|
Seminarie over interculturele televisie
Vrijdag 8 december 2006
Vlaams-Nederlands huis, deBuren, Brussel
Inleiding (Katleen De Ridder, Minderhedenforum)
Voorstelling Cityfolk, Premtime, Urbania (Erik Hogenboom, NPS)
Voorstelling Dunya en Desie (Robert Alberdingk Thijm)
Voorstelling Meiden van Halal (Jan Kooyman en Esmaa Alarchiachi)
Uitwisseling Nederland - Vlaanderen
Aanbevelingen
Inleiding (Katleen De Ridder, Minderhedenforum)
Tijdens de inleiding gaf Katleen De Ridder (Minderhedenforum) een woordje uitleg over de samenstelling van programma. De televisieprogramma's die tijdens dit seminarie aan bod komen, zijn van NPS makelij. Dat is geen toeval. NPS staat voor Nederlandse Programma Stichting, een openbare omroep die vanwege de overheid de opdracht kreeg om 20% van de zendtijd te besteden aan zogenaamde minderhedenprogramma's. NPS kan dus niet alleen bogen op een pak expertise, het vult het begrip 'minderhedenprogramma' op een interessante manier in. Het Minderhedenforum zou die manier samenvatten als: programma's voor een breed publiek, en dus niet alleen voor allochtonen, maar waarin diversiteit op een ongedwongen manier aan bod komt. Het programma van het seminarie overvleugelt verschillende genres: er is fictie voor jongeren, docudrama, reportage en burgerjournalistiek. Maar wel is gekozen voor programma's uit de entertainmentsfeer. Ook dat is geen toeval. Want net daar ontbreekt het in Vlaanderen aan: goed, intercultureel amusement. Waarmee we niet mogen geloven dat interculturele programma's in Nederland louter een zaak is van NPS. Ook andere openbare omroepen, zoals BNN met zijn Grote Integratieshow, lieten zich niet onbetuigd. Helaas konden de makers van De Grote Integratieshow niet aanwezig zijn.
Waar willen we met dit seminarie naartoe? Eerst wat we niet willen. Geen welles-nietes debat over dé media die allochtonen niet, slecht of onvoldoende representeren. En geen verdedigingsargumenten van in het nauw gedreven media over allochtonen 'die ze niet vinden'. Dàt debat is namelijk al verschillende keren gevoerd. En hoewel het klopt dat in Vlaanderen enkele randvoorwaarden nog niet vervuld zijn, gaan we het vandaag toch hebben over de vraag: hoe kan je interculturele televisie vorm geven? We kijken daarvoor naar Nederland. Niet om de Nederlandse programma's te gaan kopiëren, wel om expertise te delen.
Het programma zelf dan. We gaan eerst luisteren naar Erik Hogenboom die NPS voor ons zal inleiden en zal spreken over 3 programma's: Urbania, Cityfolk en Premtime, dat momenteel loopt. Daarna gaat het naar Robert Alberdingk Thijm die het geheim recept toelicht van Dunya en Desie, een breed bejubelde jongerenserie. We eindigen met een programma dat eveneens momenteel loopt namelijk De Meiden van Halal en dat in Nederland wat stof deed opwaaien.
Voorstelling Cityfolk, Premtime, Urbania (Erik Hogenboom, NPS)
Hogenboom maakte voor de Nederlandse Programma Stichting Urbania en de Europese uitloper daarvan Cityfolk. Momenteel doet hij de eindredactie van Premtime. Hij vangt aan: "Wij van de NPS hebben makkelijk praten. Wij hebben de verplichting vanuit overheidswege om 20% van onze zendtijd te weiden aan multiculturele programma's. Dit is een soort dwang. In die zin dat de uren worden geteld, en als deze niet voldoen dan krijgen we een boete. Dus de NPS is als organisatie verplicht om te zoeken naar nieuwe formules en programma's die aandacht besteden aan de multiculturele samenleving."
In zijn betoog maakt Hogenboom duidelijk dat NPS een evolutie meemaakte inzake visie op multiculturele programma's. Aanvankelijk waren dat educatieve en informatieve programma's, via exotische programma's tot aan de crossculturele programma's zoals wij ze nu maken. Het start rond de jaren '50 - '60 met doelgroepprogramma's voor groepen migranten (Turken, Spanjaarden, Marokkanen, .). In deze programma's werd informatie geboden over hun thuisland in de moedertaal van de doelgroep. Zo was er in Nederland de bekende formule Paspoort. Dit was een service-rubriek met nieuws en info voor elke doelgroep met het oog op een succesvolle integratie. Tot de jaren '80 domineerden deze doelgroepprogramma's. Maar dan kwam de eerste kritiek op het mislukken van de integratie en dit niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Stemmen opperden dat het gedaan moest zijn met de zogenaamde 'knuffelprogramma's'. Mensen moesten worden verplicht om de Nederlandse taal te leren. Doelgroepprogramma's raakten gericht op een breed publiek, zo ook voor het informeren van de autochtonen over de nieuwkomers in Nederland. Deze programma's waren echter heel eenzijdig gericht op het informatieve en het educatieve maar hadden weinig journalistieke waarde. Zo hadden we bijvoorbeeld programma's als Meer op zondag, waarbij er voornamelijk aandacht was voor de eigenaardigheden van de verschillende etnische groepen. Het leunde zelfs aan bij een zeker exotisme.
In de jaren '90 was er een sterke opmars van de commerciële televisie. Die meteen veel slimmer inspeelde op de bestaande migrantengroepen in Nederland. Zo kwam er in hun programma's meer en meer een afspiegeling van de samenleving. Echter ontbrak het deze programma's vaak aan kwaliteit en diepgang, waardoor de afspiegeling vaak een heel beperkte afspiegeling was. De NPS werd opgericht half de jaren '90. Dit was meteen het definitieve einde van de doelgroepprogramma's. Er werd gezocht naar een crossculturele benadering met als uitgangspunt de uitwisseling tussen verschillende culturen. Op programmagebied kreeg dit vorm vanuit verschillende invalshoeken. Er werd gewerkt met zwarte acteurs, zwarte presentatoren en noem maar op. En er werden programma's gemaakt zoals Comedy factory, Dunya en Desie, Bradaz, Weltevreden op 10, Raymann is laat en verschillende kinderprogramma's met een multiculturele invalshoek. Ook op informatief vlak werd er gezocht naar nieuwe formats. Ook kwamen er andere thema's aan bod zoals 'uitgaan', 'seksualiteit' en kwam er meer aandacht voor de onderlinge verschillen binnen de brede groep allochtonen. Er zijn verschillende voorbeelden van dergelijke programma's uit het informatieve genre. Bijvoorbeeld Stappen, waarbij men inzoemde op de verschillende uitgangsculturen van allochtone groepen zoals Antillianen, Marokkanen, .. Een ander voorbeeld is Surinamers zijn beter dan . (vul in: Turken, Marokkanen, .) waarbij de Surinaamse presentator op zoek gaan naar de verschillen tussen zijn cultuur en die van Turken, Marokkanen en noem maar op. Dit programma was een beetje 'op het randje' maar heel interessant omdat het de aandacht richtte op de verschillen in de brede allochtonengemeenschap. Een ander programma was Gemengde liefdes dat ging over relaties van mensen van verschillende afkomst. En uiteindelijk ontstond er Urbania en later de Europese variant Cityfolk waaraan ik heb meegewerkt. Maar daarover straks meer. Na 11 september en de moord op Theo van Gogh heeft de multiculturele samenleving een veel grimmiger karakter gekregen. Daarop heeft de NPS proberen in te spelen door zich sterker op de politieke kant van de multiculturele samenleving te focussen. Dit met programma's als Premtime en De Meiden van Halal.
Om zijn eigen programma, Cityfolk uit te leggen, toont Hogenboom een fragment uit de aflevering Amsterdam. Cityfolk zijn reeksen portretten van Europese steden aan de hand van markante inwoners. Steden zijn per definitie multicultureel en bij de selectie van de getuigen is daar meer dan rekening mee gehouden. We kijken naar een fragment met een Hollandse vrouw die gondel vaart op de Amsterdamse grachten. Cityfolk breidt verder op Urbania dat hetzelfde deed maar dan voor Nederlandse steden. Het is een coproductie tussen 14 Europese landen. Het achterliggende idee van Urbania en Cityfolk was om op een niet-expliciete manier de multiculturele samenleving te tonen. Dit door middel van het portretteren van mensen als individuen. Zijdelings komt de afkomst wel ter sprake, maar we wilden juist af van de stereotypering. We focusten op de individuele verhalen, passies en hobby's van markante figuren uit grootsteden. Urbania loopt inmiddels niet meer, maar Cityfolk nog wel.
Dan gaat het naar Premtime. We kijken naar een fragment waarbij een journalist een familie bezoekt die slachtoffer is geworden van racisme. Premtime is een heel ander soort programma als Cityfolk en Urbania. Urbania heeft zes jaar gelopen bij de NPS. Maar langzaamaan kwam er meer en meer discussie hieromtrent. Het werd duidelijk dat er nood was naar een andere formule. Eén die veel journalistieker van aard was en meer inspeelde op het debat over de multiculturele samenleving. Zo ontstond Premtime. Bij dit programma gaat de presentator op zoek naar oplossingen voor problemen in de samenleving. Premtime moest een programma 'van de straat' worden. In tegenstelling tot de 'softe' benadering van Urbania wou Premtime het debat op straat voeren. Op het einde van Premtime volgt er altijd een 'uitsmijter' waarbij op humoristische wijze bepaalde maatschappelijke kwesties worden aangepakt.
Premtime slaat aan in Nederland. Bovendien is duidelijk geworden dat het gemakkelijker lukt om in dit programma jongeren voor de camera te krijgen. Dit in tegenstelling met een meer klassiek programma van de NPS 'NOVA', waaraan jongeren nauwelijks willen meewerken. Dit komt omdat dit programma veel stereotyperender met de multiculturele samenleving lijkt om te springen.
Voorstelling Dunya en Desie (Robert Alberdingk Thijm)
Robert Alberdingk Thijm is freelance, zelfstandig scenarist. Hij werkte mee aan de scenario's van Allstars (in België bekent van zijn remake Teamspirit), de jongerenserie The Daltons, Waltz en in de jaren '90 In de Vlaamschen pot. Dit laatste was een serie over een stel nichten dat samen een restaurant openhield. Dit programma was vernieuwend omdat het voor het eerst zonder complexen sprak over homoseksualiteit. Hij vervolgt: "Toen heb ik voor mezelf geleerd dat je een scenario dient te schrijven vanuit het personage, meer bepaald vanuit wie een personage is in plaats van wat een personage is. Eind jaren '90 werd ik gevraagd om een jongerenserie te maken rond 15-jarige meisjes waarbij één van de meisjes van Marokkaanse afkomst was. Voor alle duidelijkheid, dit was nog vóór 11 september en vóór de moord op Theo Van Gogh."
De uitgangspunten voor de serie waren dat we geen migrantentelevisie wilden maken, we wilden migranten niet in een slachtofferrol duwen. Ten tweede mocht de culturele identiteit niet bepalend zijn voor het karakter van de personages. Het is namelijk niet omdàt Dunya Marokkaanse is dat ze een bepaald karakter heeft. We speelden natuurlijk wel met de etniciteit maar deze was dus niet bepalend voor het karakter. Ten derde wilden we het conflict niet vermaatschappelijken maar wel verpersoonlijken. We wilden het hebben over de kwetsbaarheid van een vijftienjarig meisje en bijvoorbeeld niet over uithuwelijken. Ten vierde was het de bedoeling om het verhaal zo universeel mogelijk en herkenbaar mogelijk te vertellen. En tenslotte stonden humor en waarachtigheid centraal. Langs de ene kant emotionele waarachtigheid, de gedachten en gevoelens van de hoofdpersonages moesten kloppen voor meisjes van vijftien. Langs de andere kant ook waarachtigheid wat de culturele aspecten betreft. Hiervoor heb ik veel steun gehad van een Marokkaanse schrijfster.
Het moest dus gaan over meisjes van vijftien. En niet over gelovige meisjes of noem maar op. Veel sprookjes gaan over meisjes van vijftien, denk maar aan Doornroosje, Roodkapje, Sneeuwwitje, Rapunzel, .. Centraal hierbij staan seksualiteit en puberteit. Deze gaan in verschillende culturen gepaard met gelijkaardige gevoelens zoals angst, onzekerheid en nieuwsgierigheid. In Nederland is er na de seksuele revolutie een taboeloze, zelfs lompe cultuur ontstaan. Deze staat tegenover een cultuur zoal de Marokkaanse waarbij rond thema's zoals seksualiteit en puberteit juist veel taboes bestaan. Maar omdat zowel Dunya als Desie beide in dezelfde fase van hun leven zaten vond ik het verschil van culturele benadering van dezelfde zaken het meest interessante om rond te werken.
Centraal in de serie staan dus de personages en niet zozeer de culturen. Als eerste hebben we Dunya. Zij is introvert en rustig, eerder bescheiden, voorzichtig, denkt aan de anderen, is secundair en twijfelt veel, ze kan zich ontzettend goed aanpassen en is niet vies van een leugentje om bestwil, is slim en heel loyaal. Desie langs de andere kant is explosief en zelfs wild, is brutaal, dapper, egocentrisch, ze is direct en impulsief, eerlijk, is niet zo slim en is tevens loyaal. Met deze contrasten in karakters konden we in de verhalen veel kanten uit.
Er wordt een fragment getoond: 'Liefdesgedicht'. Dunya en Desie zitten op de trein. Dunya zit te schrijven. Desie merkt op dat ze de opdracht voor school - een liefdesgedicht schrijven - een idiote taak vindt. Dan begint het haar te dagen: Dunya is bezig met het liefdesgedicht. Desie begint te dollen en probeert het schrift af te pakken van de tegenstribbelende Dunya. Wat Dunya vreesde gebeurt: Desie krijgt het schrift te pakken en begint luid voor te lezen. Haar toon is een mengeling van spot, gêne en bewondering. Ze geeft het schrift terug en zegt dat het een mooi gedicht is. Plagend. Dunya lacht groen.
Ook wat betreft de gezinssituatie van de meisjes hebben we de contrasten zo groot mogelijk gemaakt. De moeder van Desie is alleenstaande. Bovendien lijken Desie en haar moeder zeer sterk op elkaar. Het gezin van Desie is eigenlijk zo'n huishouden waar de wc-deur nooit op slot gaat. Het is met andere woorden 'Holland in een notendop'. Dit staat tegenover het gezin van Dunya dat een eerder traditioneel gezin is. Ik heb bovendien Dunya bewust alleen een jongere broer gegeven. Oudere zussen zouden reeds voor Dunya enkele kastanjes uit het vuur hebben gehaald en een oudere broer zou eerder beschermend over haar zijn. Bovendien heeft Dunya een sterke moeder die de beide mannen in huis van tijd tot tijd op hun nummer zet. Dunya is constant bezig met uit te zoeken wat ze thuis kan bespreken. En met haar moeder kan ze meer bespreken dan ze dacht.
Er wordt een fragment getoond: 'Bouwvakkers'. De moeder van Desie sjouwt overvolle boodschappentassen voorbij een stelling waarop bouwvakkers aan het werk zijn. Ze keert op haar stappen terug, richt haar hoofd op naar de bouwvakkers en vraagt: "Moeten jullie niet fluiten naar een lekker stuk?". De verbouwereerde bouwvakkers weten eerst niet waar ze het hebben. Dan herpakken ze zich. "Zie jij een lekker stuk dan?" Desie's moeder is zichtbaar op de tenen getrapt. Het komt tot een welles-nietes tussen de bouwvakkers die hun pret niet op kunnen en de gefrustreerde moeder.
Deze scène, die overigens door de deelnemers van het seminarie onthaald werd op lachsalvo's, toont volgens Robert Alberdingk Thijm goed aan hoe Dunya en Desie speelt met clichés. Eigenlijk door ze op hun kop te zetten.
Thijm vervolgt zijn verhaal. Belangrijk was ook de vraag waar de serie zich moest afspelen, in welke arena. In de grote stad of in een kleine gemeente, of iets er tussen in? Sowieso zou het een belangrijke invloed hebben op de serie. Uiteindelijk is het 'Amsterdam-Noord' geworden. Je kan de grote stad zien liggen aan de overkant. Maar je bent er nog niet, net niet. Dit heeft ook een symbolische waarde. Bovendien is Amsterdam-Noord zo'n plaats waar je je heerlijk kan vervelen. Daar heb ik trouwens nog een leuke anekdote over. In de eerste versie stonden scènes waarin Dunya en Desie samen naar school fietsten. Deze scènes zijn uiteindelijk allemaal geschrapt om dat de regisseur duidelijk maakte dat dit niet kon. In Amsterdam-Noord' werd niet gefietst. Sindsdien gingen Dunya en Desie met de tram naar school. Eigenlijk zijn Dunya en Desie roze rozen tussen grijs beton. Ze moeten zichzelf maken.
We hebben ook getracht steeds bepaalde vaste elementen in elke aflevering te steken. Zo zit er ten eerste in elke aflevering een herkenbaar puberprobleem. Ten tweede begint elke aflevering met Dunya die een bepaalde stelling aanhaalt in voice over. Een stelling over hoe ze denkt dat de werled in elkaar zit. In de loop van de aflevering beseft ze dat het toch anders in elkaar zit. Ten derde komt er in elke aflevering een bepaald thema van de Marokkaanse cultuur aan bod. Maar altijd wordt de link gelegd naar iets waar de meisjes zelf mee bezig zijn. Bijvoorbeeld rond het thema 'uithuwelijken' en de vraag die Dunya zich stelt, met name, 'houden mijn ouders echt van elkaar'. In dezelfde aflevering gaan Dunya en Desie op zoek naar een nieuwe man voor Moniek, de moeder van Desie. Ten vierde staat in elke aflevering de vriendschap van Dunya en Desie ook op het spel. Ten vijfde ligt er in elke aflevering een lijn met één van beide moeders. Ten zesde speelt elke aflevering zich af rond het dagelijkse leven in Amsterdam-Noord. Tenslotte bevat elke aflevering de nodige dosis humor.
De serie kreeg de kritiek dat ze véél te politiek correct was. Dunya en& Desie zou proberen de multiculturele droom in stand te houden en zelfs, zo stelde de critici, vormingstoneel zijn. Ik vind de serie juist niet politiek correct. Na de moord op Pim Fortuyn was er een grote discussie over hoe om te gaan met de multiculturele samenleving. Wij wilden hier gewoon niet aan meedoen. We wilden er geen actualiteit insteken. Daar ben ik nu trouwens heel blij mee. Ik heb het gevoel dat je nu nog de serie kan bekijken en zelfs over tien jaar.
Dat we niet zo politiek correct zijn merk je ook aan de behandelde thema's, zeker als je je bedenkt dat het om een jongerenserie gaat. Volgende thema's kwamen aan bod:
- de ramadan in een Chinees restaurant
- de lingerie van Dunya's moeder
- uithuwelijken en partnerkeuze
- Islamitische uitvaart en condoomgebruik
- moskeebezoek op valentijnsdag (daar staan alle schoenen aan de ingang, ideaal om een liefdesbriefje door te spelen)
- maagdelijkheid en uitstrijkjes
- het boze oog en jaloezie
- marihuana dealend jonger broertje
- de regels van gastvrijheid en huisregels
- verliefdheid
- van huis weglopen en roken
- bijgeloof en waarheid
- hoofddoekjes in de kapperschool
Er wordt een fragment getoond waarin Desie spot met een blinde jongen.
In de serie wordt er sterk gespeeld met clichés en vooroordelen. Wat te doen met dergelijke clichés is trouwens het dilemma voor televisie maken in het algemeen. Wij hebben er echt voor om ze gewoon te gebruiken en ze en spiegelen of om te keren. Zo wordt in de serie een kwestie rond de hoofddoek in verband gebracht met een poetsvrouw. Het is ook juist door ze te gebruiken dat de clichés ongevaarlijk worden. We vonden het ook belangrijk dat de vooroordelen en clichés zo persoonlijk mogelijk werden gemaakt. Bijvoorbeeld Zoufian die drugs dealt, we gaan daar verder in en stellen de vraag waarom doet hij dat. Natuurlijk is het hierbij enorm belangrijk om de vooroordelen weer met humor te overladen. Tenslotte wilden we tevens inzicht verschaffen rond bepaalde clichés.
Tenslotte wil ik nog wijzen op het succes van Dunya en& Desie. De serie is goed bekeken door jongeren, een doelgroep waar de openbare omroep het doorgaans zeer lastig heeft. Bovendien werd het hooggewaardeerd zowel bij het Nederlandse als bij het Marokkaanse publiek. Bovendien heeft het nationaal en internationaal veel prijzen gewonnen. Ook in andere Europese landen schijnt het aan te slaan want het is inmiddels verkocht aan ondermeer Noorwegen, Zweden, Finland en Duitsland. En nu, nu is er een heuse bioscoopfilm in de maken over deze twee tienermeiden maar dan op de leeftijd van 18.
Voorstelling Meiden van Halal (Jan Kooyman en Esmaa Alarchiachi)
Omschrijving: Drie moslimmeiden met hoofddoek interviewen prominente, bekende en minder bekende Nederlanders over enkele markante thema's zoals de hooffdoek, islam, carrière of seksualiteit. De meiden zijn, op z'n zachtst gezegd, welbespraakt. De toon van het programma is zeker niet braaf. Het programma is snel en ironie is nooit ver weg. Hoewel . sommige programmaonderdelen zijn heel serieus. Het programma loopt momenteel op de Nederlandse televisie.
Jan Kooyman (eindredacteur) interviewt Esmaa Alariachi, één van de Halalmeiden.
Jan Kooyman: Tweeënhalf jaar geleden heb ik de meiden ontmoet. Ik wist meteen, hier moet ik iets mee doen. We hebben een pilot gemaakt zonder een format te hebben en zijn gewoon langs gegaan bij alle omroepen. Zo zijn we bij de NPS terechtgekomen. Maar ook zij hebben aanvankelijk getwijfeld of het een goed idee was om drie meiden met een hoofddoek en een camera Nederland in te sturen. Maar ja, inmiddels zitten we al aan ons derde seizoen.
Esmaa Alariachi: Met twee zusjes zitten nu in Zweden waar ze een workshop geven en spreken over De Meiden van Halal. Het is iets vergelijkbaars met hier maar dan veel groter. Daar zijn wel enkele honderden mensen aanwezig.
Jan: Zijn het wel je echte zusjes?
Esmaa: Het zijn zeker en vast mijn echte zusjes. Daar wordt soms wel eens aan getwijfeld. Ze denken dat het allemaal opgezet is. Bovendien wordt er ook aan scènes getwijfeld. Maar dat is juist het leuke aan De Meiden van Halal, alles is echt. Ook voor ons is dat geweldig want we moeten niet acteren.
Jan: Hoe is het allemaal nu juist begonnen zo'n kleine drie jaar geleden?
Esmaa: Mijn zusje werkte bij dezelfde organisatie als Jan en geregeld vertelde ze verhalen over haar familie en haar twee zusjes. Na een tijd kreeg Jan het idee om daarmee iets te doen. Eerst kwam hij af met een big brother-achtig ding, met camera's overal ten huize Alariachi. Maar dat wilden we echt niet. En toen kwam er het idee om de zusjes te confronteren met allerlei mensen met een zeer specifieke mening rond een welbepaald thema.
Jan: Had u aanvankelijk geen schrik?
Esmaa: Schrik voor jou, Jan, in ieder geval niet. Waar ik wel schrik voor had was om zo'n allochtoon te worden die elke keer opnieuw wordt uitgenodigd wanneer er dingen moeten worden rechtgezet in verband met allochtonen die slecht in het nieuws komen.
Jan: In de eerste aflevering gingen we naar de gay-parade. Heb je dat tegen je ouders vertelt? Esmaa: Ja dat hebben we gezegd. Mijn ouders zeiden dat we zelf wel wisten wat we kunnen en willen doen. Over die aflevering hebben wij, de drie zusjes, met Jan al meteen veel discussie gehad. Het had te maken met bepaalde beelden waarbij veel naakt te zien was. Wij wilden daar niet mee geassocieerd worden. Maar Jan was weerbarstig en wilde echt die beelden erin.
Jan: Ik stelde me expres niet-meebuigend op. Ik heb me als eindredacteur nog extremer, nog Hollandser gedragen als ik al ben. Ik denk juist dat we door die discussie met De Meiden het onderste uit de kan hebben gehaald.
Jan: De voorlopig laatste serie was meer politiek van aard.
Esmaa: Het was naar aanleiding van de verkiezingen. Wij gingen op stap met onze 'meetlat van Halal' en onze zelfbedachte standpunten. Deze standpunten legden we voor aan de verschillende lijstrekkers. Als hun punten overeenkwamen met de onze dan kamen ze 'op de meetlat terecht'. En dan diegene die het hoogst scoorde op de meetlat, diegene verdiende onze stemmen.
Jan: Vond je dat leuk zo met politici in plaats van 'gewone' mensen?
Esmaa: Ja, ik vond ontzettend spannend om de ministers te ontmoeten en zelfs de premier.
Jan: Wat is volgens u bepalend voor het succes van De Meiden van Halal?
Esmaa: Ik denk dat de grootste kracht is dat er tal van maatschappelijke onderwerpen op een luchtige wijze worden besproken. Wij, de zusjes, krijgen een platform waarin we best vrij zijn om van alles te bespreken zoals discriminatie, seksualiteit, emancipatie, carrière, .
Jan: De humor in het programma wordt die er doordacht ingestoken of komt die eerder spontaan vanuit jullie zelf.
Esmaa: Die humor komt vanzelf. Humor is bovendien heel belangrijk in het programma, het werkt taboedoorbrekend.
Jan: Krijgen jullie alleen maar positieve reacties?
Esmaa: Neen, zeker niet. We krijgen reacties vanuit alle hoeken. Links, rechts, blank, bruin.
Jan: En wat zeggen die dan?
Esmaa: Conservatieve moslims vinden veel zaken 'niet correct'. Ze vinden dat we te veel kleur dragen of dat we te veel lachen. Maar andere moslims vinden onze mening dan weer te streng. De rechtse liberalen op hun beurt vinden dat een hoofddoek op televisie niet kan. Maar er zijn ook heel veel positieve reacties hoor. Ik heb zelfs al vier handtekeningen moeten uitdelen.
Jan: Hoe ga jij met die kritiek om?
Esmaa: Je kan niet iedereen tevreden houden. Wij zijn niet dé moslima. Wij zijn drie moslimmeisjes met een eigen mening. Als de critici dat al niet verstaan dan is hun kritiek lucht voor mij.
Jan: Stel je mag met Filip Dewinter spreken, wat zou jij hem vragen?
Esmaa: Ik zou hem willen vragen wat moslims ooit met hem gedaan hebben waardoor hij zo verbitterd is. We hebben ooit een gesprek gehad met een 'nazi'. Ik had ook graag gesproken met Geert Wildiers maar die wou niet. Iemand vroeg: Waar zijn de moslims in de media? Zijn jullie uniek? Er moeten er veel meer komen. Maar het moet ergens beginnen. Het gaat de goede weg op. In onze vriendenkring zitten verschillende hoogopgeleide moslims.
Jan: Maar jullie hebben alledrie toch academie van de media gedaan? Zou het ook lukken, moesten we jullie gewoon van de straat hebben geplukt?
Esmaa: Ik wil gewoon een mening lospeuteren, dát wil ik bereiken. Het is allemaal toevallig gegaan. Ons doel is altijd geweest om te laten zien dat niet alle moslims terroristen zijn, ongeschoold zijn, achterlijk zijn, . We willen met andere woorden de beeldvorming rond moslims doorprikken.
Jan: En is dat gelukt volgens u?
Esmaa: Ik wil geen mensen bekeren. Maar ik heb wel het gevoel dat mensen door het programma anders naar ons kijken. We dwingen mensen om hun westerse bril af te zetten en gewoon met 'normale' ogen naar ons te kijken.
Uitwisseling Nederland - Vlaanderen
De uitwisselingsronde dan. Bedoeling is te komen tot een uitwisseling tussen Vlaanderen en Nederland. Wat kunnen we in Vlaanderen meenemen van de expertise uit Nederland? Hoe lang is het nog wachten op intercultureel amusement bezuiden de Moerdijk? Hoe ver staan we eigenlijk in Vlaanderen? Voor Vlaanderen zijn volgende panelleden aanwezig. Johan Tuyaerts is zaakvoerder van productiehuis Sultan Sushi, bekend van onder meer succesformule Fata Morgana. Bram Renders is scenarist en voorzitter van de scenaristengilde. Philippe Lepez en Gaea Schoeters zijn beiden scenaristen die net gewerkt hebben aan het scenario van Emma, een televisiereeks die van januari 2007 dagelijks te zien is op Eén.
"In Vlaanderen gaan we confrontatie uit de weg" (Gaea Schoeters)
Katleen De Ridder (Minderhedenforum): Wat is jullie bij de Nederlandse programma's opgevallen? Philippe Lepez (scenarist Emma): Er is heel veel opgevallen. Voornamelijk dat we echt heel hard achterop hinken. Nu met 'Emma' wordt er één allochtone familie betrokken in het scenario. Maar eigenlijk zijn we nog heel betuttelend.
Katleen De Ridder: Voor de mensen die misschien niet op de hoogte zijn. Wat is Emma?
Philippe Lepez: Emma is een televisienovelle dat zich afspeelt binnen het milieu van een productiehuis. Er staan twee personages centraal, de Vlaamse Emma en de Turkse Birsen. De hoofdlijn van de serie is die van de job en carrière van de vrouwen binnen het productiehuis. Daarnaast zijn er tal van nevenlijnen bijvoorbeeld over liefde.
Katleen De Ridder: Zijn er gelijkenissen tussen het concept achter Dunya en Desie en Emma? Gaea Schoeters (scenariste Emma): Bij Emma is één van de twee personages 'toevallig' allochtoon. We willen de allochtoon niet als probleem naar voren schuiven. We willen het allochtone hoofdpersonage tonen als een persoon met ambities, kinderen en noem maar op en hoe dat zij daar mee omgaat. Maar we willen dus geen serie maken over een allochtoon met typische allochtone problemen. Maar wat ze meemaakt botst natuurlijk wel op haar achtergrond. In de serie zit ook een nonkel van het allochtone hoofdpersonage. Deze is veel traditioneler en conservatiever. Maar ik besef dat wij veel voorzichtiger zijn dan de Nederlanders. De grote confrontaties gaan we uit de weg. Misschien is dat iets typisch Vlaams.
Erik Hogenboom: Maar waarom gaan jullie die confrontaties uit de weg?
Gaea Schoeters: Bijvoorbeeld in Dunya en Desie wordt expliciet met bepaalde thema's uit de Marokkaanse cultuur iets gedaan. Maar wij zijn daar bewust voorzichtiger in. Philippe Lepez: Die voorzichtigheid is geen keuze van ons, de scenaristen. Het is de zender (Eén) zelf die voorzichtig is. De nonkel 'Osman' heeft ook een vrouw. Deze kon veel traditioneler zijn met hoofddoek enzo. Maar hier in Vlaanderen zijn ze bang om te stereotyperen en gaan ze dergelijke conflicten liever uit de weg.
Gaea Schoeters: Met Emma is het de eerste keer dat er op de Vlaamse televisie zo sterk een allochtoon hoofdpersonage aanwezig is. Het is dan ook een eerste stap.
Katleen De Ridder: U zegt nu dat Dunya en Desie confronterend is, maar dat strookt toch niet met het verhaal dat Robert Alberdingk Thijm net vertelde?
Robert Alberdingk Thijm: Wij zijn nooit op zoek gegaan naar de confrontatie. Zoals ik het nu hoor is ook bij Emma één van de hoofdpersonages 'toevallig' Turkse. Dat vind ik een interessante visie. Maar ik zou er niet te voorzichtig mee omgaan.
"We hebben nood aan inbreng van mensen van allochtone afkomst" (Philippe Lepez)
Katleen De Ridder: Bram, een vraag aan u als voorzitter van de scenaristengilde. Hebt u de indruk dat scenaristen recent meer en meer met het thema diversiteit worden geconfronteerd?
Bram Renders (zelfstandig scenarist/voorzitter scenaristengilde): Ik denk niet dat alle scenaristen daar meer mee bezig zijn. Al zijn er verschillende die zich daar sterk voor interesseren. Het probleem is dat wij de wereld van de allochtone gemeenschappen niet kennen. Robert kreeg bij het maken van Dunya en Desie veel feedback van een allochtone schrijfster. Zo ver staan we nog niet in België. Hier zitten we bij de eerste generatie van hoogopgeleide allochtonen. Binnenkort komt er een boek uit vanuit KifKif met kortverhalen geschreven door allochtonen. Dat zijn allemaal eerste stappen die in Nederland al lang gezet zijn. En het werken met quota zoals bij de NPS, al ben ik daar niet echt voorstander van, helpt wel.
Robert Alberdingk Thijm: Maar series over de interculturele samenleving zijn heel populair en daarom ook commercieel interessant.
Philippe Lepez: Ik ben ervan overtuigd dat dit in Vlaanderen niet anders is. Het Vlaamse publiek gaat dat even graag zien. Maar in Vlaanderen hebben we nood aan meer inbreng van mensen van allochtone afkomst. Het wordt dringend tijd dat we hen meer kansen geven.
Robert Alberdingk Thijm: Je moet in de media inderdaad wel eerst een poot tussen de deur krijgen. Jan Kooyman: Maar als jullie verder zouden gaan met dergelijke verhalen, dan zouden jullie botsen op de voorzichtigheid van de top van de media-instellingen.
Philippe Lepez: Overtuigd ja!
George Kamanayo (uit de zaal): Er is een hypocrisie binnen de Belgische media. Dat publiek van die media gaat ook stemmen. Twintig procent stemt op het Vlaams Belang. Daarom heeft men schrik om allochtonen op de buis te brengen.
Johan Tuyaerts (Sultan Sushi): We mogen niet vergeten dat Nederland als het ware de moeder is van de multiculturele samenleving. Bovendien heeft het, wat de openbare omroep betreft, een voordeel door de traditie van de sterke verzuiling. Daardoor krijgen ze meer ruimte voor dergelijke programma's. Wat de NPS doet is fantastisch. Maar het is jammer dat er niemand van 'De Grote Integratieshow' aanwezig is. Dan hadden we ook een ander verhaal gehoord, een verhaal zonder de 20% verplichting. Het heeft allemaal te maken met het maken van een 'statement'. Daarin staat Nederland veel verder. Waarom we op de 'bazen' botsen dat heeft deels te maken met een angst voor het onbekende maar zeker ook met de vraag over welk statement er wordt gemaakt als er allochtoon in een programma wordt betrokken. In plaats van meteen de vraag te stellen naar het statement dat wordt gemaakt zou eigenlijk de eerste vraag moeten zijn 'Hoe kunnen we op een leuke manier een programma maken over integratie?'. Dat is dan ook jammer in Vlaanderen. De enige allochtonen die het televisiescherm halen doen dit in programma's zoals Idool. Daarna worden ze nog eens uitgenodigd in één of ander spelprogramma en daar stopt. Maar er zijn geen formats die werken met integratie en diversiteit.
Esmaa Alariachi: Het is gemakkelijk om te zeggen dat Vlaanderen achterop hinkt. Maar er worden ook nergens podia aangereikt. En discussie over culturele verschillen mag vastlopen, maar geef het ook een kans om de discussie te voeren en ze te laten vast lopen. Dé manier om de multiculturele samenleving op de buis te brengen bestaat niet. Daarom is het ook leuk dat er zoveel televisiegenres bestaan. Je moet het gewoon uitproberen. Er moeten meer 'doeners' zijn, je mag niet blijven hangen in de discussie over hoe het te doen.
Erik Hogenboom: In Nederland hebben we 'slots'. Dat zijn bepaalde tijdstippen die weinig populair zijn bij de kijker. Maar dit zijn wel de ideale momenten om te experimenteren met programma's. Op die manier kan je een forum creëren.
"Het belangrijkste is om een sterke formats te maken waarin interculturaliteit gewoon aanvaard wordt." (Johan Tuyaerts)
Jan Kooyman: Stel ik heb hier die dames en ik schuim er de Vlaamse televisiestations mee af. Zou het lukken?
Johan Tuyaerts: Voor een format als De Meiden van Halal is het te vroeg in Vlaanderen. De Meiden zouden wel een goed item zijn binnen een programma, dat zou nog kunnen werken.
George Kamanayo (uit de zaal): Waarom is het te vroeg?
Johan Tuyaerts: Vlaanderen heeft een gepolariseerd omroepbestel. Canvas hoort de zender te zijn die 'meerwaarde' toont. Maar eerlijk zijn ook zij eerder conservatief. Ik zou graag een programma als De Meiden van Halal maken, maar Vlaanderen is er niet klaar voor.
Esmaa Alariachi: De VARA wou van ons ook een item maken in een ander programma. Nu zullen ze wel balen want De meiden van Halal is echt wel een succes hoor. Ik denk dat je het echt moet proberen. Misschien moet het in Vlaanderen inderdaad iets strakker, maar je moet toch ergens beginnen.
Jan Kooyman: In Nederland is er trouwens ook die voorzichtigheid. Niet elke omroep staat te springen voor een format met drie meiden met een hoofddoek. Het vraagt gewoon één iemand die het durft om het wél te doen.
Katleen De Ridder: In Vlaanderen zijn er verschillende productiehuizen die heel vernieuwend zijn. Maar wat het thema diversiteit betreft, lijkt het niet te lukken. Productiehuizen geven aan dat het de omroepen zijn die niet meewillen. Maar de omroepen draaien dit weer om. Zij zouden geen interessante formats aangeboden krijgen omtrent diversiteit. Is het geen kwestie van lef? Hoe moeilijk het ook is, we doen het gewoon! Waarom durven Vlaamse televisiemakers wel heel innovatief zijn behalve als het om interculturele diversiteit gaat?
Gaea Schoeters: Emma gaat er niet rondom heen. Wij raken wel allochtone thema's aan. Ik ken in Vlaanderen geen andere fictiereeks die dat doet. En daarom moeten we Emma ook zien als een eerste belangrijke stap. Het verschil in Vlaanderen met Nederland is dat in Vlaanderen er een grote schrik heerst om cliché te bevestigingen. Misschien heeft dit ook te maken met het feit dat het Vlaams Belang voortdurend 'op de loer ligt'.
Erik Hogenboom: Maar wij willen ook clichés vermijden en ze juist ontkrachten.
Gaea Schoeters: Maar jullie doen dat op jullie eigen, Nederlandse manier en wij op onze voorzichtige Vlaamse manier. Zo heeft bijvoorbeeld de tante van het Turkse hoofdpersonage in Emma een hoofddoek, al was daar veel discussie rond. En wat was het resultaat van de discussie? De hoofddoek verschuift meer naar achteren op het hoofd van de tante. Dat is Vlaanderen, compromissen zoeken.
Philippe Lepez: Zoals de moeder van Dunya en Desie in de serie laat blijken hoe blij ze is voor haar nichtje dat er voor haar een man wacht in Marokko. Zoiets kunnen we in Vlaanderen niet maken. Robert Alberdingk Thijm: Johan zit er volgens mij met wat hij aanhaalde van de Nederlandse verzuiling met de spijker op. In België zit men ook met de taalstrijd en dergelijke wat volgens mij leidt tot een zekere angst. De allochtonen die op de Vlaamse televisie zijn bovendien perfect geïntegreerd en spreken haarfijn Nederlands. Maar wat ik nog wil zeggen is dat ik zelf ook bijna geen allochtoon ken. Het gaat er om gewoon goede research te doen.
Katleen De Ridder: Is er voor Emma ook uitgebreid research gedaan?
Gaea Schoeters: Ja, er is veel gepraat met mensen uit verenigingen voor allochtonen. Zij hebben ook verhalen aangereikt en feedback gegeven wanneer het nodig was.
Uitvergrote clichés? Fantastisch!
Katleen De Ridder: Wat me opvalt is: de 'burden of representation': als je over allochtonen begint dan zitten ze er plots met een vergrootglas op. Alles moet kloppen. Maar langs de andere kant wordt van televisie net aanvaard dat het alles vertekent.
Robert Alberdingk Thijm: Daar moet je als televisiemaker lak aan hebben. Ik heb daar bij het maken van In de Vlaamsche pot veel last mee gehad. Maar ik heb daar geleerd dat je de andere juist heel serieus neemt door er mee te lachen.
Erik Hogenboom: Daarom werden ook Urbania en Cityfolk gemaakt. Daarin tonen we de allochtonen niet als allochtonen maar als individu.
Johan Tuyaerts: Daarin ligt net dé uitdaging. We zitten nu in een puur kwantitatieve fase. Overal moet er een allochtoon bij zijn. Wie die allochtoon is, maakt eigenlijk niet uit. Productiehuizen dienen echt wel programmavoorstellen in die aandacht hebben voor de interculturele samenleving. Maar heel vaak waren het puur statements en geen uitgewerkte formats. Er zijn zoveel voorbeelden van goede formats. Bijvoorbeeld in Groot-Brittannië. Daar loopt een fantastische reeks waarin alle clichés enorm worden uitvergroot. Maar dat is dé methode denk ik. Maar opnieuw, wij zijn daar nog niet klaar voor. Welke allochtonen halen in Vlaanderen de media? Aan de ene kant de probleemallochtonen en anderzijds de perfect geïntegreerde allochtonen.
Katleen De Ridder: En het argument van de kijkcijfers? Zou een intercultureel programma geen kijkcijferkanon zijn?
Bram Renders: Maar de Nederlandse programma's waarover we nu spreken zijn geen kijkcijferkanonnen. Ze zijn kwalitatief goed maar hebben geen massa kijkers.
Erik Hogenboom: Daarin heb je gelijk. Ik wil het zeker niet mooier maken dan het is. De meeste NPS-programma's worden niet uitgezonden in primetime. Daarin moet in Nederland ook nog een doorbraak komen.
Philippe Lepez: Die quota geven de doorslag.
Uit de zaal: Er wordt hier altijd maar geopperd dat Vlaanderen nog niet klaar is voor dergelijke formats. Maar wanneer zijn we er dan wel klaar?
Johan Tuyaerts: Ikzelf vind het niet te vroeg. Maar vandaag geraakt een programma als De Meiden van Halal in Vlaanderen niet verkocht. Wel als reporterstrio in Man bijt hond misschien, maar niet als format op zich.
Philippe Lepez: Dat is vreemd, want een reportersduo mentaal gehandicapten, dat kan wél!
Katleen De Ridder: Iedere Vlaming heeft een mening over allochtonen. Maar sociologisch onderzoek geeft aan dat de meeste Vlaming zelf geen rechtstreeks contact hebben met allochtonen. Welk kader hanteren zij dan als ze stellen dat ze 'iets' weten van allochtone, de media toch. Met dit gegeven moet op televisievlak toch iets te doen zijn?
Philippe Lepez: Zoals nu bij Emma over een familie allochtonen, dat gaat inderdaad.
Robert Alberdingk Thijm: Jullie van Emma zijn nu een beetje het paard van Troje.
Katleen De Ridder: We hebben al enkele jaren Mo in de Eén-soap 'Thuis'. Maar hij wordt echt gebruikt om bepaalde zaken uit te leggen. Dat is bij Emma toch juist anders, niet?
Philippe Lepez: Jazeker.
Erik Hogenboom: Ik denk dat het niet of/of is. Sommige programma's mogen het meer expliciet of educatief aanpakken maar in combinatie met andere, meer impliciete programma's. Bovendien is het belangrijk om het thema diversiteit in alle genres aan bod te brengen. In drama, infotainment, journalistiek, .
Robert Alberding Thijm: Soms kun je ook mensen iets leren en tegelijk er iets mee doen dat ten goede komt aan het programma. Bijvoorbeeld in de aflevering over de ramadan. Daarin 'leert' men dat je wel mag eten tijdens de ramadan als je ongesteld bent. Maar tegelijk is dat ook het aanknopingspunt voor een leuke grap.
Johan Tuyaerts: Wat ook mooi is aan Dunya en Desie is de affiche en dat is belangrijk. Je moet het kunnen verkopen. Je kan een reeks maken over een allochtone familie maar je moet ze kunnen verkopen. We moeten dringend goede, brede formats ontwikkelen waarbij we zoveel mogelijk mensen aanspreken. Ik heb eens nagekeken wat Fata Morgana betreft hoeveel allochtonen zich voor het programma hebben geëngageerd. In zesentwintig afleveringen waren dat er welgeteld vier. Maar wij hebben er echt telkens alles aan gedaan om allochtonen bij het programma te betrekken. Ik moet nu wel toegeven dat Fata Morgana haast altijd plaats vond in kleine dorpen, waar natuurlijk sowieso weinig allochtonen zijn. Daar ligt dé uitdaging, allochtonen overal bij betrekken. Zeker niet alleen vanuit de fictie moet er aandacht zijn van multiculturaliteit. Zeker even sterk moet gebeuren vanuit de reality-tv en de spelprogramma's.
George Kamanayo (uit de zaal): Ik zit ondertussen al 30 jaar in de media en altijd hebben migranten een ondergeschikte rol gehad. Maar wij allochtonen hebben zelf ook iets te vertellen. Johan Tuyaerts: Het belangrijkste is om een sterke format te maken waarin interculturaliteit geen issue is maar gewoon aanvaard wordt.
Philippe Lepez: Dat is het mooie aan Emma, de allochtoon is er het hoofdpersonage. Op die manier is er een voorbeeld voor anderen, wordt als het ware een allochtone vedette gecreëerd.
"Wanneer gaat er eens uiteindelijk iemand zijn nek uitsteken?" (Philippe Lepez)
Opmerking uit de zaal: Ik denk dat we moeten opletten dat we multiculturaliteit er niet te sterk gaan bijsleuren. Eigenlijk moeten we nog een stap terug. We moeten een Vlaams verhaal vertellen. We moeten de Nederlandse programma's niet gaan namaken. Volgens mij is De Meiden van Halal een typisch Hollandse format die in Vlaanderen niet werkt.
Erik Hogenboom: Ik geloof niet in die verschillen tussen Nederlanders en Vlamingen die hier telkens opnieuw worden aangehaald.
Johan Tuyaerts: Nee, ik denk dat die opmerking terecht is. De Meiden van Halal is te direct voor Vlaanderen.
Opmerking uit de zaal: Ik denk dat het vertrekpunt moet zijn: 'Wat betekent multiculturaliteit in Vlaanderen?'
Opmerking uit de zaal: Ik als kijker/allochtoon heb vaak het gevoel dat allochtonen op televisie als opvulling worden gebruikt. Dan willen ze dé allochtoon tonen, maar daar heb ik totaal geen affiniteit mee.
Johan Tuyaerts: We moeten aan de basis werken. Emma (een Turkse vrouw in een productiehuis) is jammer genoeg nog altijd fictie. We moeten langs beide zijden werken. We moeten op zoek gaan naar Mohammed van Tilt en Brahim Peeters. En dan moeten we daarmee programma's maken. Op de Vlaamse manier, wat wil zeggen niet te hard en niet te confronterend.
Erik Hogenboom: Ik blijf er bij, ik geloof echt niet dat de tegenstelling tussen Vlaanderen en Nederland zo groot is.
Johan Tuyaerts: Er zijn veel Nedrlandse programma's die bij ons echt zouden kunnen. Neem nu Neuken doe je zo, dat is voor het Vlaamse publiek veel te direct.
Erik Hogenboom: Maar neem nu de reportages van Couleur Locale vroeger. Dat is heel mooie en warme televisie waarop ik als televisiemaker jaloers was. Maar dan wordt zoiets afgeschaft.
Katleen De Ridder: Misschien moeten we zoiets aan de mensen van de VRT vragen hier aanwezig? Gianni Marzo-Cel diversiteit VRT (vanuit de zaal): Destijds is Couleur Locale afgeschaft omdat men toen vond dat er een beetje meer Couleur Locale moest komen in elk programma van de openbare omroep. Men wil echt geen doelgroepprogramma's maken. Maar dat deze Nederlandse programma's doelgroepenprogramma's zijn dat is volgen mij foute perceptie. Zo ook De Meiden van Halal, dat is geen typisch Hollandse format. Het zijn wel drie typische Hollandse meisjes. Als je 3 Vlaamse moslimmeisjes vindt, dan is het Hollandse er al helemaal af.
Erik Hogenboom: Ok. Ik zoek voor de VRT de Vlaamse De Meiden van Halal.
Gianni Marzo: De VRT heeft duidelijk als visie dat ze over de hele lijn meer kleur in de programma's willen krijgen. Maar volgens mij is die reflex nog steeds te miniem. Bijvoorbeeld bij Eurosong for kids. De Nederlandse kandidaat is een levendig Surinaams meisje. De Vlaamse kandidaat is een jongetje van acht met blond haar, blauwe ogen en de naam van Germaanse God. Het betrekken van allochtonen daar moet echt nog veel aan gewerkt worden. Johan Tuyaerts heeft aandacht voor diversiteit in zijn programma's en probeert allochtonen te betrekken. Maar u bent daarin om eerlijk te zijn 'een witte raaf'. Elke programmamaker moet daarmee bezig zijn.
Winnie Enghien-advisseur fictie Eén (vanuit de zaal): Johan Tuyaerts heeft goed de problematiek rond diversiteit belicht. Het is vooral belangrijk dat diversiteit aan bod komt gelaten op een ongedwongen manier. Zo is Mo in Thuis in de eerste plaats een persoon met eigenschappen, kwaliteiten en zorgen. Maar hij heeft ook een andere achtergrond. Ook bij Emma wordt er ook vanuit die politiek verder gegaan. In de eerste plaats willen we goede en boeiende televisie maken. In de tweede plaats willen we ook en boodschap meegeven, namelijk dat er verschillende culturen zijn en ten tweede dat zij op een heel aantal punten ook onderling verdeeld zijn. Zo klagen Vlaamse allochtonen geregeld over de Waalse allochtonen. Met andere woorden op sommige gebieden zijn ze net hetzefde bezig als ons. Met alle respect voor Dunya en Desie, maar is dat werkelijk zo'n succesverhaal? Ik geloof meer in de visie rond diversiteit die de VRT onderschrijft dan deze waarvan Robert Alberdingk Thijm uitgaat. Ik ben werkelijk voorstander van de impliciete aanwezigheid van allochtone thema's dan werkelijk de confrontatie.
Katleen De Ridder: Ik denk dat het eerder en/en is.
Winnie Enghien: Bovendien is er die versnippering binnen het Nederlandse openbare omroepsysteem. Dat creëert natuurlijk veel mogelijkheden, jammer genoeg hebben wij die ruimte niet.
Katleen De Ridder: Maar is het niet aan de VRT om gewoon te doen?
Winnie Enghien: Er is misschien wel een zekere voorzichtigheid bij de VRT. Maar ik geloof echt wel in de politiek die de VRT vooropstelt omtrent diversiteit.
Philippe Lepez: Wanneer gaat er eens uiteindelijk iemand zijn nek uitsteken?
"Eigenlijk staat een scenarist helemaal onderaan de ladder. Alleen als hij echt met een briljant concept afkomt dan kan hij/zij iets doen?" (Bram Renders)
Gaea Schoeters: De NPS kan variëren binnen hun programma's. Wij hebben nu maar één allochtoon in Emma. Die moeten wij bewaken.
Katleen De Ridder: Moeten we stilaan die voorzichtigheid niet laten varen? Uit de getuigenis van Esmaa Alariachi bleek toch duidelijk dat je het toch nooit goed doet.
Gaea Schoeters: Het is een beetje als vroeger met de homo's. Vroeger moest elke homo vriendelijk en goed zijn. Nu kunnen we gelukkig ook al etterhomo's toevoegen aan onze programma's. Ik denk dat Emma zo ook een eerste stap is.
Erik Hogenboom: Ik denk dat 'omroepbonzen' per definitie angsthazen zijn. Dat zijn ze ook in Nederland. Je moet dergelijke vernieuwing werkelijk forceren.
Robert Alberdingk Thijm: Vorige zomer was ik in Chili om een soortgelijk debat. En daar hadden we net dezelfde discussie rond Dunya en Desie maar toen was de vraag: 'Mogen we wel zo'n programma's maken voor meisjes?'.
George Kamanayo (uit de zaal): Ik ben in '74 in de Vlaamse media begonnen als cameraman. In de jaren '80 heb ik bij Panorama gewerkt. Ik heb zelf ook voorstellen voor programma's gedaan. Op een bepaald moment was er een presentator die mij voor een bepaald programma wou interviewen. En die moest speciale toestemming vragen om een interview met een allochtoon te mogen doen. Maar allochtonen zijn ook een publiek en zij betalen ook belastingen. Als het zo verder gaat dan gaat iedereen binnenkort een schotel kopen.
Katleen De Ridder: Bram, wat is de rol van individuele scenaristen in dit verhaal?
Bram Renders: Eigenlijk staat een scenarist helemaal onderaan de ladder. Alleen als hij echt met een briljant concept afkomt dan kan hij/zij iets doen?
Aanbevelingen
Aanbevelingen aan programmamakers en scenaristen:
1. Implementeer diversiteit in je programma op een inclusieve manier. Ga daarbij verder een stap verder dan het huidige niveau. Een voorbeeld. Zoek niet alleen een allochtone quizkandidaat maar durf je quizvragen aan te passen aan diversiteit.
2. Houd bij het ontwerpen van een nieuw format of programma de diversiteit van een winkelstraat in een multiculturele stad zoals Antwerpen of Brussel op zaterdagnamiddag in je achterhoofd. Dat is je publiek! Treed uit je witte kaders!
3. Betrek etnisch-culturele minderheden actief bij de creatie en productie van je programma.
4. We pleiten niet voor doelgroepentelevisie dus begrijp ons niet opzettelijk verkeerd. We pleiten voor generalistische televisie op een familiezender in prime time. Voor een programma waar de diversiteit van onze samenleving subtiel in de verhaallijn, het scenario of het format vervat zit.
|