|
Er zijn verschillende redenen om voor doelgroepgerichte televisie voor allochtonen te pleiten. Allochtonen blijken nog steeds weinig aansluiting te vinden bij het Vlaamse TV-aanbod, en dreigen hierdoor belangrijke informatie over de Vlaamse samenleving te missen. Een specifiek aanbod kan hier een belangrijke schakel vormen, die de communicatie tussen de vele gemeenschappen in Vlaanderen bevordert. Een verbeterde communicatie is tegelijkertijd een hefboom voor integratie. De integratie werkt echter in twee richtingen. Ook voor de autochtone Vlamingen kunnen dergelijke programma's een alternatieve blik op maatschappelijke kwesties bieden. Doelgroeptelevisie is geen bevestiging van segregatie, maar juist als een stimulans tot maatschappelijke interacties en diversifiëring van het medialandschap.
De concrete realisatie van doelgroeptelevisie stelt vele praktische vragen en inhoudelijke uitdagingen. Het is daarom belangrijk dat de etnisch-culturele minderheden zélf maximaal betrokken worden bij de uitwerking van deze plannen. Het medium mag niet enkel gericht zijn naar, maar dient ook gemaakt door allochtonen. Dit is van primordiaal belang. Het bevordert immers de emancipatie van allochtonen en biedt op langere termijn een perspectief op doorstroming naar - en dus diversifiëring van - andere media. Dit kan, want allochtone televisie is een zinvol instrument om het medialandschap te diversifiëren. De thema's en opinies die aangebracht worden, kunnen andere media op ideeën brengen om hun eigen aanbod inhoudelijk te verruimen. Want laat hierover geen twijfel bestaan: tegelijkertijd blijft de nood bestaan aan een divers medialandschap, waarin alle bevolkingsgroepen zijn geïntegreerd. Allochtonen dienen ruimschoots aan bod tekomen in de zogeheten reguliere programma's. Het na te streven ideaal is dat Vlamingen en allochtonen hun favoriete programma's delen en dat er bij alle media meer allochtone journalisten komen. Maar zelfs zij die heel kritisch staan tegen het idee van allochtonentelevisie, moeten erkennen dat die integratie in de bestaande media voorlopig verre van realiteit is. Doelgroepentelevisie is dus geen alternatief op deze langetermijndoelstelling, maar een aanvulling en een stimulans.
Bovendien kunnen specifieke programma's - dat leert ons de ervaring met bijvoorbeeld Couleur Locale - dienen als opstapje voor allochtone journalisten en mediamakers, die daarna kunnen doorstromen naar de gewone media. Op die manier wordt ook de emancipatie van allochtonen bevorderd, rechtstreeks voor de betrokken journalisten en onrechtstreeks voor de jongeren die hen op de buis zien en voor wie ze een voorbeeldfunctie kunnen vervullen. Maar ook op zich heeft allochtone televisie een enorm potentieel voor integratie. De eerste stap naar integratie is immers (wederzijdse) communicatie. Dat televisie daarbij een krachtig instrument is, zal niemand ontkennen.
Communicatie heeft natuurlijk veel aspecten. Vooreerst het puur informatieve: via de televisie kun je belangrijke informatie bij een moeilijk te bereiken doelgroep brengen. We denken daarbij in de eerste plaats aan overheidsinformatie, maar ook het geopperde idee om tijdens de allochtone programma's taallessen te geven, past in dat beeld. Minstens even belangrijk is dat algemene informatie over de Belgische actualiteit gemakkelijker het allochtone publiek zal bereiken doordat het op een toegankelijke manier en via een vertrouwd kanaal wordt gepresenteerd. Maar communicatie gaat veel verder. Allochtone televisie brengt niet alleen dezelfde informatie voor een ander publiek, maar brengt ook andere informatie en - misschien nog belangrijker - brengt dezelfde informatie op een andere manier. Allochtone televisie kan daarbij - en dat moet alleszins een doelstelling zijn - een corrigerende functie vervullen ten opzichte van de berichtgeving en de beeldvorming in andere media. Want daar stellen we vast dat, ondanks veel goede bedoelingen, de berichtgeving over etnisch-culturele minderheden nog steeds heel eenzijdig en stereotiep is. Allochtonen komen niet aan bod, tenzij het over (veiligheids)problemen gaat. En omgekeerd: als het over veiligheidsproblemen gaat, komt men haast automatisch bij het onderwerp allochtonen terecht. De gewone leefwereld van de gewone allochtoon komt nauwelijks in beeld. Zijn/haar standpunten over brede maatschappelijke thema's worden niet gehoord. Allochtone televisie kan dat hiaat opvullen en een tegengewicht vormen. Het gaat er daarbij niet om naar de ,,juiste'' versie te zoeken. Het ligt in de bedoeling de verschillende versies in de media aan bod te laten komen. Het informatieve aspect kan voor autochtone Vlamingen dus minstens even verrijkend zijn.
Televisie is natuurlijk geen wondermiddel, ook niet voor de integratie en emancipatie van allochtonen. We geloven wel dat televisie een waardevolle bijdrage kan leveren, tenminste als het op een goede manier gebeurt. Of het daarbij m een hele tv-zender gaat of om programma's op bestaande zenders -- op toegankelijke uren welteverstaan -- is van minder belang. Misschien is het dan ook beter om te spreken over doelgroepentelevisie of allochtone televisie dan over allochtonenzender. De tegenstanders van het debat, menen dat dergelijke televisie de integratie zal afremmen en apartheidstelevisie zal creëren. Op die manier verleggen zij echter het probleem. Belangrijk is dat er een communicatie- en interactiekanaal wordt gecreëerd naar de etnisch-culturele minderheden in Vlaanderen toe en van de etnisch-culturele minderheden naar de rest van de maatschappij toe. Dàt is het centrale idee. Maar zolang de diversifiëring van de media uitblijft, zullen etnisch-culturele minderheden de behoefte voelen aan eigen programma's.
|