Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > over trefmedia > Francesca Vanthielen
 
"Meer allochtonen in fictie alstublieft!"
Francesca Vanthielen is een bekende in het Vlaams medialandschap. Ze is actrice en presentatrice tegelijk, voor televisie én voor radio. Een bezige bij dus en dat al twintig jaar lang, ze was dan ook nog een kind toen ze begon. Ondertussen is ze meer dan goed geplaatst om haar naar een mening over haar werkvloer, de media, te vragen.
 

"Ik ben enorm vroeg in de media terecht gekomen. Het is begonnen met een jeugdprogramma. Ze zochten een stem en om de één of andere reden vroegen ze mij. Uiteindelijk vonden ze dat ik het niet slecht deed en mocht ik het programma presenteren. Dat was 'Radio Tam Tam', ik was toen 13. Wat later is Studio Brussel gekomen, de Super-50 op VTM en zo is de bal aan het rollen gegaan. Maar het is niet toevallig dat ik in de media terecht ben gekomen. Ik wou het ook echt doen, op mijn achtste was ik al bezig met dictielessen. Ik wilde 'mooi leren praten', zoals je dat dan zegt op die leeftijd. Ik heb altijd geweten dat ik iets in de media wilde gaan doen. Ik heb als student Toegepaste Economische Wetenschappen gestudeerd en op latere leeftijd ben ik dan nog theaterschool gaan volgen in Londen. Ik was al heel lang met de televisiewereld bezig, maar ik was er nog altijd van overtuigd dat ik nog verder ging studeren. Dat ik naar een theaterschool zou gaan, maar dan kwam 'GO2' en eigenlijk heb ik het altijd uitgesteld. Op dat moment zat ik bij VTM en in de beginperiode werd alles wat we deden scheef bekeken. Het trok allemaal op niets, VTM was het verval van de maatschappij. Vooral vanuit intellectuele, artistieke kringen werd heel hard op ons neer gekeken. Daarom was ik er van overtuigd dat ik nooit een eerlijke kans zou krijgen op Studio Herman Teirlinck. Dat ik pas zo laat ben begonnen met acteerlessen heeft ook te maken met mijn dictielerares. Ze overtuigde me dat ik een theateropleiding best later kon doen. Volgens haar was het beter om dat te doen als je al wat ouder bent. Dan ben je er pas echt van overtuigd wanneer je er aan begint.

Momenteel ben ik druk aan het werk. Ik hou me vooral bezig met theater en televisie. Radio is voorlopig even gedaan. Maar ik beschouw het wel als een voorrecht dat ik kan afwisselen tussen die drie media. Die variatie doet me goed. Na mijn bezigheden in theater begin ik aan een nieuwe serie van 'Aspe' en tegelijkertijd is er een nieuwe reeks van 'De Werf'. De bekendheid die met het werk in de media gepaard gaat is onvermijdelijk, maar daarom voel ik me nog niet meteen een rolmodel. Uiteindelijk gaat het om herkennen, de mensen kennen me niet echt. Ze weten niet welke waarden en normen ik hanteer en daar gaat het toch om als je het hebt over rolmodellen."

Allochtonen op De Werf

"Ik kom enorm weinig allochtonen tegen in de media. Zowel voor als achter de schermen, zeker achter de schermen. Daarom vind ik het ook goed dat er een organisatie zoals Trefmedia bestaat. Omdat jullie de bedoeling hebben te ondersteunen en niet beginnen met de media bepaalde zaken op te dringen. Want ik merk vaak dat de wil er wel is om meer allochtonen te betrekken. We proberen allochtonen zowel voor als achter de camera te krijgen. Maar de manier waarop we bijvoorbeeld voor 'De Werf' kandidaten rekruteren, daarmee bereiken we niet meteen de mensen van een allochtone gemeenschap. Ze zitten voor ons toch een beetje verborgen. We kunnen wel affiches uithangen of spotjes lanceren via radio en TV, maar we weten niet goed via welke mediakanalen we hen kunnen bereiken. En dat vinden we wel jammer want we zijn er van overtuigd dat er veel allochtonen zijn die een heel positief beeld kunnen tonen in een programma als 'De Werf'. We zouden voor de tweede reeks graag een allochtoon koppel er bij hebben. Het zou me verbazen indien een job in de media, zowel voor als achter de camera, allochtonen afschrikt. Maar ik kan me wel voorstellen dat producties denken 'Hoe gaan we die vinden?'. Neem nu het voorbeeld van fictie. Dan heb je een acteur nodig, hij moet goed AN kunnen spreken, je kan niet gewoon iemand van de straat plukken. Het blijft wel een stiel natuurlijk. Maar wat Cahit Ölmez heeft gedaan in 'Flikken' vond ik super. Dat was een hele lieve gast, die was met zijn job bezig, dat noem ik nu eens een positief beeld van een allochtoon in de media. Zoals hem zouden er meer moeten zijn, vind ik. We zien regelmatig allochtonen in het nieuws of in duidingprogramma's, alleszins meer dan in entertainmentprogramma's. Het zou al een hele vooruitgang zijn als we in dat genre wat meer kleur zagen."

Iedereen een wok en een tajine

"Ik draai al een tijdje mee in het mediawereldje en ik moet zeggen dat ik nog niet echt een positieve evolutie heb gezien wat betreft de aanwezigheid van allochtonen voor of achter de schermen. Ik zou bijvoorbeeld graag meer allochtonen zien in fictiereeksen. Liever dat dan een belerend programma waarin het gaat over 'Wat is nu de Ramadan' of 'Een reis door België: de Marokkaanse gemeenschap' of iets dergelijks. Het moet net allemaal geïntegreerd zijn in mekaar, dat maakt een multiculturele samenleving. Niet die opsplitsing in 'wij' en 'zij' of andersom. Het zou in een fictiereeks normaal moeten zijn dat iemand trouwt met een Marokkaanse en dat die dan ook goed Nederlands praat. Vroeger, en dat is nu wel een heel segmentarisch voorbeeld, had je in België enkel Chinese of Griekse restaurants, toen kende men geen Thaise of Indische gerechten. Tegenwoordig heeft iedereen een wok in huis of een tajine, dat is voor mij integratie. Als ik allochtonen zie in de media is het ofwel in verband met rellen ofwel gerelateerd aan de vierde wereld. Vaak wordt dan een heel armoedig beeld geschetst. Gelukkig kan ik dat aanvullen met de mensen die ik ken. Die zijn helemaal niet zo.

Het is geen fout beeld dat we krijgen, maar het is wel een éénzijdig en beperkt beeld. Het enige wat ik zie is het nieuws en dan zie ik bijvoorbeeld Abou Jah Jah, maar ik weet ook dat hij niet de allochtone gemeenschap vertegenwoordigt. Het is niet gemakkelijk natuurlijk. Hoe laat je als allochtone gemeenschap je andere, positieve kanten zien? Neem nu het offerfeest, dat is een familiefeest. Hoe ga je daar mee naar buiten komen? Ik kan me voorstellen dat je daar als familie, en bij uitbreiding als gemeenschap, niet meteen zin in hebt. Dan ben ik eerder een voorstander van straatfeesten. Waar iedereen mekaar leert kennen, alle verschillende soorten mensen samen. Een straatfeest dient het doel, een positiever beeld creëren, veel beter volgens mij. Ik hoor regelmatig van Belgische vrienden dat ze op die manier hun allochtone buren beter leren kennen."

Ik steun TrefMedia omdat.

"Ik vind dat eigenlijk een evidentie. Als jullie zeggen werk te willen maken van diversiteit in de media en jullie hebben daar middelen voor, dan kan ik dat alleen maar steunen. Ook al kan ik moeilijk echt actief meewerken, als ik TrefMedia gewoon kan steunen door een interview of door mijn naam er aan te verbinden tant mieux."

Interview door Seppe Verbist, student Journalistiek Erasmushogeschool Brussel (maart 2005)