Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: beleid > media > over trefmedia > Chris Dusauchoit
 
“Allochtonen stromen niet door in de media"
Zijn stem herken je uit duizend, zijn goedgemutstheid is onnavolgbaar en zijn aaibaarheidsfactor is niet van deze wereld. Maar vergis je niet: Chris Dusauchoit heeft al vele watertjes doorzwommen in de mediawereld en een mening daarover heeft hij ook, zo bleek.
 

"Ik ben eigenlijk toevallig in de media terecht gekomen. Eerlijk gezegd uit luiheid. Ik had een diploma sociaal assistent en daarna ben ik in Leuven communicatie gaan doen. Daar heb ik gekozen voor de vakken die maar weinig werk zijn. Één van die vakken bleek maar twintig bladzijden te zijn en dat was Nederlandse taalbeheersing en ik dacht: ‘dat moet ik hebben’. Door dat vak heb ik voor het eerst proper leren spreken. Toen heb ik zin gekregen om in de media te werken. Ik heb dan eens meegedaan aan een stemproef op de VRT. Gebuisd, de tweede keer ook gebuisd en dan de derde keer uiteindelijk toch geslaagd. Zo ben ik er heel toevallig in gerold, zonder een echt plan. Ik ben begonnen bij de radio op de verkeersredactie. En in die tijd was Jan Schoukens daar de baas, maar hij was dat ook van Studio Brussel. Hij heeft me overgeheveld naar de redactie van Studio Brussel en na een tijdje ben ik daar beginnen te presenteren. Bij de televisie ben ik ook beland zonder dat het echt mijn bedoeling was. Ik ben begonnen met een kinderprogramma op TV2, net voordat Ketnet bestond. Daarna ben ik dan opgerakeld door Ben Crabbé en ben ik filmpjes beginnen maken voor ‘Nieuwe Maandag’ en zo is de bal een beetje aan het rollen gegaan wat televisie betreft.
Er zijn zoveel pluspunten aan een job in de media. Je hebt een job die heel ver staat van het 9 to 5-stramien en er is enorm veel afwisseling.”

Catch 22

“Allochtonen? Heel weinig, veel te weinig. Ik kom er bijna geen tegen op de werkvloer. Om een voorbeeld te geven: Ik denk niet dat er in de geschiedenis van Studio Brussel ooit een allochtoon heeft gewerkt. Om de één of andere reden stromen die mensen niet door. Op televisie kom ik er wel meer tegen, maar nog altijd enorm weinig."


"Volgens mij is het een vicieuze cirkel: ze zien of horen geen mensen zoals hen op radio en televisie, allochtone Belgen bedoel ik dan. Waarom zouden ze naar die zenders luisteren of kijken? En als je er niet naar kijkt of luistert, waarom zou je er dan gaan solliciteren? Het is een soort catch 22. We hebben echt een paar rolmodellen nodig, iemand als Faroek Ozgunes bijvoorbeeld. Die maakt een gewone indruk, die ziet er helemaal niet anders uit. Z’n figuren hebben we nodig, dat kijkers beginnen te denken: ‘tiens, zo een rare naam en tiens, hij spreekt zo goed’. In ‘Huisje Weltevree’ zat bijvoorbeeld een Turkse man en het toffe aan hem was dat je nauwelijks een verschil zag tussen zijn gedachtegoed en dat van andere mensen. Wij hebben hem niet opgevoerd als zijnde ‘de allochtoon’. Hij zat in de eerste plaats in het panel omdat hij vader was van een groot gezin en dat hij dan een allochtoon bleek te zijn, dat was mooi meegenomen."


"Voor zover ik weet kijken allochtonen vooral naar allochtone zenders of zenders uit hun thuisland en dat bewijst weeral eens dat we niet goed bezig zijn. Zeker de VRT moet de ambitie hebben zoveel mogelijk mensen te bereiken, ook de minderheden. Met eigen programma’s of programma’s die zij interessant zouden vinden, want anders krijg je echt gescheiden TV-zenders. Een tijd geleden kwam Mieke Vogels met het voorstel om een soort allochtoon TV-kanaal op te richten en ik snap haar bedoelingen wel en die kan ik onderschrijven, maar ik denk niet dat het een oplossing is. Ik vind dat je die mensen mee in bad moet nemen, hen laten participeren binnen de bestaande structuur, of het nu bij VT4,VRT of VTM is, dat maakt niet veel uit. Wat dat betreft zijn de pogingen van eenvoudige programma’s als ‘Man Bijt Hond’ heel goed. Niet op een voorzichtige, belerende manier, maar gewoon het alledaagse. Meer allochtonen in fictie ook, zoals die Cahit Ölmez van in ‘Flikken’. Die was het op den duur ook wel beu om altijd op te draven als ‘de allochtoon van de serie’."

Martine Tanghe als moslima

"De VRT heeft ondertussen een cel diversiteit opgericht en ik hoop dat die mensen erin kunnen slagen om meer allochtonen aan het werk te krijgen bij de openbare omroep. En niet alleen op redacties en in producties, maar ook op het scherm. Het zou een enorme vooruitgang zijn mocht Martine Tanghe een vreemde voornaam hebben en dat we daaruit konden afleiden dat ze een moslimvrouw is en dat de mensen zouden zeggen: ‘tiens die doet dat niet slecht’. Zodat kijkers zouden beginnen denken ‘stom van ons dat we dachten dat die anders zijn, die kan het minstens even goed’."


"De media maken zich schuldig aan een bepaald soort beeldvorming. Als er rellen zijn zie je altijd allochtone jongeren in beeld. Mensen zijn wat dat betreft nogal dom, ze zoeken een stok om de hond te slaan. Want dan zeggen ze ‘kijk, het zijn weer die allochtonen’, maar dat klopt niet helemaal. Mochten ze nu een seksistische ingesteldheid hebben, zouden ze zeggen ‘kijk, het zijn weer die jongens’, mocht het een conflict zijn tussen jong en oud zouden de ouderen kunnen zeggen ‘kijk, het zijn weer die jonge gasten’. Want al die benaderingen kloppen ook, als er rellen zijn gaat het meestal om jongens en jonge mensen. Maar de mensen kiezen meestal voor dat aspect ‘allochtoon’ en natuurlijk vergeten ze dat het gaat om achtergestelde buurten die weinig kansen krijgen. Het beeld dat we van allochtonen hebben is veel te stereotiep. We zien precies altijd hetzelfde: een jongen met een fietsketting in de hand en een meisje met een hoofddoek. In al die jaren dat ik in de media werk heb ik geen positieve evolutie gezien wat betreft de aanwezigheid van allochtonen in de media. Integendeel zelfs, vroeger had je nog programma’s als ‘Couleur Locale’, waar ze dan hun uiterste best deden om allochtone mensen te laten presenteren. Ik vind dat de media nog altijd meer hun best moeten doen om dat soort mensen te vinden en te stimuleren om in de media te gaan werken, de intenties zijn er wel, het is vooral een probleem van rekrutering. Om allochtonen naar je winkel te lokken moet je in eerste instantie de media interessant maken voor hen, want op dit moment kijken weinig allochtonen naar VRT, VTM of VT4. Zolang je hen niet naar je zender kan lokken denk ik niet dat ze zin gaan krijgen om er ook voor te werken. Het aanbod moet aangepast worden en het hele beeld van de media gewoonweg. Als je een Vlaamse zender aanzet, zie je bijna alleen maar blanken, daar ligt een deel van het probleem.”

Ik steun TrefMedia omdat …

"je als mediafiguur toch een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebt. Ik probeer op alle gebieden de dingen die ik heb meegekregen vanuit mijn opvoeding, rechtvaardigheidsgevoel en naastenliefde en dergelijke, uit te dragen. Dat hoeft ook niet altijd met vlag en wimpel, ik doe ook een heleboel dingen in stilte en ver weg van de camera’s. Maar ik vind wel dat wanneer je als mediafiguur met een dergelijk probleem van een dergelijke omvang geconfronteerd wordt, dat je daar je gedacht over mag zeggen, dat je mag duidelijk maken van ‘kijk, ik denk daar helemaal anders over’. Want laat ons toch niet te vrolijk zijn over de toestand van het racisme in Vlaanderen. Organisaties als TrefMedia mogen gerust gebruik maken van mijn bekendheid. Jullie zijn ook niet de enige die op mijn steun kunnen rekenen. Als Artsen Zonder Grenzen belt om een clipje in te spreken of zoiets ben ik direct daar en dan is het natuurlijk van nul eurocent, als het voor BMW is zullen ze betalen. Ik vind dat vrij normaal om mijn steun aan zulke organisaties te geven. Zeker ook omdat wij als mediafiguren niet in een beroep zitten waar we nuttig zijn voor iets of iemand, we bieden gewoon ontspanning en via organisaties als TrefMedia kunnen we ons, als mediafiguur, nuttig maken.”

Interview door Seppe Verbist, student Journalistiek Erasmushogeschool Brussel (maart 2005)