Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > rwina
 
Much ado about Rwina
22/05/2008 - Rwina, het eerste programma dat de interculturele samenleving op de korrel nam, kreeg veel kritiek. Volgens het Minderhedenforum onvermijdelijk voor een eerste poging. De idee om dit soort programma's te maken mag dus niet worden afgeschreven.
 

Is het mogelijk om via televisieprogramma’s de bestaande beeldvorming te wijzigen? De openbare omroep nam in maart de proef op de som en schotelde de kijker Rwina voor, het eerste programma dat de interculturele samenleving op de korrel nam. Het Minderhedenforum is tevreden dat de VRT nieuwe initiatieven ontwikkelt om de diversiteit van de samenleving op het scherm te brengen, maar heeft gemengde gevoelens bij de kwaliteit die Rwina de maandagavond op één bijbracht.

Dat de openbare omroep de vijfdelige sketchserie in primetime programmeerde op hét familienet bij uitstek getuigt ogenschijnlijk van veel vertrouwen. Men kan het zelfs als een statement zien. Eentje dat bovendien tegemoetkomt aan een vraag van het Minderhedenforum naar meer programma’s die een etnisch-cultureel diverse samenleving als thema hebben. Door Rwina op te hemelen in aankondigingen als een typevoorbeeld van goede nieuwe televisie heeft de VRT het programma echter geen dienst bewezen. De superlatieven zetten het verwachtingspatroon immers zo hoog dat het quasi onmogelijk werd aan de verwachtingen te voldoen.

Hierdoor valt het des te meer op dat de humor vaker doel mist dan raak schiet. De makers hangen hun sketches namelijk op aan de clichés die bij de kijker heersen over allochtone groepen, zoals dames die burka’s dragen of luie werkonwilligen. Ze slagen er echter niet in het cliché te overstijgen en bevestigen zo eerder het vooroordeel dan het onderuit te halen. Humor is een uitgelezen instrument om versteende vooroordelen uit balans te spelen, maar Rwina bewijst vooral dat daar meer voor nodig is dan het opwarmen van huizenhoge clichés, zonder een pittige eigen input te geven.

Toen Rwina de buis haalde, maakte de VRT graag de vergelijking met een succesnummer uit de jaren negentig: Buiten de Zone. Die reeks draaide echter rond een fantasiewereld en teerde op absurde humor om de fantasie tastbaar te maken. Rwina beweegt zich in een realistischer milieu en kan stereotypen dus moeilijker buiten de werkelijkheid zetten. Een enkele keer slaagde de reeks daar toch in, bijvoorbeeld wanneer de allochtone acteurs in de huid van ‘Vlamingen’ kropen en vice versa. Daarin hadden de makers verder mogen gaan. Ze hadden meer mogen opschuiven in de richting van de aanpak die In De Gloria predikte. Het kijken naar zichzelf en niet zozeer naar ‘de ander’ had ons namelijk verder van de realiteit gebracht en de kans geboden bepaalde thema’s letterlijk vanuit een ander standpunt te bekijken.

Het Minderhedenforum is vragende partij om humor als kapstok te gebruiken om iets te vertellen over de samenleving. Humor zorgt voor ontlading en kan zaken bespreekbaar maken. Geregeld slaagt Rwina daar ook in: het programma had zeker zijn deel sterke sketches. Helaas verzuipen die in een brave en saaie middelmaat. Middelmatigheid is nu wel een bedje waarin wel meer populaire programma’s ziek zijn, maar dan hadden de makers Rwina niet mogen verkopen als een baanbrekende reeks die de controverse niet schuwt.

We mogen echter het kind niet met het badwater weggooien. Een sterk punt van Rwina was bijvoorbeeld dat de acteurs zelf van diverse afkomst waren. Sommige grappen waren anders vast racistisch en beledigend overgekomen. Het niveau van de acteerprestaties mag dan niet uitzonderlijk zijn, daar hebben we ons nooit aan gestoord. Het zou oneerlijk zijn van mensen van allochtone origine Oscarprestaties te verwachten terwijl het acteerniveau op de Vlaamse televisie geregeld tot onder het vriespunt zakt. Het programma is dan ook een voorbeeld bij uitstek van participatie.

Het is goed dat minister van inburgering Marino Keulen dergelijke programma’s financiert. Anderzijds heeft de openbare omroep een duidelijke opdracht rond diversiteit, die ze ook met middelen uit de eigen dotatie moeten kunnen waarmaken. Bovendien zou Vlaams televisietalent ook uit eigen beweging dit soort tv moeten gaan maken, los van maatschappelijke opdrachten van hogerhand. De eerste bekommernis moet immers zijn om goede televisie te produceren. Misschien was Rwina dat trouwens wel voor een hoop mensen: de kijkcijfers waren zeker niet slecht. De reeks zou dan ook een aanzet moeten zijn voor de VRT om te leren uit dit proefballonnetje en snel verse initiatieven te ontwikkelen. Dé ultieme interculturele televisie zal dat morgen nog niet opleveren. Maar wie weet wat overmorgen brengt?

Katleen de Ridder, TrefMedia