Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: participatie > OFD > ondernemerschap
 
Voor succesvol ondernemen is samenwerking in diversiteit een must
Verslag Workshop Ondernemerschap
04/11/2008 - Is ondernemerschap bij etnisch-culturele minderheden even evident als bij autochtone Vlamingen? Je zou denken van wel: het verlangen van iemand om een eigen bedrijf uit de grond te stampen is universeel. Op de Open Forumdag van het Minderhedenforum zochten Unizo, VDAB en ondernemers naar antwoorden op deze en andere vragen.
 

Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de VDAB benadrukte in een openend betoog dat Vlaanderen zich meer moet focussen op competentieontwikkeling en vaardigheden i.p.v. op uiterlijke kenmerken. Daarom is de huidige tendens ook om mensen vanuit de VDAB toe te leiden naar ondernemerschap. Hiervoor start de VDAB vanaf november een traject op naar ondernemerschap. De VDAB wil dus meer dan mensen enkel begeleiden naar werken in loondienst. Bovendien pleitte dhr. Leroy voor het uitwerken van een peter- en meterschap, waarbij succesvolle ondernemers beginners onder hun vleugels nemen.

Ali Anaz, voorzitter van UNACO (de Unie van Actieve Ondernemers), werkte zelf nooit als werknemer en kon dus niet het verschil met een zelfstandige ondernemer schetsen. Wel wist hij dat een allochtone ondernemer zowel voor- als nadelen ondervindt. Persoonlijk kijkt hij naar de kwaliteiten van zijn arbeidskrachten en niet naar afkomst. Zijn klanten trouwens ook, beweerde hij. Hij lichtte eveneens toe dat er een samenwerking is tussen UNACO en UNIZO met als doel vooral het wegwijs maken in een soms onduidelijke wetgeving. Dit is kortom een onderdeel van de betere begeleiding voor starters waar ook Fons Leroy zich achter schaarde. Volgens een ander panellid, Johan Grauwels van VOKA Limburg, is administratieve vereenvoudiging hierbij een belangrijk aandachtspunt.

Op de vraag of er rekening wordt gehouden met de afkomst bij het monitoren van ondernemers antwoordde Grauwels dat dit moeilijk is omdat er geen éénduidige definitie is. Bjorn Cuyt, adviseur van Unizo, gaf aan dat er in MO* magazine van november een UNIZO-onderzoek uitkomt met een overzicht van het aantal allochtone ondernemers per sector, op basis van nationaliteit. Hijzelf benadrukte dat hij in zijn contacten bij ondernemers geen onderscheid maakt op basis van afkomst, maar dat monitoren van allochtone ondernemers wel degelijk een rol kan spelen om problemen aan te kaarten.

Een voorbeeld waar afkomst een nefaste rol speelt, is het verkrijgen van een lening. Zo gaf Bjorn Cuyt toe dat sommige banken rekening houden met afkomst en ondernemers met een andere afkomst benadelen. Ondanks het feit dat afgewezen ondernemers zich wel redden en vaak alternatieve pistes vinden om aan geld te raken, zoals het lenen bij andere ondernemers, gaat het hier duidelijk om een vorm van discriminatie die zeker aangepakt moet worden. Daarnaast moeten initiatieven als meter-en peterschap gepromoot worden. Niet om afgewezen ondernemers een ander financieringskanaal te geven, maar vooral om hen bij te staan bij het indienen van een dossier.

Fons Leroy zei vervolgens dat de aanpak van ongelijkheid op de arbeidsmarkt al in het onderwijs moet beginnen want zolang het onderwijs stigmatiseert, treft dit ook de arbeidsmarkt. Johan Grauwels voegde hieraan toe dat de diversiteit in ondernemerschap zich eveneens moet vertalen in meer bestuursleden van etnisch-culturele minderheden. Voka wil op termijn werken aan integratie en organiseert zelf initiatieven voor ondernemers van een andere origine. Unizo werkt eerder samen met werkgeversfederaties van allochtone ondernemers om initiatieven voor deze groep te organiseren.

Dit leidde tot de vraag of UNACO ontstaan is om dat allochtone ondernemers nergens anders terecht konden? Ali Anaz beaamde dit en legde uit dat de drempel om naar UNACO te stappen lager is, hoewel hij de drempels bij andere organisaties niet kon benoemen. Bjorn Cuyt repliceerde dat vooral het negatieve beeld moet veranderen dat ondernemers uit een etnisch-culturele minderheid enkel pitazaken en nachtwinkels opstarten. VOKA hamerde er echter op dat er genoeg voorbeelden van succesvolle andere activiteiten op te sommen zijn. Ali Anaz trad dit bij, maar gaf wel aan dat een gebrek aan goede scholing tot klonen en kopieergedrag leidt. Hij voegde toe dat tweede en derde generatie ondernemers daar waarschijnlijk minder problemen rond zullen ondervinden omdat zij een hogere scholing zullen hebben, evanals een betere kennis van de regelgeving.

Vervolgens hekelde Fons Leroy het feit dat er in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid zo’n nadruk wordt gelegd op de Nederlandse taalkennis, terwijl we in een geglobaliseerde wereld leven waar deze taal (denk bijvoorbeeld aan de export) niet altijd noodzakelijk is. Bjorn Cuyt stemde hiermee in en zei dat de werkgeversfederaties het nut hiervan hebben ingezien. Terwijl ze vroeger ondernemerscursussen enkel in het Nederlands aanboden aan migranten uit Marokko of Turkije hebben ze nu reeds pakketten in Arabisch, Turks en zelfs in het Pools of Russisch.

In een vragenrondje dat het debat afsloot kon het publiek zijn zegje doen. Hierin kwam naar voren dat de tweede generatie misschien wel meer mogelijkheden heeft in ondernemerschap dan de eerste, maar dat ze omwille van een hogere scholing misschien wel minder gaan kiezen voor deze piste. Daarnaast mag men niet vergeten dat er ook vrouwelijke ondernemers zijn. Door de vergrijzing en een daling van het aantal familiale overnames is er bovendien een groeiend potentieel voor nieuwe ondernemers. Aan deze nieuwe trend moet zeker aandacht geschonken worden omdat ondernemingen die overgenomen worden minder leiden tot faillissementen. Uit het publiek werd ook aangegeven dat allochtonen niet altijd in cliché-sectoren tewerkgesteld zijn. Wanneer men niet enkel op basis van nationaliteit, maar ook op basis van afkomst zou gaan meten zou dit wel duidelijk worden. Afsluitend geven we in dit verslag nog graag de tips mee die de panelleden startende ondernemers willen meegeven: denk goed na, vraag advies aan deskundigen en doe eerst een grondig onderzoek.

Joeri Colson, stafmedewerker Tewerkstelling