| Vlaanderen telt naar schatting een 1.200-tal (lokale) organisaties van etnisch-culturele minderheden of zelforganisaties. Deze behoren tot het brede maatschappelijk middenveld. Als middenveldorganisaties hebben ze de drie belangrijke maatschappelijke opdrachten, zoals gedefinieerd door de Verenigde Verenigingen.
- “Middenveldorganisaties verenigen mensen, bieden emancipatiekansen en dragen op die manier bij tot maatschappelijke betrokkenheid en sociale cohesie. Dat is hun sociale opdracht.
- Middenveldorganisaties geven mensen een geïnformeerde stem en laten de burgers wegen op het beleid van de overheid en van andere maatschappelijke actoren bedrijvig in de economie, de media, justitie, wetenschap …. Dat is de democratische opdracht van het middenveld.
- Zij geven de burger ook effectief invloed op het beleid en willen dat beleid inspireren, doeltreffend en efficiënt maken. Dat is hun politieke opdracht.”
Het grootste deel van de allochtone organisaties valt onder de noemer van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Sociaal-cultureel werk is gericht op het bevorderen van de ontplooiing en maatschappelijke participatie van mensen. Sociaal-culturele verenigingen hebben 4 kernfuncties:
- de gemeenschapsvormende functie is gericht op het versterken en vernieuwen van het sociale weefsel en op groepsvorming met het oog op een democratische, solidaire, open en cultureel diverse samenleving;
- de culturele functie is gericht op het verhogen van de participatie aan de cultuur die de samenleving te bieden heeft;
- de maatschappelijke activeringsfunctie is gericht is op het organiseren, stimuleren en begeleiden van vormen van maatschappelijk engagement en sociale actie;
- de educatieve functie is gericht op lerende personen en groepen en wordt gekenmerkt door het organiseren en begeleiden van educatieve programma’s op lokaal en bovenlokaal vlak.
14 landelijke allochtone verenigingen of ‘federaties’ zijn erkend op basis van het decreet op het sociaal-cultureel werk. Het grootste deel van de lokale organisaties is bij een van die verenigingen aangesloten als ‘afdeling’. De verenigingen zijn dus netwerken van lokale organisaties, die worden gerund door een (lokaal) bestuur van vrijwilligers. De vrijwilligers programmeren en organiseren activiteiten voor een ruimer publiek, en worden daartoe ondersteund vanuit het landelijk secretariaat. De ondersteuning is erop gericht de functies van het verenigingsleven uit te diepen en kwalitatief te versterken.
Binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk bestaat de eigenheid van de allochtone verenigingen erin dat ze mensen verenigen die in hoofdzaak tot de ruime groep van ‘etnisch-culturele minderheden’ behoren. Met ‘allochtoon’ bedoelt men meestal mensen of groepen met een recente migratiegeschiedenis van buiten België of West-Europa.
De meeste allochtone verenigingen zijn ontstaan op basis van een gemeenschappelijke etnisch-culturele achtergrond. Onder de landelijke verenigingen die momenteel erkend zijn, tellen we in oorsprong 2 Italiaanse, 3 Marokkaanse, 3 Turkse, 1 Latijns-Amerikaanse, 1 Afrikaanse, 1 Ghanese, en 3 “internationale” verenigingen, waaronder 1 vereniging van vrouwenorganisaties.
Recent zijn de meeste verenigingen echter multicultureel geworden in hun samenstelling, wat in sommige gevallen al aanleiding heeft gegeven tot naamsveranderingen. Zo vinden ook Sikh, Koerden, Roma, Nepalezen,… hun plaats binnen verschillende verenigingen. ‘Regionale’ verenigingen, zoals de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse, groeperen dan weer per definitie reeds een grote verscheidenheid aan etnisch-culturele groepen.
|