|
"Op heel jonge leeftijd ging mijn belangstelling al uit naar acteren en muziek maken. Ik ben ermee opgevoed. Mijn broers en zussen staken toneelstukken in elkaar en componeerden liedjes. Ik leerde de gitaarakkoorden mi-la-si waardoor ik al heel vroeg het repertoire van Ferre Grignard kon spelen. Toen ik negen jaar oud was, speelde ik in een groepje, 't Klaverke, met twee kameraden. We speelden voor de buren en kennissen en later op fuiven van jeugdbewegingen. Op school zong ik in een klassiek koor. Op een bepaald moment wilde ik naar het conservatorium. Ik koos ervoor, niet om muziek, maar om dramatische kunsten te studeren. Ongeveer in die periode, in 1969, schreven vrienden mij in voor de wedstrijd 'Ontdek de ster' van de toenmalige BRT. Als laureaat werd ik bekroond door Toon Hermans en kreeg ik platencontracten. Zingen en componeren werd mijn beroep. Van meet af aan ben ik dus met de media in contact gekomen. En dat is goed, want een artiest staat nergens zonder de media. Een artiest moet in de media komen om publiciteit voor zijn platen en zijn verhaal te kunnen maken. Als er een artikel in de krant verschijnt of er komt een uitzending op televisie, dan streelt dat de ijdelheid en het ego van een jonge artiest. Dat verandert eigenlijk niet als je ouder wordt. Je wordt wel voorzichtiger. Je weet heel goed dat de interpretatie die de media kunnen geven aan wat je zegt of doet, ofwel in de montage ofwel in de uiteindelijke tekst, kan veranderen. Je vraagt om artikels na te lezen. Een montage kan je helaas niet nalezen. Maar de media blijven belangrijk voor een artiest. En soms neemt die verwevenheid geen onschuldige proporties aan. Stel, je bent journalist en je verzorgt de muziekkroniek van een belangrijk dagblad. Je krijgt van een bepaalde platenfirma een ticket om naar de première van de nieuwe show van de Rolling Stones in Los Angeles te gaan. Lever je als journalist dan bijtende kritiek op de show? Neem je het risico dat je de volgende keer, als de tour van Neil Young start in Canada, niet meer kosteloos naar de première mag? De verwevenheid van de media en van de muziekindustrie is veel groter dan men denkt. Ik spreek over internationale artiesten. Ik ben een artiest die zich begeeft op het Nederlandse en het Vlaamse terrein. Voor mij speelt die verwevenheid minder een rol."
"Zorg dat ge onder de grond werkt, dan zien ze uw huidskleur niet"
"In de internationale muziekwereld kom je overal allochtonen tegen. In de Belgische muziekwereld kom je allochtone artiesten enkel tegen als ze rapper zijn en als ze geweldig veel succes hebben. In de jaren '80 gaf ik workshops in de Studio Herman Teirlinck. In die periode heb ik geen enkele allochtoon ontmoet in het kunstonderwijs. Ook in de opleidingen journalistiek zitten te weinig allochtone studenten. Misschien zijn ze onderweg al ontmoedigd. Misschien zijn ze verkeerdelijk in technische richtingen gestuurd. "Wordt maar werkman, want het zal zo al moeilijk genoeg zijn. Zorg dat ge onder de grond werkt, dan zien ze uw huidskleur niet". Ik denk dat de job van journalist aangeschreven staat als een heel moeilijke job. Een Marokkaanse jongen zal waarschijnlijk denken dat het een heel moeilijke job voor hem is, en dat hij misschien ook af en toe tegen zijn eigen lotgenoten zal moeten schrijven. Trouwens, dat is het probleem van elke rechtgeaarde mens, hé. Als je eerlijk wilt blijven, moet je ook soms tegen je eigen familie reageren. In de scholen zit iets fundamenteels verkeerd. Men moet niet positief discrimineren, integendeel, maar men moet de jongere de juiste richting aanduiden op basis van zijn kwaliteiten. Bij de centra voor leerlingenbegeleiding ligt een heel grote verantwoordelijkheid."
"In Nederland en Frankrijk zie je al veel vaker allochtonen als artiest of journalist. In Vlaanderen ziet men nog niet in dat het nodig is om hen compleet in te schakelen in álle processen, in álle beroepen en dus ook in de media. Ik denk dat men vandaag wel een zekere achterstand probeert in te halen. Maar we mogen dat niet artificieel doen. We mogen met andere woorden niet positief discrimineren en zo de kwaliteit niet binnenhalen. Ik ben een voorstander van de idee dat alle mensen gelijk zijn. Mensen moeten beantwoorden aan dezelfde maatstaven en kennisnormen. Als ik werkgever zou zijn, zou ik een allochtoon nooit positief discrimineren. Ik zou dat een belediging vinden in zijn plaats. Ik zou hem zeker evenveel kansen geven. Als we er vandaag de kranten op nalezen, klopt dat plaatje niet altijd. Ik denk aan sommige bedrijven, zoals in Kapelle-op-den-Bos."
Een Deen op bezoek in Jemen
"In nieuwsprogramma's kunnen mensen met een andere culturele achtergrond een meerwaarde betekenen. Een probleem over de islam kan het best besproken worden door een moslim. Als hij de deontologie van de journalistiek respecteert, kan hij indringender verslag uitbrengen over iets wat hij aan de lijve ondervindt. Journalisten die schrijven over Arabische kwesties moeten mensen zijn van Arabische afkomst die Belg zijn geworden, maar nog steeds contact hebben met hun land van herkomst. Ze hebben dan een groter inzicht in de cultuur van hun land. Ze begrijpen waarom mensen bijvoorbeeld zo heftig reageren op bepaalde cartoons. Want wij verwachten dat helemaal niet. Voor ons zijn de omstreden cartoons afbeeldingen waarvan we denken dat Kamagurka tien keer straffer is. Blijkbaar is dat niet zo. Het probleem is dat wij een andere perceptie hebben. Iemand van Arabische afkomst die bij ons woont en de beide culturen kent, heeft die perceptie wel en zou aan de hoofdredacteur kunnen zeggen: 'Zou je dat wel publiceren? Je gaat daar een volk mee beledigen. Je gelooft niet welk effect het kan hebben.' En kijk eens welk effect we hebben gehad! Wees nu maar Deen en ga maar eens op bezoek in Jemen. Dat gaat niet meer, hoor. Als Amerikaan ben je evenmin welkom, maar enfin."
"Op televisie is er veel te weinig aandacht voor cultuur in het algemeen en voor de culturele achtergrond van alle bewoners van ons land. Men zou eens 'Het leven zoals het is' bij een Marokkaanse bevolking in Brussel, Mechelen of Borgerhout kunnen filmen. Laten we daar eens het leven volgen zoals het is, en niet alleen in Planckendael. Ook de fictiereeksen voldoen nog niet aan het beeld van de werkelijke maatschappij. Tenzij het verhaal zich zou afspelen in een dorp. Ik kan me niet voorstellen dat er in Mechelen geen allochtonen rondlopen. Of in Brussel of in Antwerpen of in Gent. Als het verhaal zich zou afspelen in Hansbeke, waar ik nu woon, dan moet de programmamaker alleen rekening houden met één van mijn beste vrienden, een Marokkaan, die daar woont met zijn familie."
"De allochtoon is immers de chauffeur van de tram of de metro. Die man of vrouw verdient evenveel als de blanke medemens. Hij of zij onderhoudt er ook zijn of haar gezin mee. Eén van mijn beste vrienden is dus Marokkaan. Hij is kok en is volledig geïntegreerd in Hansbeke. Hij praat Nederlands en zijn kinderen zijn naar een Nederlandstalige school geweest. Hij doet vrijwillig mee aan activiteiten. Ik zeg zomaar iets: de voetbal geeft een feest. Hij kookt mosselen, volledig gratis. Ik ken nog andere mensen met een verschillende etnisch-culturele achtergrond. Met de meeste kom ik in contact via het werk. Het zijn dus mensen die werken en die zich al hebben aangepast aan onze maatschappij. Zo raakte ik vorige week aan de praat met een jongen die als technicus werkt in het ontmoetingscentrum 'de Kriekelaar' in Schaarbeek. Na mijn - toch hoofdzakelijk in het Nederlands gezongen - optreden kwamen verschillende mensen, ook van allochtone afkomst, naar mij toe om me in het Frans te zeggen: 'C'est très bien ce que vous faites'. Dat wil zeggen dat de manier waarop ik in mijn liedjesteksten praat over onze maatschappij, zonder hierbij letterlijk over allochtonen te moeten spreken, ook hún aanstaat. Dat doet mij veel genoegen. Ik heb eigenlijk heel goede contacten met allochtonen. En ik heb het ook niet begrepen op jongeren die rond mijn auto hangen als ik 's nachts de opnamestudio van Koekelberg verlaat en ik moet mijn auto inladen met duur materiaal. Ik wil hiermee zeggen dat ik op zo'n moment tegen hen ben zoals zij tegen mij zijn. Je moet hen als volwassen mensen beschouwen en op hen reageren zoals zij reageren tegenover jou."
"Maar als ik dus het beeld van de mensen rondom mij en het beeld in de media vergelijk, zie ik dat de beeldvorming van autochtone mensen ten opzichte van allochtonen verstrengt. Soms terecht en soms ten onrechte. Terecht omdat je ze altijd als volwassenen moet beschouwen. Ten onrechte omdat je moet erkennen dat allochtonen, vooral jongeren, minder kansen krijgen. En omdat we goed in het achterhoofd moeten houden dat zij niet meer in de media geloven. Ze geloven dat het allemaal prietpraat is, dat alles bevooroordeeld is, dat ze ongewenst zijn en dat ze als profiteurs worden beschouwd. En dat is trouwens wat vele mensen effectief van hen vinden. Eigenlijk staan we niet ver af van de situatie van de brandende auto's in Parijs. 'La banlieue' komt nog wel bij ons."
Ik steun TrefMedia omdat.
"Met de idee 'democratie in de media' ben ik het volmondig eens. Ooit komen die twee dingen eens samen, zonder twijfel. Als mensen van een andere origine in contact komen met Trefmedia, kunnen artiesten die met Trefmedia in contact komen, in contact komen met elkaar. Dat zou een verrijking zijn."
Interview door Kimberly Verthé, Licentiaat Communicatiewetenschappen en student Journalistiek (maart 2006)
|