Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > over trefmedia > Walter Zinzen
 
"Afkeer voor al wat vreemd is, krijg je met geen duizend media weg op een paar jaar tijd."
Walter Zinzen is gepassioneerd wanneer hij praat over journalistiek. Tot 2002 was hij verslaggever, presentator en eindredacteur van het Journaal, Panorama en TerZake. In zijn programma Zinzen trakteerde hij zijn gasten meermaals op snedige interviews. Vandaag is hij op pensioen, maar hij geeft nog lezingen en schrijft nog opiniestukken in De Standaard. Als Congo-expert publiceerde hij boeken, o.a. Mobutu, van mirakel tot malaise en Kisangani, verloren stad. Hij blijft een boegbeeld van de Vlaamse journalistiek en iemand waar jonge journalisten terecht naar opkijken.
 

"Ik ben in de media terecht gekomen via de klassieke weg. Ik schreef me in voor de examens van de toenmalige BRT. Ik was geslaagd en na een tijd kon ik beginnen. Ik heb het journalistieke vak al doende moeten leren. Ik ben germanist van opleiding. Maar het is eigenlijk eender wat je studeert. Als je maar een vorming krijgt die je leert dat je moet nadenken en analyseren. De rest volgt vanzelf. Vandaag raakt die algemene vorming wat op de achtergrond. Misschien is een combinatie van een universitaire en een praktische opleiding ideaal. Een aantal van de opleidingen journalistiek voorziet daar vandaag ook in."

"Eenmaal in het vak hoef je je nooit te vervelen. Gevaar voor sleur en routine is er absoluut niet. Zelfs de werkuren veranderen voortdurend. Als journalist heb je de pols van de samenleving en eigenlijk van de hele wereld vlakbij. Elke dag lees je kranten en tijdschriften en bekijk je interessante programma's. Je kan vaak van je hobby je beroep maken. Het is een cliché, maar dat is toch wel zo. Ik schets misschien een iets te utopisch beeld van de journalistiek, maar tegelijk som ik ook de nadelen op. De gevarieerde werkuren hebben een heel asociaal karakter. Het is moeilijk om een gezinsleven te combineren met actieve journalistiek. Mijn eigen zoon, die nu 40 is, kreeg onlangs de vraag te beantwoorden of ik een strenge vader was. Hij bekeek de persoon met grote, verbaasde ogen en hij zei: "Dat weet ik niet. Ik heb hem nooit gezien". Ik overdrijf. Men houdt er tegenwoordig wel wat rekening mee, maar het typeert wel hoe het eraan toegaat. Het is ook geen toeval dat in de sector veel relaties op de klippen lopen. Dat is een serieus nadeel. Als journalist moet je daarvoor oppassen. Het is niet altijd mogelijk een evenwicht te vinden. Midden in je vakantie kan je opgeroepen worden. Je kan niet zeggen: "Ik was aan het skiën". Ministers kunnen dat misschien wel, maar journalisten niet.

Impact van rolmodellen

Impact van rolmodellen "Er werken nog te weinig allochtonen in de media. Ik baseer me voor die uitspraak op wat er op het scherm te zien en op de radio te horen is. Ik zie nog altijd maar twee allochtone verslaggevers op de VRT. Dat zijn Veli Yüksel en Djamel Zerrouk. De VRT doet zijn best om allochtonen aan te trekken, maar het resultaat is pover. En de oorzaken zijn talrijk. Ten eerste beseft men te weinig welke invloed er uitgaat van rolmodellen. In de ons omringende landen zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland zijn allochtone tv-presentatoren heel gewoon. Dat draagt bij tot het gevoel erbij te horen. Vice verca zouden wij allochtonen op een andere manier kunnen leren kennen dan de boefjes op straat. Ten tweede zegt men vaak dat er een tekort is aan belangstelling van allochtonen. Het echte probleem is echter dat allochtone hoger opgeleiden zo weinig talrijk zijn. Het heeft te maken met een algemene achterstand in het onderwijs. Journalisten komen vooral uit het algemeen secundair onderwijs. Te veel allochtonen worden afgeleid naar het beroeps- en technisch onderwijs. Hierbij aansluitend is het grootste probleem nog altijd de taalvaardigheid. Ik denk spontaan aan Afrikanen omdat ik hen iets beter ken. Sommigen zijn een beetje boos en zeggen: "Omdat we Afrikaan zijn, mogen we niet bij jullie komen werken." Dat is niet waar. Ze begrijpen niet goed dat je enkel iemand kan engageren die in het Nederlands kan presenteren."

"Op een redactie bieden allochtonen een meerwaarde door hun achtergrond. Soms zijn ze er ook niet altijd even gelukkig mee. VRT-verslaggever Veli Yüksel is altijd het beste geschikt om de items over Turkije te behandelen door het simpele feit dat hij als enige Turks kent. Hij heeft mij ooit eens gezegd dat hij niet vastgepind wil worden op Turkije. Ondertussen behandelt hij ook andere onderwerpen. Dan ligt de meerwaarde niet meer in het werk dat hij doet - hij doet dat net zo goed als de anderen - maar opnieuw in het feit dat hij een representant of een rolmodel is. Daarom is ook Faroek Özgunes op VTM zo belangrijk."

"Ik geloof wel dat de inhaalbeweging er zal komen. De jongste generatie allochtonen spreekt al veel beter Nederlands. Nu bestaat de helft van de nieuwsredactie van de VRT al uit vrouwen en dat was vroeger ook niet zo. Men moet inspanningen blijven doen, nadrukkelijk sollicitanten zoeken en mensen met talent een opleiding geven. We mogen hen niet positief discrimineren. We moeten hen wel proberen op gelijke hoogte te brengen. Mensen die talent hebben om te presenteren, moeten een duwtje in de rug krijgen."

Frisse koppen

"Ik denk niet dat doelgroepentelevisie een oplossing is voor het integratievraagstuk. In het begin was het dat wel. Doelgroepentelevisie is ontstaan toen de eerste gastarbeiders in België werkten. Speciaal voor hen waren er gastuitzendingen op televisie. Het waren programma's met bijvoorbeeld Nederlandse taallessen. Nu is dat niet meer aan de orde. Doelgroepentelevisie zou eerder het isolement, om niet te zeggen de apartheid, nog bevorderen. Enkel de niche kijkt naar dat soort uitzendingen. En wat bereik je hiermee? Niets. Ik stel voor dat allochtone deskundigen meer aan het woord moeten komen en niet altijd als het gaat over typisch allochtone onderwerpen. Hoofd- en eindredacteurs zouden hun journalisten moeten verplichten, als er tenminste tijd voor is, om actiever te zoeken naar andere gesprekspartners. Men zoekt toch altijd naar 'frisse koppen'."

Dutroux, van Belgische afkomst .

"Het beeld dat in de media van allochtonen wordt opgehangen, klopt meestal niet. Meer nog, er is een merkwaardige, helaas negatieve evolutie aan de gang. Na de eerste zwarte zondag in 1991 hadden vrijwel alle redacties de spontane reactie om het beeld over 'de allochtoon' meer met de werkelijkheid te doen kloppen. We deden echt ons best om te tonen dat ze niet zoveel verschillen van ons. We dachten op die manier het Vlaams Blok af te remmen. Dat is toen niet gelukt. Naarmate het Blok groeit, is ook de toon in de media veranderd. Men gaat niet meer kijken naar wat er echt aan de hand is. Men focust te veel op de negatieve aspecten. Sinds 11/9 is dat natuurlijk niet verbeterd. Het is allemaal moslimfundamentalisme en onderdrukking van de vrouw wat de klok slaat. Andere verhalen zien of horen we bijna niet meer. Alle Turken en Marokkanen zijn ineens moslims. Dat klopt niet. Alsof er onder hen geen vrijzinnigen of ongelovigen zijn. Allochtonen die geen moslim zijn, voelen zich volgens mij dubbel gediscrimineerd."

"Tarik en Hind Fraihi zeggen dat de problemen teveel verzwegen zijn. Ik ben er zeker niet tegen om ze te benoemen en om er aandacht aan te besteden. Verzwijgen helpt niet. Dat is contraproductief. Toen Panorama nog in zijn wekelijkse eigen productievorm bestond, hadden wij voldoende ruimte om andere verhalen te brengen. Als journalist had ik daarvoor ook voldoende allochtone contactpersonen. Ik wist welke woordvoerder of vereniging ik kon opbellen. Meer moet dat ook niet zijn. Ik ben schuw voor te hechte banden tussen journalisten en diegene over wie ze verslag moeten doen. Of het om allochtonen of politici gaat, maakt niet uit. Maar je moet de mensen wel kennen. Je moet weten bij wie je terecht kunt."

"Het beeld is vandaag te eenzijdig. Ik zit te wachten op de dag dat men zegt: "Dutroux, van Belgische afkomst, .". Dat doet men nooit. Men heeft de laatste jaren te veel geïnsinueerd alsof criminaliteit alleen bij allochtonen een probleem is. Dat is manifest niet waar. Onder de grote fraudeurs is geen enkele allochtoon te vinden. Zij stelen veel meer dan alle kleine criminelen bij elkaar. Wat niet wil zeggen dat ik die kleine criminaliteit goedpraat."

"Soms zijn er pogingen. Ik herinner mij een dossier in de weekendbijlage van De Standaard waarin men de werkloosheidscijfers publiceerde bij verschillende allochtonen. Ik herinner mij dat het de eerste keer was dat een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen allochtonen. Afrikanen en Aziaten werden niet over één kam geschoren. Dat stuk benoemde ook de redenen waarom de werkloosheidsgraad bij de ene groep hoger is dan bij de andere. Dat het mij bijgebleven is bewijst toch hoe uitzonderlijk het is. Dat vind ik toch niet goed. Ik vrees dat het racisme met de dag groter wordt. Het is in alle families binnengeslopen. In het beste geval heeft men het over 'vreemden'. Maar vaak worden heel andere beledigende woorden gebruikt alsof het de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld is. Dat is nieuw. Is dat de schuld van de media? Ik denk het niet. De media verkopen geen racistische praatjes. De benadering is te eenzijdig en dat werkt racisme in de hand. Maar het racisme dat bestaat, is gegrondvest op andere dingen."

"De media hebben misschien op één punt een rol gespeeld, namelijk op hun regionale bladzijden. Ik heb in mijn leven honderden knipsels gekregen van mensen die boos waren door onze uitzendingen. Het waren knipsels uit de Nieuwe Gazet of de Gazet van Antwerpen uit wat men vroeger de 'gebroken-armen-en-benen-rubriek' noemde. Mensen zeiden me: "Mijnheer, weet u dan niet wat er gebeurt?" Terwijl ze het zelf niet hadden meegemaakt, maar in de krant hadden gelezen over Ali B., van Turkse afkomst. Dag aan dag. Dat heeft veel bijgedragen tot de angst bij bejaarde mensen. Socioloog Mark Elchardus verklaart hun angst met het feit dat ze naar VTM kijken. Het is dus niet alleen de schuld van VTM. Mensen zijn bang en bijgevolg racistisch. Natuurlijk scherpen de praatjes op de markt, in het café en op straat dat gevoel aan. Oudjes vertellen de verhalen door, buiten de media om. Dan is er nog een politieke partij die nog een schepje bovenop doet. Het is dus veel gecompliceerder dan te zeggen 'het racisme is de schuld van de media'."

"In fictie- of spelprogramma's - waar heel veel mensen naar kijken - mogen allochtonen dus gerust de beschuldigde zijn. Het ligt in de manier waarop de dialogen gevoerd worden. Maar we moeten ons geen illusies maken. De afkeer die bij veel mensen bestaat voor al wat vreemd is, krijg je met geen duizend media weg op een paar jaar tijd. We mogen de invloed van de media niet overschatten. Media lopen meestal de publieke opinie achterna in plaats van ze vorm te geven. Dat de media nu een vijandiger toon aanslaan, is het gevolg van het feit dat hun publiek zo geworden is. Er is een wisselwerking. Maar de media zijn geen wonderdoeners, zeker niet op korte termijn."

"Mensen willen hun eigen opinies bevestigd zien."

"Ik heb het hier over een heel eigenaardig fenomeen waar mediaprofessionals veel te weinig rekening mee houden. Mensen, zowel autochtonen als allochtonen, willen hun eigen opinies willen bevestigd zien. Of het nu gaat over gekleurde mensen, over de wetstraat of over ethische problemen. Wie geen oordeel heeft, heeft ook geen oordeel over het programma. De meeste mensen hebben dat onbewust wel en willen dat bevestigd zien. Als de media een rooskleurig beeld over allochtonen ophangen, zullen ze niemand overtuigen. Media, nogmaals, zijn geen wonderdoeners. Dan krijg je reacties zoals: "Daar zijn ze weer, de vriendjes van de allochtonen". En omgekeerd, als het beeld te negatief is, dan zeggen mensen die wel openstaan voor de multiculturele samenleving: "Jullie stigmatiseren die mensen"." "Ook allochtonen gaan vaak te weinig kritisch om met onze berichtgeving. Veel mensen van Noord-Afrikaanse afkomst vinden dat onze media niet objectief berichten over het Midden Oosten. Ze voelen zich solidair met de Palestijnen en betrekken het op zichzelf. Ze reageren soms heel emotioneel. Ik vind ook niet dat ze gelijk hebben. Vooral in Antwerpen, waar de aanwezigheid van een grote Joodse gemeenschap de zaken niet vergemakkelijkt. Ik vind dat er bij hen soms een tekort is aan zin voor objectiviteit. Ik kan het begrijpen, maar dat maakt hun kritiek op de media niet altijd gegrond."

"Het is moeilijk. Je kan niet iedereen tevreden stellen. Je moet de weg van de deontologie en van de waarheidsgetrouwheid proberen te volgen en de reacties op de koop toe nemen. Er is niks aan te doen."

Ik steun TrefMedia omdat...

"Ik ben begaan met het onderwerp diversiteit. Tijdens mijn professionele leven heb ik altijd veel aandacht gehad voor mensen van wie ik vind dat ze onrechtvaardig worden behandeld. Hetzij in Afrika, Azië, het Midden Oosten of in ons eigen land. Ik ben blij dat ik na mijn carrière nog initiatieven als Trefmedia kan steunen. Het is een voortzetting van mijn professionele leven. Ik mag af en toe een opiniestuk schrijven of een voordracht geven. Voor mij is Trefmedia op zulke momenten nuttig om op terug te vallen. Ik denk dat Trefmedia onbekend is bij actieve beroepsjournalisten, terwijl het vooral door hen moet geraadpleegd worden."

Interview door Kimberly Verthé, Licentiaat Communicatiewetenschappen en student Journalistiek (april 2006)