| Met het Vlaamse Gelijkekansen- en Gelijkebehandelingsdecreet wil minister Katleen van Brempt twee vliegen in één klap slaan: Vlaanderen in orde maken met de Europese verplichtingen inzake antidiscriminatie en nieuwe meldpunten tegen discriminatie oprichten in 13 centrumsteden. Naast verbodsbepalingen tegen discriminatie wil het decreet ook een kader scheppen voor stimulerende maatregelen voor vrouwen, holebi's, mensen met een handicap of gezondheidstoestand en etnisch-culturele minderheden.
Over dat luik gelijke kansen zijn werkgevers, vakbonden en kansengroepen het min of meer eens geraakt in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). De enge focus van het gelijkekansenbeleid (vrouwen, holebi's en toegankelijkheid) wordt verruimd tot etnische afkomst en geloof.
Wat betreft het discriminatieverbod vonden werkgevers, vakbonden en kansengroepen minder overeenstemming. Zo willen de werkgevers niet weten van een concrete voorbeeldlijst van vermoedens discriminatie. En ze willen af van de bescherming van de persoon die een melding doet en van de bescherming getuigen. Nochtans gaat het om voorzieningen die letterlijk zijn overgenomen uit de nieuwe federale antidiscriminatiewet van mei 2007. Een omzetting ook van verplichte kost uit Europese richtlijnen.
Wie het advies van de SERV erop naleest, zal merken dat vakbonden/kansengroepen (pro overname) en werkgevers (contra overname) op enkele essentiële punten tegengestelde aanbevelingen doen. Zo'n verdeeld advies is hoogst ongebruikelijk.
Het Minderhedenforum kreeg de werkgevers wel over de streep over de benaming van de nieuwe meldpunten. De SERV adviseert eensluidend tegen de benaming 'gelijke behandelingsbureaus'. Beter is om over meldpunten te spreken, naar analogie met de bestaande federale meldpunten. Alle overheden moeten maximaal samenwerken, staat er in het advies. Dat betekent één gelijkheidsorgaan voor de federale wet en het Vlaamse decreet, het CGKR. Dat betekent ook betrokkenheid van zelforganisaties in het netwerk van de meldpunten. Dat betekent ook dat lokale besturen dienen toegevoegd te worden aan het toepassingsgebied van de wet. Al die punten zijn opgenomen in het advies van de SERV.
Toch is het verzet van de werkgevers tegen de bewijslast en tegen bescherming van getuigen verontrustend. Zonder deze voorzieningen heeft het weinig zin om naar de rechter te stappen.
Het ontwerp van decreet was al een licht afgezwakte kopie van de voorzieningen in de federale antidiscriminatiewet. Een belangrijke correctionele stok-achter-de-deur werd niet uit de federale wet overgenomen. Zo is er geen mogelijkheid voor strafrechtelijke opsporings- en vervolgingsdaden.
Het ontwerpdecreet bevat evenmin extra mogelijkheden om een vermoeden van discriminatie aan te tonen, zoals praktijktest met officieel erkende testafnemers. Het decreet neemt hier slechts de mogelijkheden van de federale wet over: belangenorganisaties kunnen wel tests uitvoeren - al valt het te bekijken of rechters daarmee rekening houden.
Het decreet zit nu bij de Raad van State. Als die klaar is met haar huiswerk, gaat het naar het parlement. Voor de allochtone verenigingen moet de Vlaamse versie van de antidiscriminatiewet er zo snel mogelijk komen. De bestaande wetgeving biedt immers geen bescherming meer tegen discriminaties in Vlaamse bevoegdheidsdomeinen zoals sociale huur, welzijn en onderwijs.
Het advies over het gelijkekansen en gelijkebehandelingsbeleid staat op de website van de SERV
Maarten Messiaen, stafmedewerker algemeen beleid
|