens het Minderhedenforum moet dat ook mogelijk zijn met een programma over etnisch-culturele diversiteit, waarbij die diversiteit een meerwaarde geeft zonder dat het er vingerdik opgelegd wordt.

De VRT ziet veel obstakels bij het maken van zo'n programma. Volgens Stef Wouters, verantwoordelijke programmatie van Eén, is het aanbod aan professionele acteurs bijvoorbeeld te beperkt. Ook de kennis van de taal vormt volgens de VRT een obstakel. Velen vinden dan weer dat de VRT strengere taalnormen gebruikt bij allochtonen dan bij autochtonen. "Een Vlaming met een regionaal accent wordt op het scherm ondertiteld. Een allochtoon met een accent is voor de media 'niet bruikbaar'", vindt Hassan Amaghlaou, voorzitter van de Limburgse integratieraad. Ook volgens Baldwin Van Gorp, hoogleraar in de communicatiewetenschappen aan de Radbout Universiteit Nijmegen, is de tijd voor een multicultureel programma rijp. "Ik heb veel begrip voor de programmamakers en voor de vele obstakels die zij trachten het hoofd te bieden. Anderzijds geloof ik dat ze de controverse niet moeten schuwen. Dat zet mensen aan het denken. Ook stereotypen moeten kunnen. Je moet risico's durven nemen."

De Franstalige Belgische zenders hebben wel nog specifieke programma's voor minderheden. Op TéléBruxelles (TLB) is er Initative Africa, dat sinds 2002 elke week drie Afrikaanse, individuele initiatieven voorstelt op het vlak van gezondheid, milieu, cultuur of opvoeding. Het programma Télé Matonge brengt sinds 2004 nieuws, cultuur en entertainment voor de Brusselse Afrikaanse gemeenschap. De Radio et Télévision Belges Francophones (RTBF) zendt op zaterdag Reflets Sud uit, over de problemen van Afrika. De laatste vrijdag van de maand is er het programma 1001 cultures, over de "rijkdom van België aan diversiteit". In december 2005 verschijnen er berichten in de pers over een mogelijk integratieprogramma met taallessen op de Vlaamse regionale televisiezenders. De Niet Openbare Regionale Televisieverenigingen Vlaanderen (NORTV) laat weten dat ze bereid is om mee te werken aan allerhande multiculturele programma's, waaronder een inburgeringsprogramma, als Vlaams Minister van Integratie Marino Keulen (VLD) een voorstel indient en het project financiert. Keulen zegt open te staan voor suggesties als NORTV een concreet voorstel indient. Noch NORTV, noch minister Keulen trekken het initiatief naar zich toe. Voorlopig is het project daardoor van de baan.

Samengesteld door Sacha Dierckx, student Journalistiek Erasmushogeschool Brussel (maart 2006)