Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > over trefmedia > Veli Yüksel
 
"Praten MET en niet OVER allochtonen!"
Veli Yüksel is al jaren verslaggever op de nieuwsdienst van de VRT. Waarschijnlijk ben je zijn naam al wel eens tegengekomen, op televisie of in een krant of tijdschrift. Veli Yüksel, zelf van Turkse origine, is het levende bewijs dat allochtone jongeren een kans hebben én verdienen in de Vlaamse media.
 

"Zoals zovelen ben ik vrij toevallig in de media begonnen. Ik was nog aan het studeren in Gent, een specialisatieopleiding Europees recht. Ik had politieke wetenschappen gestudeerd en ik was eigenlijk van plan om daarna ergens te beginnen in de diplomatie. Tijdens mijn studies had ik helemaal niet de intentie om in de media te gaan werken. Op het einde van je studies begin je wat te solliciteren en via vrienden kreeg ik dan het idee om dat eens te doen bij de openbare omroep. Terwijl ik eigenlijk nog geen zin had om te beginnen werken. Ik heb me toen in het begin van mijn jaar Europees recht ingeschreven voor een examen aan de VRT. Dat was een examen om op de nieuwsredactie te belanden als researcher of redactiemedewerker. Ik was geslaagd en in mei ben ik uiteindelijk aan de slag gegaan bij 'Het Journaal' en 'Ter Zake'. Dat extra jaar heb ik dan één jaar later kunnen afwerken. Ondertussen werk ik al negen jaar op de nieuwsdienst van de VRT.Tussenin heb ik ook nog geschreven voor tijdschriften en kranten. Het is een prachtige job. Uiteraard lijdt je sociale leven onder een job als journalist, maar aan elke job heb je mindere kantjes. Wat me het meeste aantrekt is de afwisseling, het contact met mensen, het terreinwerk. Als het maar niet constant achter een bureau zitten is, want daar word ik gek van. Deadlines ervaar ik als een positieve drive om te presteren. Ik ben ook blij met deze job omdat je met maatschappelijk relevante dingen bezig bent. Je werkt niet voor een specifieke groep van de samenleving of een bepaald soort mensen."

Allochtone journalist verrijking voor redacties

"Niet dat ik er naar zoek, maar Vlaamse journalisten van allochtone origine zijn op één hand te tellen, helaas. Ik stel me daar geen grote vragen bij, natuurlijk vind ik het jammer dat de media geen afspiegeling zijn van de samenleving. Als we aannemen dat tien procent van de Vlamingen een allochtone achtergrond heeft, zou je hier op de VRT bijvoorbeeld één op tien anders gekleurde mensen moeten tegenkomen. Het is nodig dat we aandacht besteden aan de problemen en verzuchtingen van die groep. We moeten praten mét allochtonen en niet over allochtonen. Net zoals we gaan praten met gehandicapten en met mensen uit die sector als we een nieuwsitem over gehandicapten maken. Daarom vind ik het belangrijk dat er aandacht is in de media voor gekleurde stemmen, gekleurde quotes, gekleurde verhalen en in tweede instantie voor gekleurde mensen die dat brengen. Om zover te komen moeten redacties wel bereid zijn om gekleurde mensen aan te trekken. Ze moeten inzien dat mensen met een andere origine een verrijking zijn voor een redactie, dat zo iemand poorten voor hen kan openen. Redacties moeten dat beseffen, er zijn studies die bewijzen dat allochtone invloed een redactie enkel ten goede komt."

"Dat je amper allochtonen ziet op Vlaamse redacties heeft zo zijn redenen. Om te beginnen is er een algemene verklaring. Veel allochtone jongeren, nieuwe Belgen zeg maar, stromen niet door in het onderwijs. Dat geldt niet alleen voor opleidingen die iets met journalistiek te maken hebben. Je ziet dat weinig allochtonen hogere studies aanvangen en dat er op weg naar een diploma veel afhaken. Daardoor heb je in de wachtkamer al een heel beperkte groep die naar de arbeidsmarkt kan of wil gaan. Dat maakt dat je enorm weinig welgevormde mensen hebt die in aanmerking komen voor deze job. Ook taal is enorm belangrijk en niet alleen in onze job, taal is belangrijk om te studeren en om te communiceren. In de journalistiek is taal het enige instrument. Als je dat niet goed beheerst maak je geen kans. Dat zijn een aantal feitelijke problemen. Verder denk ik dat er ook nog enkele vooroordelen zijn bij de media, zo zijn er nog steeds mensen die zich afvragen of een allochtoon capabel is. Die vooroordelen zijn niet structureel, maar het is toch nog altijd niet evident om als allochtoon een job te vinden in de media. Hoe gaat dat tegenwoordig? Je schrijft je ergens in voor een examen, je hebt contacten, je moet je kunnen bewijzen. Kortom je moet de juiste kanalen hebben en die hebben veel allochtonen niet. Daardoor ontstaat er bij sommige mensen uit de media het vooroordeel dat die allochtone kandidaten voor een job in de media er niet zijn. Er zijn wel enkele obstakels natuurlijk: taal kan een rol spelen, maar ik weet ook dat het beroep van journalist niet echt hoog staat aangeschreven bij de meeste allochtonen. Als je een allochtoon zou vragen welke richting hij uit wil dan krijg je drie dingen te horen: dokter, advocaat of manager. Beroepen waar veel geld mee te verdienen valt. In die zin vind ik dat een aantal mensen te veel aan geld denken. Verder heeft het ook gewoon met persoonlijke keuze te maken. Om allochtone jongeren te motiveren moet je vooral meer met hen praten over onze sector, door hen duidelijk te maken welke opties er allemaal zijn, wat je allemaal mag verwachten als journalist. Ik denk dat de stages die ze hier op de VRT hebben georganiseerd kunnen helpen om hen warm te maken voor ons beroep. In die zin kan ikzelf ook een motivatie zijn, ze moeten beseffen dat ze ook een kans hebben om hier binnen te geraken. Het grootste probleem is nog altijd dat de Vlaamse media veel te weinig geconsumeerd worden door allochtonen. Hoeveel allochtone mensen kijken naar het journaal en hoeveel kijken er naar Eén. We weten daar niets van, misschien is het wel nodig daar eens onderzoek naar te doen. Hetzelfde geldt voor de kranten. De mensen praten wel over wat ze via satellietzenders gehoord hebben of wat ze in Arabische of Turkse kranten hebben gelezen, maar er komen weinig gesprekken op gang over een nieuwsitem uit het journaal. We zouden daar iets aan kunnen doen door over onderwerpen te berichten die allochtonen aanbelangen. Er is een gebrek aan interesse vanwege allochtonen naar de Vlaamse media toe. Daar moet je als Vlaamse media, commercieel of openbaar, oog voor hebben."

Geen organisatie

"Van argwaan tegenover de media heb ik nog niets gemerkt. In sommige situaties merk je dat het wat langzamer gaat, maar ik heb nog nooit bot gevangen. Het is wel zo dat je een algemeen gevoel van voorzichtigheid merkt als je afkomt in de hoedanigheid van journalist, maar dat gevoel ervaar ik zowel bij autochtonen als bij allochtonen. Uiteindelijk is er geen wezenlijk verschil tussen een allochtoon contactpersoon en een autochtoon contactpersoon. Het enige verschil is dat je een breder netwerk hebt als je te maken hebt met autochtonen. Bij allochtonen is het moeilijker om nieuwe contacten aan te boren. Je krijgt vaak te maken met dezelfde mensen, die dan soms op de koop toe niet veel te zeggen hebben. Daarom heeft de cel diversiteit van de VRT een poging ondernomen om een lijst aan te leggen met alle verschillende specialisten van allochtone afkomst. Die lijst is voor iedereen op de nieuwsredactie beschikbaar. Maar er is nog altijd een probleem, in die zin dat je vaak bij dezelfde personen uitkomt en dat is niet altijd goed. Dat heeft te maken met het feit dat allochtone gemeenschappen minder goed georganiseerd zijn. Je hebt vaak maar één telefoonnummer en als je ze in het weekend nodig hebt dan vang je bot. Er is ook een gebrek aan continuïteit. Voorzitters volgen mekaar op, mensen verdwijnen, er komen nieuwe mensen bij. Een groot verloop van mensen en daardoor is het veel moeilijker om contacten uit te bouwen. Dat is een praktisch probleem waar men meer aandacht aan zou mogen besteden. Je kan dat systematisch doen door wanneer je interessante mensen tegenkomt gegevens uit te wisselen.

Ik vind niet dat allochtonen onvoldoende openstaan voor de media. Ik ken de Turkse gemeenschap beter dan de Marokkaanse, maar ik denk dat er op de openheid van de Turkse gemeenschap weinig valt aan te merken. Bij de Marokkaanse gemeenschap voel ik een iets grotere aarzeling, zeker sinds 11 september. De mensen hebben vaak schrik dat ze weer belachelijk gaan gemaakt worden door de media. De internationale politiek speelt daar ook een rol in natuurlijk. Op zulke momenten moet je geduld hebben. Je kan je afvragen of de maatschappij in het algemeen genoeg geduld heeft voor allochtonen en allochtone problemen. Het is niet evident voor allochtonen om naar de media te stappen. Er zijn een aantal mensen en verenigingen die de weg al wel gevonden hebben. Die sturen een mail of die bellen eens, maar voor de meeste lukt dat nog altijd niet. De oorzaak ligt volgens mij eerder bij de organisatie van die verenigingen dan bij de media. Eén eenvoudige mail of een telefoontje is voldoende. Ik kan je een concreet voorbeeld geven. Toen er in Nederland een aantal aanslagen waren op verschillende Moskeeën na de moord op Theo Van Gogh, was er in België ook een incident. In Beringen is er een molotovcocktail gegooid bij de moskee. De mensen van die moskee hebben toen een persbericht gestuurd naar Belga en naar onze nieuwsdienst. Het incident zat uiteindelijk in het avondjournaal van de twee grote zenders en zo zou het altijd moeten gaan. Het kan natuurlijk altijd dat een collega dat toevallig te weten komt, maar normaal gezien zijn wij ook aan het werk elke dag. Er zijn een aantal kanalen in de media waar wij als journalist ook maar gebruik van maken, ik denk aan telefoon en internet. Het is aan de allochtonen om daar ook gebruik van te maken en dat gebeurt nog te weinig. Daar zal na een tijdje wel routine in komen, hoop ik.

Ik kan wel begrip opbrengen voor de drempelvrees, allochtonen moeten nog altijd opboksen tegen een beeld dat heel vaak éénzijdig is. Media is vluchtig en televisie is dat zeker. Je krijgt steeds minder de tijd om te nuanceren en bij dit soort onderwerpen durft men nogal eens minder te duiden en te nuanceren. Dat zorgt soms voor wrevel. We proberen in ons nieuws ook regelmatig positieve verhalen te brengen. Het moet wel nieuwswaarde hebben, dat is het enige criterium. Maar ik denk dat allochtonen ook aan bod moeten komen buiten het nieuws. Daar is het veel evidenter om eens een positief verhaal te vertellen. Maar ook daar zie je ze enorm weinig, minder dan in het nieuws zelfs. Kijk maar naar spelprogramma's of panelprogramma's, je ziet alleen maar blanke mensen. Als je vaker allochtonen zou zien in dat soort programma's zou dat het beeld dat mensen hebben van een allochtoon alleen maar goed doen. Het zou ook eens goed zijn om in één of andere talkshow met allochtonen te praten over dingen die niet rechtsreeks over allochtonen gaan, zoals sport of reizen of politiek. Zolang allochtonen maar geïntegreerd worden in bestaande programma's. Ik ben geen voorstander van een doelgroepzender of iets dergelijks. Dat heeft bestaan in Vlaanderen en daar kijken alleen allochtonen naar. Dan krijg je weer een situatie waarin de mensen naast mekaar gaan leven en dat is nooit goed volgens mij."

Commerciële media hinken achterop

"Ik heb mijn steun aan TrefMedia toegezegd om een signaal te geven naar de publieke opinie. Om duidelijk te maken dat allochtone journalisten bestaan en dat ze hun vak kennen. Ik wil tonen dat ze die mensen kunnen vertrouwen en dat ze een kans verdienen. Concreet was ik enkele jaren geleden moderator op één van de ontmoetingsdagen in Antwerpen. Dat was een interessant debat, maar het frustrerende is dat je geen concrete afspraken maakt of er komen geen duidelijke resultaten naar voren op het einde. Je had wel het charter Diversiteit dat er uit voort is gekomen, maar dat is enkel ondertekend door de VRT. De andere spelers op de mediamarkt die keken van aan de zijlijn toe. Ik denk dat het tijd is dat de commerciële media ook hun verantwoordelijkheden nemen."

Interview door Seppe Verbist, student Journalistiek Erasmushogeschool Brussel (maart 2005)