|
"Het toeval heeft me in de media geloodst. Als 20-jarige werkte ik bij de persdienst van de Duitse Dienst voor Toerisme. Ik onderhield er het contact met de kranten. Voor mijn job nam ik elke morgen de kranten en de tijdschriften door. Op een dag was me een vacature bij Ons Volk, het magazine van de toenmalige Standaardgroep, opgevallen. Ik heb even geaarzeld, want ik had geen diploma hoger onderwijs en dat was wel een voorwaarde. Toch heb ik mijn kans gewaagd. En zo zit ik, intussen 36 jaar later, nog altijd in de sector. Voor mij is dit een droomjob. Wat ik er zo interessant aan vind, is dat je als journalist het voorrecht hebt om aan iedereen te vragen wat er door je hoofd gaat. Je ontmoet mensen die je anders niet zou ontmoeten. Je bent altijd met nieuwe dingen bezig. De job van journalist dwingt je om bij te leren en bij te blijven, en later om jong te blijven."
"Op eerste gezicht werken onvoldoende mensen van etnisch-culturele achtergrond in de media. Maar als je ziet hoe weinig jonge allochtone mensen doorstromen naar het hoger onderwijs, dan vind ik dat in verhouding toch nog niet zo slecht. Er werken intussen journalisten van allochtone origine op bijna alle redacties. Dat wil niet zeggen dat we geen moeite moeten doen om er meer te krijgen. Op de redactie van Weekend Knack zeggen we zeker niet 'neen', maar die mensen bieden zich niet aan, noch als journalist, noch als grafisch ontwerper. In onze dagelijkse werking werken we uiteraard met stagiairs van de verschillende hogescholen journalistiek. En ik moet zeggen dat wij nog nooit hebben kunnen samenwerken met een allochtone stagiair." "De belangrijkste verklaring hiervoor is een gebrekkige taalbeheersing. Belgen met een etnisch-culturele achtergrond zijn vaak niet taalvaardig genoeg. Om op een redactie veel te leren, zijn twee zaken van groot belang. Een eerste vereiste is een journalistieke nieuwsgierigheid. Ten tweede moet je de Nederlandse taal beheersen. En vooral dat laatste is het grote struikelblok. Er zijn ook veel Vlamingen die niet kunnen schrijven, hoor. Laat daar alleszins geen misverstand over bestaan. Ik wijt die lacune aan het onderwijs. Misschien moet men van op de lagere schoolbanken, ja zelfs van in de crèche, meer aandacht besteden aan taalbeheersing. Het is verkeerd om alleen te focussen op taalcursussen Nederlands voor instromers. De overheid moet veel meer investeren in taalbeheersing van kinderen uit anderstalige gezinnen. Als ze zelfzekerder waren van hun taal, zouden ze veel gemakkelijker de weg naar de media vinden."
De media lusten ons niet
"De job van journalist staat nochtans goed aangeschreven binnen de allochtone gemeenschap. Dat is toch wat ik hoor in mijn vriendenkring. Maar ik denk dat er naast de taalbeheersing nog een andere grote drempel is. Allochtonen gaan er vaak van uit: 'de media lusten ons niet', 'ze kijken verkeerd naar ons'. Daar hebben ze veelal groot gelijk in. Er is een minderheid die de brug heeft geslagen. Maar de middenklasse, de lagere arbeidersklasse en werklozen hebben het volgens mij moeilijk met onze journaals en vinden zich er niet in terug."
"Het gevaar loert dat de allochtone gemeenschap zich afsluit omdat ze zich bedreigd voelt. De zus van Yamila Idrissi, kinesiste, zei naar aanleiding van de cartoons: "Als ze ons niet moeten hebben, dan hoeft het voor mij ook niet meer. Ik doe ook geen moeite meer." Ik vond dat een heel schrijnende reactie. Die reflex zal zich tegen ons keren als we zo doorgaan. En ik kan de anecdotes aan elkaar rijgen. Op de boekenbeurs werden Yamila Idrissi en ik naar aanleiding van ons boek Kif Kif geïnterviewd door Anna Luyten. Na het interview kwam een jonge man van Marokkaanse origine naar ons toe en zei: 'Ik heb alles hier gehoord en jullie zijn de enige die over ons spreken als 'mensen' en niet als 'Turken' of 'Marokkanen' of 'moslims'. We mogen hen inderdaad niet blijven isoleren in hun moslim-zijn of hun allochtoon-zijn. Ik vind dat zo vitaal. Maar er zijn krachten in de maatschappij die aansturen op dat 'anders-zijn' en ze zijn sterk. Ze beschikken over geraffineerde propagandamethodes. En uit angst voor de bruine golf spelen we hun spel mee. Ik vrees dat het de komende vijf jaar heel moeilijk zal worden."
"Doelgroepentelevisie kan hierin een brug zijn. Ik heb zelf veel gekeken naar de programma's op de Nederlandse zenders. Dat waren zeer goede programma's in het Nederlands, gemaakt door mensen uit verschillende allochtone gemeenschappen. Ze gaven vanuit hun standpunt en hun kijk op het maatschappelijke gebeuren en het Nederlandse nieuws. Die programma's werden in hun taal ondertiteld, in het Turks, Arabisch, . Ik vond dat schitterend. In België bestaan dergelijke programma's niet. Terwijl er wel een bereidheid toe is. Bij Roularta is lang geprobeerd om samen met de Marokkaanse gemeenschap en met steun van de overheid zo'n magazine van de grond te krijgen. Het project is gestuit op een gebrek aan bereidheid om middelen ervoor vrij te maken."
Wie zijn allochtonen precies?
"Ik heb altijd al allochtone vrienden gehad. Op de Duitse Dienst voor Toerisme had ik een Syrische en een Tunesische vriend. Ik ben me blijven interesseren voor die wereld. Dat is ook de reden geweest om samen met Yamila Idrissi het boek Kif Kif te schrijven. We zijn allebei kinderen van twee verschillende werelden, maar hebben uiteindelijk dezelfde hindernissen moeten overwinnen. Ik kom uit een arbeidersgezin uit de jaren '40-'50, Yamila Idrissi is het kind van allochtonen 20 jaar later. Het is een dubbelverhaal over ongelijkheid en sociale onrechtvaardigheid, maar ook over karakter, keuzes, doorzettingsvermogen en emancipatie. De boodschap is dat het 'verschil' niet zit in het feit of je allochtoon bent of niet, maar uit welk sociaal-economisch milieu je komt, welke materiële middelen je krijgt als jongere en welke plaats je ouders bekleden in de maatschappij. Die sociaal-economische factoren bepalen je kansen in de maatschappij. En ik heb de indruk dat het sociaal-economisch milieu vandaag - in vergelijking met de jaren '60-70 - zelfs nog bepalender is."
"Vlaanderen verschilt zoveel met andere landen. In pakweg Boston of Amsterdam valt het me op hoeveel meer allochtone mensen je op normale jobs aantreft. In een bankkantoor zie je er alle kleuren. Het zijn Amerikanen, maar allochtonen. Maar wie is allochtoon? In Vlaanderen is er bijvoorbeeld zoveel herrie over het stemrecht voor allochtonen. We mogen niet vergeten dat heel veel mensen met een andere huidskleur verdorie Belg zijn! De meeste zijn Belg en hebben het volste recht om te stemmen, en dus ook op een job in de media, bij de banken, bij de overheid. Ik ben niet gewonnen voor positieve discriminatie of anonieme sollicitatie. Iemands prestatie blijft onvermijdelijk verbonden met zijn persoonlijkheid, te beginnen met zijn naam. Ik wil weten wie iemand is. Maar de vereniging van werkgevers moet wel actie voeren bij haar leden. En de overheid moet quota instellen. Als grootste werkgever moeten zij het goede voorbeeld geven."
Allochtonen zijn straatvechtertjes van 15-16 jaar
"In series zoals Familie en Thuis doet men goede pogingen om gekleurde mensen tot het dagelijkse leven te laten behoren. Maar in het journaal gaat men te weinig op zoek naar allochtonen die iets interessants te vertellen hebben. Allochtonen komen heel weinig in het nieuws, tenzij er incidenten zijn. De allochtonen die ik ken, zijn een deel van mijn leven. Ik ga er iets mee drinken of mee uit eten, ik zit met hen in debatten, . Ik ken moslima's met een hoofddoek. Het zijn zelfstandige vrouwen die perfect geëmancipeerd zijn. In de media zie ik alleen maar, om het karikaturaal te stellen, straatvechtertjes van 15-16 jaar. Dat beeld wordt ook opgeklopt door extreem-rechts, zodat heel veel Vlamingen nog altijd de reflex hebben om naar de overkant van de straat te wandelen als ze gekleurde jongeren zien. Terwijl heel veel van die jongeren studeren en hun toekomst uitstippelen als arts, burgerlijk ingenieur, ... . We vergeten dat zij de toekomst van morgen zijn. We zijn zodanig bang van het beeld van 'onruststokers' in de media. En dat is niet nieuw. Molenbeek is geen moslimgetto. Er zijn fundamentalistische moskeeën, maar Molenbeek is vooral een mengelmoes van allochtone en autochtone gezinnen. Als alle mensen meer allochtonen zouden tegenkomen in het dagelijkse leven (bijvoorbeeld op de werkvloer) zouden ze gaan inzien dat de verschillen niet zo benadrukt moeten worden en dat sommige beelden in de media niet kloppen."
"Tijdens de rellen over de publicatie van de cartoons van de profeet Mohammed, heb ik me geërgerd aan het feit dat men pas laat vragen stelde bij de context waarin de eerste cartoons zijn verschenen. Denemarken is namelijk een land waar extreem-rechts zeer sterk staat. Het ging om pure provocatie. Ook de andere kant heeft zeker overdreven gereageerd. De imam uit Kopenhagen heeft zich volgens mij willen profileren. Maar zelfs mijn zeer achtenswaardige collega's maakten er een symbolenkwestie van. In dit land kregen maar weinig redelijke moslims een stem in de media. Het is een nieuw zeer in de media dat men de dingen altijd zo opblaast. Hetzelfde fenomeen hadden we al eerder gezien in de discussie over de rellen in Parijs. Het enige dat telt, zijn de oplagecijfers van de krant. En we beseffen te weinig welke schade we zo aanrichten."
"De media vergeten al te vaak te ontleden. Achtergronden en vragen zoals 'wat gebeurt hier, waarom, wie heeft hier belang bij?' ontbreken. Duidingprogramma's zijn tegenwoordig ook al een aaneenschakeling van soundbytes geworden. We moeten meer duiding geven, meer afstand nemen van de dagelijkse feiten. In mijn columns probeer ik altijd te nuanceren. Ik tracht dingen samen te leggen, cirkels te maken, verbanden te vinden, zaken uit te leggen. En journalisten met een andere etnisch-culturele achtergrond kunnen zeker bijdragen tot die noodzakelijke nuance. Ik wil dat graag illustreren met een anekdote. Onlangs maakte het Vlaams Steunpunt Algemeen Welzijnswerk zijn cijfers bekend over het stijgend aantal allochtone vrouwen in de vluchthuizen. De meeste kranten zijn erop gesprongen en hebben dat verklaard als een stijging van het partnergeweld in moslimgezinnen. De ondertoon was: 'Het gaat er nogal aan toe in die allochtone gezinnen. De vrouwen krijgen nogal klop'. Maar de enige die de feiten in de pers juist duidde was Ergïun Top, advocaat en CD&V politicus van Turkse origine. De werkelijke verklaring was dat er meer vrouwen durven weggaan bij hun man, dus die vrouwen zijn geëmancipeerder! Dat is toch een heel andere kijk op hetzelfde oppervlakkige verschijnsel."
Ik steun TrefMedia omdat.
"Ik steun TrefMedia vanuit een zeer lang publiek engagement. Het gedachtegoed van 'vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid' is voor mij altijd vanzelfsprekend en geldig geweest. Ik geloof niet in 'wij en zij'. Ik geloof dat de wereld met al zijn kloven toch één geheel is. Broederlijkheid is heel belangrijk in mijn leven. Ik ben heel blij dat men mij vroeg om lid te zijn van het steuncomité. TrefMedia moet blijven bestaan. Meer nog, TrefMedia is nog onvoldoende bekend bij journalisten. Alle journalisten van de Belgische Persbond zouden de nieuwsbrief moeten krijgen. Dan weten ze waar ze terecht kunnen als ze een specialist nodig hebben, een probleem moeten uitzoeken, achtergrond of nuance moeten schetsen. Ik vergelijk jullie CD-Rom 'Gevestigde Waarden' met het boekje 'Zeg niet te gauw er is geen vrouw' dat Miet Smet uitbracht toen ze minister van Gelijke Kansen was. Het was een naslagwerk met vrouwelijke specialisten in alle domeinen. Dat boek is toen verspreid geweest naar alle redacties en heeft een grote rol gespeeld om vrouwelijke gezichten in het nieuws krijgen. Niemand vraagt zich nu nog af wie seksuologe Telidja Klaï van Sensoa is. Niemand vraagt zich nog af wat haar afkomst is, alleen haar expertise telt. Dat is nog veel te zeldzaam in Vlaanderen. Ik stel voor dat TrefMedia campagne voert op heel frequente wijze. Dat kost geld en daar ben ik me zeker van bewust. Een wekelijkse korte nieuwsprik in de mailbox van alle journalisten zou fantastisch zijn. Het is zoals een druppeltje op een steen. Het moet doorsijpelen."
Interview door Kimberly Verthé, Licentiaat Communicatiewetenschappen en student Journalistiek (februari 2006)
|