Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > over trefmedia > els witte
 
“Via onderzoek zouden we eens moeten peilen naar de motivaties voor de studiekeuze van allochtone studenten.”
Els Witte is historica en was tot voor kort de eerste vrouwelijke rector van de Vrije Universiteit Brussel. Al sinds 1974 is ze als gewoon hoogleraar verbonden aan de VUB. De 19de eeuw en de periode na WOII zijn haar stokpaardjes. Dat ze ook houdt van Brussel, de stad waar ze al haar hele leven woont, staat buiten kijf. Ze was oprichter van het Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van Brussel.. In 1988 zette ze een zijstapje in de richting van de media. Zes jaar lang was ze voorzitter van de Raad van Bestuur van de BRTN, de huidige VRT.
 

“Van oudsher is het een traditie om professoren te vragen voor het voorzitterschap van de Raad van Bestuur van de openbare omroep. In die periode, eind jaren '80, kregen vrouwen ook echt doorbraakmogelijkheden. Tijdens mijn voorzitterschap heb ik gezien hoe het bij de openbare omroep vanbinnen allemaal reilt en zeilt. Ik heb er veel geleerd. Voor de toenmalige BRTN was het een moeilijke maar tegelijk ook heel boeiende periode. De kersverse VTM betekende immers groot concurrentiegevaar.
Maar waar ik altijd het meest aan toegewijd ben geweest, is het historische onderzoek. Geschiedenisonderzoek is veel meer dan een job voor mij. Het is een passie. En aan passies zijn niet veel nadelen. Een onderzoeker verlegt voortdurend zijn eigen grenzen. Ook het lesgeven is voor mij een beroep met privileges. Sinds de jaren ’70 doceer ik de cursus Media en Politiek; Politieke Functies van de Massamedia. Per jaar begeleid ik 10 à 20 thesisstudenten in de Communicatiewetenschappen. Vaak doen we inhoudsanalyses van kranten of televisieprogramma’s. Ik mag dus omgaan met studenten en kan jonge mensen een – in zekere zin opgebouwde – kennis overdragen. Ik zie niets dan voordelen."

"Op de vraag of er voldoende allochtonen in de media werken is het antwoord ronduit ‘neen’. De openbare omroepen in Europa doen er wel iets aan. Er zíjn codes opgesteld. Maar als je in de praktijk kijkt, is dat allemaal heel minimaal ingevuld. In vergelijking met Nederland doen we het absoluut niet goed. Enerzijds heeft die povere tewerkstelling te maken met de algemene moeilijkheden waarmee die mensen te kampen krijgen wanneer zij een job zoeken. Daarenboven zijn de media een milieu van hoger opgeleiden. Als we weten dat weinig allochtonen doorstromen naar de universiteiten, dan hebben we een verklaring.
Maar we mogen ook niet pessimistisch zijn: de doorstroming naar het hoger onderwijs is langzamerhand aan het verbeteren. En dat ligt niet alleen aan een continu diversiteitbeleid van de universiteiten. Wetende dat de VUB in zijn geheel al langer diversiteit hoog in het vaandel draagt, is er toch nog altijd een opmerkelijk verschil in de verschillende vakgroepen. Ik merk dat allochtone studenten vooral kiezen voor een opleiding in de Rechten en in de Politieke Wetenschappen. In de vakgroepen Communicatiewetenschappen en Geschiedenis is hun aanwezigheid nog heel beperkt. Via wetenschappelijk onderzoek zouden we eens moeten peilen naar de motivaties voor de studiekeuze van allochtone studenten. Ik weet niet precies hoe een job in de media aangeschreven staat. Daar zijn geen studies over. Ik denk dat de perceptie van het journalistenberoep niet zeer hoog scoort, maar ook niet laag. Er moeten zich alleszins nog veel vakgroepen profileren. Nogmaals, ik ben niet pessimistisch. Het is een kwestie van tijd."

Programma's van allochtone Belgen voor alle Belgen

"Uit studies naar het mediagebruik van mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond blijkt dat zij nog vaak hun eigen zenders hebben en veel kijken naar de televisiekanalen van het land van herkomst. In de 2e en 3e generatie is die vaststelling natuurlijk veel minder van toepassing. Maar de vraag blijft of zij wel zitten te wachten op een eigen allochtone zender? Om de integratie te verbeteren, moet er zoveel mogelijk binnen de grote structuren worden gewerkt. Allochtonen moeten daarin hun plaats vinden. De volgende vraag is dan of die programma’s enkel op hen gericht moeten zijn, of dat die allochtonenprogramma’s er voor iedereen moeten zijn? Ik pleit voor het laatste. In Nederland hebben ze programma’s zoals Raymann is Laat. Dat is een late-night televisieprogramma van Jörgen Raymann, geboren in Nederland maar opgegroeid in Suriname. In 2001 zette hij in Nederland zijn eigen productie- en managementbedrijf op, waarbinnen hij zelf zijn theatershows produceert, zijn eigen management voert en televisieshows ontwikkelt. Zijn televisieshows richten zich in de eerste plaats op mensen met een andere culturele herkomst. De affiniteit met kijkers die dezelfde culturele roots als hijzelf hebben, is natuurlijk heel sterk. Maar toch richt het programma zich ook op alle Nederlanders."

Allochtonen zijn ofwel student, ofwel televisiekijker, ofwel zijn ze… ze zijn zoals alle anderen

"Het beeld van 'de allochtoon in de Vlaamse samenleving' in de media ligt nog mijlenver van de dagelijkse Vlaamse realiteit. De media berichten nog te veel over incidenten. Ze doen hun best, bijvoorbeeld in soaps, om hen tot het dagelijkse leven te laten behoren, maar ze kunnen nog veel meer inspanningen doen. Het aantal mensen met een diverse etnisch-culturele achtergrond in de samenleving moet zich weerspiegelen in het aantal journalisten. Maar goed, met betrekking tot vrouwen zijn we er ook nog lang niet. Daar is ook nog geen getrouwe weerspiegeling.
Ik ben voor een diverse samenleving. We moeten diversiteit als een natuurlijk gegeven zien en er ons geen vragen meer over stellen. Voor mij is het ‘omgaan’ met verschillende nationaliteiten een volstrekt evidente zaak. Ik woon te midden van Brussel, in één van de wijken waar de overgrote meerderheid allochtonen wonen. En ik heb de indruk dat er in onze hoofdstad een open mentaliteit heerst. Dat zien we bijvoorbeeld in het feit dat sommige kabelmaatschappijen, o.a. Coditel, ook Arabische, Turkse, Tunesische, … televisiezenders aanbiedt in haar totaalpakket. Brussel is dus ook op dat vlak een voorbeeld van een zekere openheid. Daarmee zeg ik niet dat we Brussel als norm moeten nemen. Brussel is evenmin representatief voor heel Vlaanderen. Ik kan alleen maar zeggen dat het zelfs vreemd aanvoelt als ik in een andere Vlaamse stad ben en ik zie niet zoveel verschillende nationaliteiten op straat. Ik vind het de normaalste zaak om hen niet meer te zien als een aparte groep die nog moet integreren. De meeste zijn al geïntegreerd!
Ik wil graag illustreren hoe ik ertegenover sta. Als ik les geef, zie ik onder mijn studenten geen allochtonen. Ook al gaat het vaak om groepen waarin veel mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond zitten. Ik zie studenten. En voor mij zijn al die jonge mensen 'studenten'. Ik denk dat dat de juiste houding is. Ofwel zijn ze student, ofwel televisiekijker, ofwel zijn ze… ze zijn zoals alle anderen. Het beeld in de media strookt nog niet met die houding."

Ik steun TrefMedia omdat.

"Ik sta volledig achter Trefmedia omdat ik diversiteit en tolerantie heel belangrijk vind. Ik ben voor een open samenleving en dit ligt volledig in die lijn. Vandaag zijn instellingen of stromingen die diversiteit stimuleren broodnodig. En ze verdienen steun. Binnen de academische wereld is Trefmedia niet voldoende bekend. Dat is nochtans jammer want Trefmedia sluit aan bij het diversiteitbeleid dat ook binnen de verschillende universiteiten wordt gevoerd. In mijn eigen lessen heb ik het bijvoorbeeld concreet vaak over minderheden. In die context kan ik naar Trefmedia verwijzen."

Interview door Kimberly Verthé, Licentiaat Communicatiewetenschappen en student Journalistiek (maart 2006)