Minderhedenforum logo
RSS        home        contact          zoek       

web_broodkruimelU bent hier: participatie > OFD > verslag workshop inspraak
 

Verenigingen als opstapje naar betere vertegenwoordiging in inspraakorganen

verslag workshop 'Inspraak: kunnen Vlaanderen en Brussel van elkaar leren?' op Open Forumdag 2008

20/10/2008 - Tijdens een workshop over inspraak en participatie op de Open Forumdag van het Minderhedenforum werd duidelijk dat het laatste woord over deze materie nog niet gezegd is. Botsende meningen werden geregeld geuit door het publiek en de panelleden over onderwerpen als streefcijfers, de rol van verenigingen in participatie en de aanwezigheid van etnisch-culturele minderheden in adviesraden. Na afloop van de inzichtelijke workshop was niet op elke vraag een antwoord gekomen, maar voelde het Minderhedenforum zich wel geruggesteund door een brede basis voor diverse aanbevelingen.
 

De voormiddag werd geopend met een korte voorstelling van de Brusselwerking van het Minderhedenforum. Stafmedewerker Veerle Huwé vertelde hierin o.a. hoe zelforganisaties in de hoofdstad samenwerken om participatie te bevorderen. Vervolgens kwam Sophie De Wintere van het project Empowerment aan het woord. Haar betoog voor een belangrijkere vertegenwoordiging van etnisch-culturele minderheden in adviesorganen (via o.a. vormingen, sensibilisering en concrete acties) kon op veel meeval rekenen. Hierna lichtte José Manuel 'Iedereen Kan Zetelen' toe, een campagne die tot doel heeft het samenstellen van een pool van diverse kandidaten voor beleidsstructuren op de domeinen sport, jeugd en cultuur.

Deze inleidende sprekers gaven vervolgens het woord aan de panelleden en het publiek. Onder de sprekers bevonden zich Brussels CD&V-fractievoorzitter Walter Vandenbossche, Badra Djait (raadgever van minister Keulen), Suzanne Monkasa (voorzitter van RVDAGE, lidfederatie van het Minderhedenforum) en Najat Saadoune (voorzitter van Dar El Ward, een vereniging voor Marokkaanse vrouwen).

De eerste stelling die aan bod kwam was: 'Naar analogie met het quotum voor vrouwen in gemeentelijke adviesraden moet er een streefcijfer komen voor etnisch-culturele minderheden in adviesraden'. Badra Djait was tegen quota: zij haalde o.a. aan dat er geen duidelijk meetbare definities zijn voor etnisch-culturele minderheden en gaf te kennen niemand te willen categoriseren op basis van gevoelige criteria als cultuur. Suzanne Monkasa was het daar niet mee eens. Zij kende wél definities en hekelde het argument van mevrouw Djait omdat er volgens haar al automatisch een etiket kleeft op minderheden. Zij pleitte bovendien resoluut voor 25 procent aanwezigheid van mensen met een etnisch-culturele achtergrond in adviesorganen.

Najat Saadouane trad haar bij: zij is in principe tegen quota, maar vond dat er nu geen andere keus meer is, wil men resultaat halen. Taal mocht volgens haar bovendien geen barrière zijn om in een adviesorgaan te zetelen. Walter Vandenbossche vond taal wél een centraal probleem. Hij stelde dat Brussel momenteel in een belangrijke overgangsfase, die tot een goed einde gebracht moet worden zonder een sterk dwingend beleid omtrent de Nederlandse taal. Hij was bovendien een voorstander van een combinatie van streefcijfers met quota, maar onderschreef dat de samenleving momenteel nood heeft aan quota.

Ook het publiek liet zich niet ongemoeid in deze discussie. De getuigenis van een vrouw wiens zoontje geconfronteerd wordt met racisme op de schoolbanken maakte indruk. Andere opmerkingen uit het publiek handelden over de mogelijkheid van een meertalige Brusselse gemeenschap. De vraag of inburgering een verplichting of een evolutie moet zijn, werd eveneens gehoord.

Het tweede belangrijke deel van de voormiddag was gegroepeerd rond de stelling 'Etnisch-culturele minderheden worden op kieslijsten geplaatst om stemmen te ronselen. Ze krijgen achteraf zelden een uitvoerend mandaat'. Najat Saadoune vond dat wie op een kieslijst staat sterk genoeg moet zijn om binnen de partij een strijd te voeren. Suzanne Monkasa voegde hieraan toe dat allochtone politici aangemoedigd moeten worden. Zij was er ook stellig van overtuigd dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor zelforganisaties: daar kunnen vaardigheden immers getraind worden.

Badra Djait merkt weinig verschil met autochtonen. Volgens haar krijgt iedereen evenveel kansen, maar is de politiek nu eenmaal een wereld waar drempels een feit zijn en om die te overwinnen moet je competent zijn en er veel tijd in willen en kunnen investeren. Walter Vandenbossche beaamde dat het knokken is om een mandaat te krijgen en te houden, maar pleitte ook voor het opnemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid als voorbode voor engagement in de politiek.

Het publiek voegde toe aan de discussie dat partijen allochtone mandatarissen enkel naar voren schuiven op diversiteitsthema's en zelden op andere domeinen. Ook voor de media geldt dit, klonk het. Op de vraag van een deelnemer die wou weten wat er concreet gebeurde met het advies van overlegstructuren, was het antwoord van het panel geruststellend: adviesorganen zijn geen praatbarakken, maar belangrijke instrumenten die een grote bijdrage leveren aan het beleid. De adviezen vinden kortom wel degelijk hun weg naar het beleid.

Hoewel tijd tekortschoot om de derde stelling te behandelen - 'het verenigingsleven is een efficiënte manier om participatie in de samenleving te bevorderen - bleek uit het debat dat dat nagenoeg iedereen de essentiële rol van verenigingen onderschreef. Het Minderhedenforum hoort dit graag en hoopt dat deze rol in de toekomst even relevant kan blijven en kan leiden tot een betere vertegenwoordiging van etnisch-culturele minderheden in inspraakorganen.

Veerle Huwé, Stafmedewerker Brussel