|
"Media en migranten, de alliteratie klinkt heel goed, en ik ben het al vaak tegengekomen in tal van titels, alleen in de praktijk blijken de twee toch geregeld met elkaar te vloeken. De berichtgeving over allochtonen en de beeldvorming in de media was al eind jaren '80 - begin jaren '90 al een bekommernis van toenmalig Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid Paula D'Hondt. Een positieve beeldvorming en een correcte berichtgeving maken deel uit van het integratieproces waarvan zij de motor was."
" In de zomer van 1990 schreef ze de BRTN en de pas opgerichte Vlaamse Televisie Maatschappij aan met de vraag om meer allochtonen op het scherm te brengen. Het antwoord van de BRTN aan Paula D"Hondt ken ik niet , dat van VTM luidde "we willen wel, maar ze zijn er niet." Tot ik in november van dat jaar solliciteerde op de nieuwsdienst en de sportredactie van VTM, onwetend over die correspondentie. Ik kwam net uit het leger en wilde als journalist werken. Het antwoord van de hoofdredactie van VTM was ondanks veel aandringen van mijn kant afwijzend. De sportdienst was minder kieskeurig, en pas nadat mijn eerst sportverslag al één week later op antenne ging, en ik een contract op zak had aangeboden als freelancer, kreeg ik plots een vast contract aangeboden op de nieuwsdienst."
Moeilijkheden
"Dat was 15 jaar geleden, en ik zit er nog. Mijn sollicitatie maakte nochtans geen kans, ik had mijn naam, mijn afkomst tegen, ik kreeg zelfs de kans niet om mezelf te bewijzen. Ik werd afgescheept aan de telefoon. Maar als je dan toch elders aan de slag geraakt, is er plots wroeging en willen ze je alsnog. VTM was niet de enige met een bepaalde vrees om een allochtoon aan te werken. Voor ik solliciteerde in Vilvoorde, had ik ook al mijn kans gewaagd bij de openbare omroep. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd, niemand die blijkbaar een risico wilde lopen. Behalve Chris Dewitte, de producer van het radioprogramma Voor de dag op radio 1. Ik kreeg een freelance contract en werkte enkele weken voor de radio. Tot ik vast voor VTM begon en daarna te horen kreeg dat ik daar helemaal niet hoorde. Dat ik naar de BRTN moest terugkeren. Als ik jonge aankomende journalisten van vreemde afkomst hoor vertellen over hun sollicitatiegesprekken en hun ervaringen met nieuwsdiensten, krijg ik altijd een déja vu. Het is een verhaal van afwijzing, jezelf bewijzen, vechten tegen vooroordelen, paternalisme. Op dat vlak is er in al die jaren niet veel veranderd. Sindsdien zijn er wat meer mensen met een vreemde afkomst of een vreemde naam op het scherm te zien. Maar is dat de verdienste van de zender in kwestie?.Ik denk het niet. Ik doe hier een beroep op het gezond verstand van hoofdredacteurs om verder te kijken dan die vreemde en soms onuitspreekbare naam van een sollicitant. Ik ben ervan overtuigd dat er talent zat is, maar durf eens een risico te nemen.
Vergeleken met bvb. Nederland, Frankrijk of Groot-Brittannië is de perceptie van België door het tv-scherm er een van een overwegend "blanke" bevolking met nauwelijks vreemdelingen. De werkelijkheid is anders. De media in het algemeen en televisie in het bijzonder, horen een afspiegeling te zijn van de samenleving. Alleen lijken televisiemakers dat niet altijd te beseffen. Ik denk ook dat de overheid hier meer stimulansen moet geven om tot een evenwicht te komen. Als er nu meer allochtonen op televisie komen in bvb. soaps zoals thuis of familie, is dat vaak louter op initiatief van enkelingen (producers, scenarioschrijvers). Een globale visie op hoe de media best omgaan met een veranderende en toenemend multicultureel wordende samenleving ontbreekt. Het kan een van de nieuwe opdrachten zijn van de openbare omroep. Maar het kan evengoed gevraagd worden van privé-mediabedrijven om daarover na te denken en het toe te passen.
Beeldvorming
"Dat brengt me bij de beeldvorming over allochtonen in de media. Je kan er niet onderuit: migranten komen nauwelijks op een positieve manier in beeld. Al ze al aan bod komen in het televisienieuws is het bijna altijd in een conflictsituatie, in een criminele sfeer; hun 'anders-zijn' wordt benadrukt, ze moeten zich verantwoorden voor hun geloof, hun cultuur en hun gebruiken (hoofddoek, ramadan, offerfeest). Toch zijn er enkele illustere tegenvoorbeelden: denk maar aan Nabela Benaïssa, de zus van Loubna, die in1997 op een waardige manier het verdriet van de familie en een hele gemeenschap heeft verpersoonlijkt. Meer recenter, de afpersingszaak Remmery, waar alweer een Marokkaanse vrouw moedig stand tegen persoonlijke bedreigingen en de bewondering van het hele land afdwingt. Het zijn sterke persoonlijkheden die de beeldvorming rond allochtonen op een positieve manier beïnvloeden. Wat wordt er eigenlijk verwacht van de allochtone journalist? Voor mijn part niet meer dan dat hij zijn werk goed doet. Spreekt hij een vreemde taal zoals Turks of Arabisch, dan is dat mooi meegenomen. Heeft hij goede contacten met landgenoten, kan dat een meerwaarde zijn voor de redactie. Wil hij zich verdiepen in thema's over allochtonen, laat hem doen. Is dat allemaal niet het geval, hou je toch nog altijd een goede journalist over en daar is het elke redactie toch om te doen. Een journalist van vreemde afkomst op een nieuwsdienst is er niet om statistisch aan te tonen dat de redactie een multiculturele visie op de media heeft. Hij is ook niet de spreekbuis van een bepaalde gemeenschap. Hij is gewoon zichzelf. Hij kan een voorbeeldfunctie hebben, maar dat is niet zijn opzet. Hij is er tout court en doet hetzelfde werk als zijn collega's, ongeacht zijn afkomst.
Wat niet wegneemt dat je toch invloed hebt op je collega's. Je kan een aanspreekpunt zijn voor collega's die worstelen met reportage waarin allochtonen voorkomen. Je kan verduidelijken en wijzen op misvattingen. Uit een onderzoek in 1993 door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding naar de berichtgeving over migranten was een van de onthutsende vaststellingen dat er enorm veel vooroordelen bestonden tegenover de allochtone gemeenschap. Belangrijker nog was de vaststelling dat die vooroordelen niet het gevolg waren van racisme, maar van onwetendheid over andere culturen. Dat bracht een jaar later de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België ertoe om, in navolging van Nederland, een werkgroep media en migranten op te richten. Het werk van een kleine groep van geëngageerde journalisten resulteerde in een boekje met aanbevelingen en een woordenlijst met de verklaring van vaak verkeerd gebruikte termen. De tekst vindt u in bijlage, ik citeer enkele van de belangrijkste aanbevelingen:
1. VERMELD NATIONALITEIT, GEBOORTELAND, ETNISCHE AFKOMST, HUIDSKLEUR, RELIGIE OF CULTUUR ALLEEN ALS DEZE INFORMATIE RELEVANT IS VOOR HET BERICHT
2. VERMIJD ONVERANTWOORDE VERALGEMENINGEN EN POLARIZERINGEN
3. VERMIJD NODELOOS PROBLEMATIZEREN EN DRAMATIZEREN
4. WEES ZORGVULDIG. GEEF WEDERWOORD EN ZET FOUTE INFORMATIE RECHT.
Als u dit allemaal hoort, vindt u dat niet meer dan normaal. Meer dan 10 jaar geleden was dit nog vernieuwend. Ik heb de boekjes uitgedeeld onder collega's op de redactie. Of ze het ooit gelezen hebben weet ik niet. Maar zoals meestal met dit soort initiatieven, wie openstaat voor het thema heeft de aanbevelingen niet nodig en past ze onbewust toe. Wie het zou moeten lezen, is vaak ook niet geïnteresseerd. Het lijkt me zeker nuttig om het onderzoek over berichtgeving over allochtonen nog eens over te doen en te vergelijken met de resultaten van toen. Het boekje zal zeker nog van pas komen."
Betrokkenheid
"Ik heb het gehad over de aanwezigheid van allochtonen in de media, voor en achter de schermen, over de berichtgeving. Iets ontbreekt nog in dit verhaal. Dat is de allochtone gemeenschap zelf. Als er een groep die alles wat er over haar gezegd wordt over zich heen laat gaan is het wel de allochtone gemeenschap. Soms lijkt het of ze geen deel willen uitmaken van het maatschappelijk debat. De werkelijkheid is dat ze weg naar de media niet kent of gebruikt. Dat vraagt een bepaald engagement, maar ook een zeker mondigheid. En die is er niet altijd. Gelukkig veranderen de tijden. In de berichtgeving over de verkiezing van de Moslimraad hebben we verbaal sterke kandidaten gezien gehoord, met hier en daar zelfs een onmiskenbaar lokaal accent. Minderheden moeten dus zeker leren hoe de media werken en hoe ze er gebruik van kunnen maken. De uiteindelijke keuze om een onderwerp al dan niet te behandelen ligt nog altijd bij de journalist, dat is zijn voorrecht, maar de boodschap is toch al tot bij de media geraakt.
Daarom wil ik tot slot even stilstaan bij TrefMedia. TrefMedia is een initiatief van het Forum van Etnisch-Culturele Minderheden en staat voor Trefpunt voor Media in Diversiteit. Sinds zijn oprichting in april van 2004, is Trefmedia een aanspreekpunt geworden voor media en minderheden. Media zitten voortdurend verlegen om contactpersonen en verhalen van minderheden. Maar het ontbreekt hen aan tijd, contacten en soms ook expertise. Minderheden willen meer en beter participeren aan het maatschappelijk debat, maar het ontbreekt hen aan mediavaardigheden. Deze kan TrefMedia hen bijbrengen onder de vorm van mediatraining en mediacursussen. Het verhoogt de betrokkenheid van een hele gemeenschap als publiek, maar ook als consument, als toeleverancier van nieuws in de vorm van persberichten, als werknemer op de werkvloer van media.
Interventie van Faroek Ozgunes op dinsdag 19 april 2005 tijdens een debat in de Senaat over media en multiculturalisme.
|